Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag.

Hoe is het om te leven en werken in een state? Deel 1: Lauswolt, a way of life

Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag. FOTO JILMER POSTMA

Friesland kent tientallen staten en stinzen. Hoe is het leven achter de voordeur van deze monumentale gebouwen? De LC gaat deze zomer bij vier op bezoek. Vandaag deel 1: Lauswolt in Beetsterzwaag.

,,Dames en heren, van harte welkom bij Bistro Nijeholt. Bijzondere tijden nodigen uit tot inventieve ideeën. Binnen in de bistro kan ik nog maar vier mensen plaatsen. Dat schiet niet op. Daarom zitten jullie nu buiten’’.

Het is 7 uur ’s avonds en Marc van Gulick – in blauwe koksbuis – begroet zijn veertig gasten, die aan vrolijk gedekte picknicktafels in een sprookjesachtige bedoeïenentent klaar zitten voor een vijfgangendiner. De gerechten – gepofte Fryslander aardappel, een kleine pizza, schuimige soep van Sneekermeerpaling, staartstuk van het Friese weiderund en wentelteefje van suikerbrood – worden bereid op twee kegelvormige vuurschalen met brede, platte rand die dienst doet als bakplaat.

loading

Pure ontspanning

De directeur van Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag neemt deze zomer geregeld plaats achter de grill in de tuin van zijn state. Om zijn jongens in de pop-up keuken bij te staan. Bovendien vinden de gasten het leuk om hem weer eens te zien koken. En voor de 55-jarige Van Gulick is zo’n avond pure ontspanning.

Zijn dagen zijn lang. Elke ochtend stapt Van Gulick – na een uurtje mountainbiken door de bossen – rond 8.00 uur het hotel binnen. Het mooiste moment van de dag. Alles oogt netjes en opgeruimd, klaar voor de gasten die allemaal nog lekker liggen te slapen. Hij geniet van die serene rust, gecombineerd met de verwachting die in de lucht hangt van reuring die gegarandeerd zal komen.

Hoe anders voelde de stilte tijdens de negen weken dat het hotel dicht moest. ,,Het was surrealistisch. Een hotel bruist altijd. Toen was het spookachtig stil. En koud, want de verwarming was uit.’’

In zijn kantoor pal naast de keuken, het kloppend hart van zijn bedrijf, blikt Van Gulick terug. ,,Het was een vervelende periode, maar ik kijk er positief op terug. We hebben de tijd goed gebruikt. Samen met onze nieuwe eigenaar FB Oranjewoud hebben we besloten om investeringen naar voren te halen. We konden nu zonder overlast voor de gasten het dak van het hotel vervangen – 850 vierkante meter leien –, iets wat pas in 2024 gepland stond. Het koetshuis is omgebouwd tot groepsverblijf en de personeelsruimtes zijn vernieuwd. Het voelde best vreemd hoor: ik had honderd personeelsleden thuis zitten, maar wel veertig bouwvakkers over de vloer.’’

Sinds 21 mei zijn het hotel – dat vorig jaar z’n oorspronkelijke parelgrijze kleur terugkreeg – en het met een Michelinster bekroonde restaurant De Heeren van Harinxma weer open. Vanwege de coronavoorschriften voor de horeca zijn 50 van de 66 kamers in gebruik. Het is elke dag volle bak. ,,We draaien een van onze beste zomers.’’

loading

65 jaar hotel

Het chique hotel viert dit jaar het 65-jarig bestaan. Vanachter zijn computer citeert Van Gulick uit een historisch overzicht. Het oudste deel van het complex stamt uit 1868. Toen liet jonkheer Lycklama à Nijeholt in het Oosteinde van Beetsterzwaag een ‘heerenhuizinge, stal en koetshuis met koetsierswoning’ bouwen. Architect Samuel Adrianus van Lunteren uit Utrecht ontwierp het huis en legde de omliggende parken en tuinen aan.

Tot 1954 was Lauswolt in adellijke handen. Toen kocht de Algemene Friesche Levensverzekering Maatschappij het pand en begon er een hotel met 22 kamers, dat in oktober 1955 de deuren opende. In 1984 werden er twee vleugels met twaalf tuinkamers aan het herenhuis gebouwd. In 1989 volgde nieuwbouw met nog eens 22 suites, een zwembad, een beautysalon en vier vergaderruimtes.

Op een zondagavond in het najaar van 1996 stapte Van Gulick, destijds chef-kok in De Zwaan in Etten-Leur, voor het eerst binnen bij Lauswolt. Als gast. ,,Ik vond het hier ontzettend stijf, weet ik nog wel. Maar ook heel erg indrukwekkend. Johan Agricola was directeur. Zeer bevlogen. Hij heeft Lauswolt z’n huidige grandeur gegeven, de allure waar we nog steeds de vruchten van plukken.’’

De goedlachse Brabander kon toen niet bevroeden dat hij er een kleine drie jaar later de scepter zou zwaaien in de keuken. In 2006 maakte hij kort een uitstapje in een poging iets voor zichzelf te beginnen, maar werd een jaar later door toenmalige eigenaar Bilderberg teruggehaald naar Lauswolt. Als kok én directeur. Een ondoenlijke combinatie. ,,Ik had meer printerinkt dan tomatensaus op mijn koksbuis.’’

En dus werd Van Gulick al snel fulltime directeur. Het gezicht van de zaak dat als motto bezigt: ware luxe kun je niet zien, ware luxe kun je alleen voelen.

loading

Uitzicht op de golfbaan

Hij zit veel op kantoor, met uitzicht op de golfbaan, het terras, de kruidentuin en de pop-up bistro. Het onderste deel van de ramen rondom liet hij afplakken met ondoorzichtig folie. ,,Voorheen zag ik van alles bewegen vanuit mijn ooghoeken. Ik zie nu nog steeds de gasten aankomen, mijn medewerkers en alles wat er op het terras gebeurt, maar ik kan me beter focussen. Ben niet zo snel meer afgeleid.’’

In de keuken laat hij zich niet meer zien, dat is het domein van chef-kok Arjan Bisschop, de opvolger van Geert Jan Vaartjes. Maar in de rest van het hotel des te meer. Met ferme tred maakt hij rondes door het pand en de tuinen. Van Gulick, die zich soms net een kasteelheer voelt, wordt voortdurend aangesproken door gasten.

Op het terras maakt hij een praatje met een oude dame die van de fiets gevallen is. En even verderop zit de chef-kok van het Amstel Hotel met z’n gezin. Even horen hoe het met hen gaat.

Ondertussen valt z’n oog op alles wat er te verbeteren valt. Hij plukt een blaadje van de rode loper, spreekt een van de drie mannen van de technische dienst aan over een schilderij in de vergaderruimte dat krom getrokken is. Hij wijst naar een van de elf ooievaarsnesten op het terrein. ,,Leuk voor de gasten, die zijn zwaar onder de indruk, maar een ramp voor ons, want hun uitwerpselen geven ontzettend veel rotzooi.’’

Aan de voorkant van het statige pand laat een bruidspaar zich ongevraagd fotograferen. Het mag, want het is openbaar terrein. Maar Van Gulick vindt het toch altijd netter als ze het eerst even vragen. Grinnikend: ,,Daar onder die hedera zit onze afzuiginstallatie verstopt. Toen ik nog in de keuken stond, kon ik het soms niet laten als ik een bruidspaar in de tuin zag staan. Dan schonk ik een scheutje olie op het vuur waardoor er een stinkende zwarte walm de tuin in vloog.’’

loading

Dienstbaar zijn en hard werken

Tijdens de thee, terug in zijn kantoor, mijmert Van Gulick hardop over de kracht van Lauswolt. ,,Gasten komen voor de authenticiteit en de warmte. De persoonlijke aandacht. Voor onze medewerkers is Lauswolt een way of life, dienstbaar zijn en hard werken. Wie daar niet tegen kan, is binnen een jaar weer weg, maar er zijn er genoeg die een speldje hebben omdat ze 12,5 of 25 jaar in dienst zijn.’’

Als de dagdiensten erop zitten en de avondploeg komt, gaat Van Gulick even naar huis – op twee minuten van Lauswolt – om te eten met zijn vrouw Brigitte. Daarna komt hij gewoon weer terug. Voor het laatste kantoorwerk of zoals deze zomer om te koken op locatie. Het is geen straf hoor, verzekert hij. ,,Ik zeg altijd: Ik werk niet het hardst, maar ben wel het meest aanwezig.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct