Rechter: boete voegt niets meer toe voor boer uit Elsloo die zijn vee moest verkopen

Koeien in de wei, ter illustratie. FOTO PIXABAY

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) constateerde in 2018 en 2019 bij verschillende bezoeken aan een veehouderij in Elsloo dat het bedrijf de zaken niet goed voor elkaar had. Uiteindelijk werd de boer voor de keus gesteld: of het vee verkopen of de dieren zouden opgehaald worden.

De boer koos eieren voor zijn geld en verkocht het vee. Met de verkoop van het land is hij nog bezig, vertelde hij maandag aan economische politierechter Klaas Bunk. Volgens de boer viel het allemaal wel mee met welzijn van de beesten: zijn vee zou er goed bij hebben gestaan, alleen kwamen de controleurs van de NVWA vaak op onmogelijke tijden langs.

De NVWA was in augustus 2018, in augustus 2019 en in oktober 2019 op het bedrijf geweest. Al die keren werd geconstateerd dat een deel van de bijna 280 runderen er niet goed uitzag. Tientallen kalveren in de jongveestal hadden geen droge ligplaats en het voer was deels bedorven. Bij het bezoek van een jaar later stuitten de controleurs op runderen die ziek en/of kreupel waren en niet de nodige medische zorg hadden gekregen.

Volgens verdachte ‘viel het allemaal wel wat mee’

Twee maanden later was de situatie nauwelijks verbeterd. De boer kreeg medio januari de keus: de runderen moesten een week later weg zijn, anders zouden ze worden opgehaald. De rechter had op foto’s in het dossier gezien hoe de runderen er bij stonden. „Die logen er niet om”, merkte Bunk op.

Volgens de verdachte vertekenden de foto’s en viel het allemaal wel wat mee. De man is 65 jaar en 45 jaar boer geweest. Het viel hem zwaar om van de ene op de andere dag een punt te zetten achter het boerenbestaan. Hij moet nog een half jaartje overbruggen, dan krijgt hij AOW, maar een pretje was het niet. „Het is verschrikkelijk, ik heb blauwe tenen van de stress.’’

‘Het is een drama, dat snap ik wel’

Officier van justitie Siebren Buist stelde vast dat de beleving van de werkelijkheid van de boer en diens echtgenote anders is „dan uit het dossier naar voren komt”. Maar Buist begreep ook dat een abrupt einde van het bedrijf een zware klap moet zijn geweest. „Het is een drama, dat snap ik wel”. De officier had overwogen om stillegging van het bedrijf te eisen, maar dat was een gepasseerd station.

Een zware sanctie zou geen toegevoegde waarde hebben, dus eiste de officier wat hij noemde „een cosmetische straf”, een relatief kleine boete om toch de ernst van de zaak tot uitdrukking te brengen. Hij eiste een boete van 4000 euro waarvan 3500 euro voorwaardelijk. „Ik heb er geen behoefte aan om de financiële situatie nog erger te maken dan het al is”, verduidelijkte de officier.

Rechter Bunk tilde, nog ietsje meer dan de officier, zwaar aan de persoonlijke omstandigheden, hij legde de geëiste boete in zijn geheel voorwaardelijk op. „Een onvoorwaardelijke straf voegt niets meer toe”, stelde Bunk. Voor ze de zaal verlieten, wenste de rechter de boer en boerin het beste toe. „Ik hoop dat u op een gegeven moment toch weer plezier in het leven krijgt”.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Ooststellingwerf
Rechtbank