'Op het hbo hoop ik erachter te komen wat ik het mooiste vind om te doen'

Thom Eggen met in zijn hand een gps meetstok op een terrein in Marum dat bouwrijp wordt gemaakt. FOTO GEERT JOB SEVINK

In de rubriek ‘20 in 2020’ vertellen jongeren die zijn geboren in het jaar 2000 over hun leven. Wat doen deze (bijna-)twintigers, wat houdt hen bezig en hoe zien zij de toekomst? Deze keer: Thom Eggen uit Elsloo, wordt 20 op 10 augustus.

Thom zit in het laatste jaar van de mbo-opleiding Middenkaderfunctionaris Infra op ROC Friese Poort in Drachten. ,,Talen enzo, dat was niks voor mij. Op het vmbo had ik gym als examenvak, ik zou eerst ook naar het Cios. Maar ik wilde geen gymleraar worden. Ik heb er ook nog aan gedacht om militair te worden, maar dan ben je altijd van huis. Dat leek me ook niks.’’

Tijdens een meeloopdag voor een opleiding in de bouwsector werd hij aangesproken door een docent van zijn huidige opleiding. ,,Hij vond dat ik me meer als een infra-jongen gedroeg. Deze opleiding was ik nergens tegengekomen in brochures, best apart. Mooi dat ik die docent tegenkwam.’’

Nu loopt hij stage bij een wegenbouwbedrijf waar hij goed op zijn plek is. ,,Toen ik begon als stagiair was ik vooral grondwerker, maar nu heb ik mijn eigen projecten. Onder begeleiding van een andere uitvoerder ben ik assistent uitvoerder en zorg ik er onder andere voor dat alles op tijd besteld en geleverd wordt.’’

Het werk gaat gewoon door tijdens de coronacrisis. ,,We moeten we ons wel heel veel aanpassen. Zoals extra stappen met schoonmaken en we beginnen in de ochtend altijd met koffie in de keet, maar dat doen we nu vanuit de auto of buiten. Ik vind het ook heel netjes om een hand te geven, dat dat nu niet meer kan mis ik wel.’’

Zijn stage is bijna afgelopen maar daarna blijft Thom bij het bedrijf werken tot de zomervakantie. Na de zomer begint de 19-jarige aan de hbo-opleiding civiele techniek. ,,Ik vind het werk wat ik nu doe heel mooi, maar ik weet niet zeker of ik het de rest van mijn leven wil blijven doen. Op het hbo hoop ik erachter te komen wat ik het mooiste vind om te doen.’’

Camping en speeltuin

Thom woont op een boerderij met een camping en een binnen- en buitenspeeltuin voor schoolreisjes en kinderfeestjes. ,,Vroeger was mijn vader boer, maar omdat mijn broertje, zus en ik de boerderij niet wilden overnemen hebben mijn ouders de koeien verkocht. Het boerenleven vind ik mooi, maar ik wil niet dag en nacht tussen de koeien zijn.’’

Door de coronacrisis waren er een tijd geen gasten, maar sinds hemelvaart zijn de camping en de speeltuin weer open. ,,Het is heel druk geweest met kampeerders. We merken wel dat mensen minder snel naar de speeltuin komen.’’ Als het nodig is dan helpt Thom mee. ,,Ik wil er niet mijn werk van maken maar het contact met de mensen en kinderen vind ik wel mooi.’’

Zijn ouders hebben de boerderij van Thom’s pake en beppe overgenomen. ,,Zij hadden ook al de camping, maar nu is het groter.’’ In deze tijd bezoekt hij hen vaker dan anders. ,,Even koffie of thee drinken, praten en spelletjes spelen. Ze wonen dichtbij, ik kan er lopend naartoe.’’

Een relatie ziet Thom nog niet echt zitten. ,,Nu ben ik jong en wil ik genieten van het leven. Als je een relatie hebt moet je overal rekening mee houden, daar heb ik geen zin in.’’

Kameraden

Van jongs af aan doet Thom aan voetbal. Maar vanwege het coronavirus zit dat er nu even niet in. ,,In deze tijd ben ik veel aan het hardlopen en ik heb laatst een mountainbike gekocht.’’ In het dorp heeft Thom vier vaste kameraden met wie hij alles doet. ,,We wonen vlakbij Appelscha, een ideaal plekje om te fietsen.’’

Op het erf heeft de hij zijn eigen keet staan. ,,Er zijn periodes geweest dat we daar elke dag zaten, maar dat houd je niet vol.’’ Vanuit de keet nemen ze de taxi of fiets naar de kroeg in Appelscha. ,,Als er geen tentfeest is, want dat zijn de mooiste feestjes vind ik.’’ Twee weken lang zag hij zijn vrienden niet vanwege de coronamaatregelen. ,,Maar daarna zijn we wel weer bij elkaar thuis gaan afspreken voor een beetje gezelligheid.’’

Sinds zijn 16de zit Thom bij de oudejaarsvereniging van Elsloo de Vesuvius Club. ,,Dat is heel normaal in deze omgeving, bijna iedere jongere zit bij de vereniging van zijn dorp.’’ Na de zomervakantie begint de groep van 22 man te broeden op een oudejaarsstunt. In december wordt het plan in uitvoering gebracht.

,,Dat is het allermooiste’’, vertelt hij glunderend. ,,Het is ook spannend wanneer je een voorwerp aan het bekijken bent. Want voorbijgangers weten van niks. Als je iets hebt meegenomen dan is het nog spannender. Als er over de vermissing gesproken wordt, en jij zit de volgende ochtend met je brakke kop op je werk en ze vragen: ‘Weet jij er iets van?’ Dan moet je wel goed kunnen liegen.’’

Op oudejaarsdag vindt de ‘uitbarsting’ plaats. De stunt wordt tijdens nieuwjaarsnacht onthuld en de club gaat op de laatste dag van het oude jaar langs bij de ouderen in het dorp. ,,Dat is hartstikke gezellig, er komen mooie oude verhalen over het dorp boven tafel.’’