Ooststellingwerf gaat op zoek naar vierde wethouder

Hayo Apotheker licht zijn bevindingen toe. FOTO LOURENS LOOIJENGA

Er moet een vierde wethouder worden toegevoegd aan het huidige college van Ooststellingwerf. De raad nam woensdagavond unaniem dit advies over van de ervaren bestuurder Hayo Apotheker. De oud-burgemeester en oud-minister had de opdracht gekregen om met een voorstel te komen, nu het college als gevolg van allerlei afsplitsingen nog maar gesteund wordt door 8 van de 21 zetels. Daarmee is de stabiliteit in het geding.

Apotheker was het met de raad eens dat het ongewenste situatie is die niet te lang moet voortduren. Hij adviseerde om een vierde wethouder toe te voegen aan het bestaande minderheidscollege om het draagvlak in de raad te vergroten. Dat is in lijn met de gesprekken die met alle fracties zijn gevoerd.

,,Hak – bij voorkeur met een zo’n groot mogelijke meerderheid – de knoop door over de verbreding en voortzetting van het college. Een gewone echte wethouder, geen controleur, een zelfbewuste vierde persoon, geen zakenwethouder. Dat kan namelijk alleen als de rest van het college ook een zakencollege is.” Hij voelt niets voor de suggestie om een vierde wethouder te benoemen namens de oppositiepartijen.

Verdeling uren

De huidige leden van het college zouden volgens het advies allemaal 0,2 fte van hun baan moeten inleveren, zodat er vier gelijkwaardige wethouders zijn met elk 0,9 fte. Juist dat deeladvies leverde nog enige discussie op. Dat viel niet goed bij de collegepartijen.

Volgens het CDA en Ooststellingwerfs Belang staat het functioneren van de drie wethouders namelijk niet ter discussie, dus moet je hen ook niet korten in het aantal uren. Dat zou geen goed werkgeverschap zijn en het is een verkeerd signaal. Dan moet de vierde wethouder ook maar een volledige fte worden. De meeste fracties zagen dat probleem niet en hadden net als de burgemeester ook geen zin die discussie nu al uitgebreid te voeren.

Raad moet regie nemen

Die vierde wethouder moet gevonden worden door een commissie een profielschets te laten maken. In de commissie zou dan ook een lid van het college in de rol van waarnemer moeten zitten. Apotheker had nog meer adviezen. ,,Actualiseer het raadsprogramma en doe eens een voorstel voor de resterende agenda voor de komende half jaar. Een soort raadsagenda voor 2020-2022 met de grote dossiers. Neem als raad de regie.”

De VVD vond dat een vierde wethouder ook moet leiden tot een ,,totale omwenteling” van het functioneren van het huidige college. Apotheker wilde daar niet te diep op in gaan en stelde slechts dat het een nieuw begin is. Hij zei de benoeming van de vierde wethouder gekoppeld moet worden aan het geven van een nieuw mandaat aan het hele college. Het college moet zelf de taken maar herverdelen. De drie wethouders zeiden de gang van zaken te accepteren. ,,Het is uw discussie.” De burgemeester moet zich volgens Apotheker vooral opwerpen als procesbegeleider.

Verstoorde verhoudingen

Volgens negen fracties leiden de kant en klare plannen van het college niet tot open dialogen, er zou veel wrevel zijn, ook over de brief waarin het college had gesteld dat men wel ongewijzigd verder kan. Daarvoor is in de raad volgens Apotheker weinig steun. (Ook D66 sloot zich alsnog aan bij het standpunt van de meerderheid, al zag Tammo Munting de noodzaak van een vierde wethouder nog steeds niet in.)

Apotheker was in alle gesprekken met fracties gewezen op de verstoorde verhoudingen binnen de raad en binnen sommige fracties. Herman Zwart (CDA): ,,We zijn te veel met elkaar bezig, er moet een betere chemie in de raad komen.” Henk Vos (GroenLinks): ,,We moeten af van de Calimero-treurigheid.” VVD’er Sierd van Weperen: ,,Het college is goed in het zenden, maar niet in het ontvangen.” Hij lepelde probleemloos tien voorbeelden op.

Al met al hebben de meeste fracties twee jaar na de verkiezingen een ontevreden gevoel over hoe het allemaal gaat. Apotheker adviseert om via sessies over ieders rol de onderlinge dialoog te verbeteren, ook die met het college.