Esther Veenhouwer.

Oldeberkoop borduurt voort op erfenis Meneer Ep en Meneer Piet

Esther Veenhouwer. FOTO RENS HOOYENGA

Wat was Oldeberkoop geweest zonder de familie Willinge Prins? Meneer Ep en Meneer Piet stonden zo’n beetje aan de wieg van alles in het Stellingwerfse dorp aan de Kuunder. De Berkopers zijn schatplichtig aan de landadelijke broers en voelen de Prinsenwind nog altijd waaien.

Loop een rondje door Oldeberkoop en Willinge Prins slaat je van alle kanten om de oren. De landbouwschool, huishoudschool, bank, zuivelfabriek, de CAV, de bossen, de luxe landhuizen en grote boerderijen. Zelfs de vaart en de ijsbaan. Zo’n beetje alles in Oldeberkoop is gelinkt aan die ene landadellijke familie die een onuitwisbare stempel op het Stellingwerfse dorp drukte.

De Willinge Prinsen hadden meerdere generaties een flinke vinger in de pap in Berkoop. Inmiddels is hun landgoed uiteengevallen. Meneer Ep en meneer Piet zijn geschiedenis geworden, maar het dorp borduurt nog altijd voort op hun erfenis.

,,Overal hadden ze bemoeienis mee”, weet Pieter de Jong, voorzitter van het dorpsarchief Oldeberkoop. ,,In allerlei documenten duiken de Willinge Prinsen op als initiators, bestuurders of financiers van diverse ontwikkelingen.” ,,Die familie is zelfs in het DNA van de Berkopers gekropen”, zegt Esther Veenhouwer, voorzitter van Plaatselijk Belang. ,,De drive en motivatie om er samen wat van te maken. Dat hebben we overgenomen en zit hier in de genen.” Nu Oldeberkoop niet in de schijnwerpers komt door kunstroute Open Stal moet dat verhaal worden verteld, vinden Veenhouwer en De Jong.

loading

Rijk en machtig

Ludolf Jan Willinge en zijn vrouw Johanna Gezina Hubbelink waren de eersten van de familie die vanuit het Drentse Peize neerstreken op de zandrug tussen de riviertjes Lende en Kuunder. Toen hun zoon Jan vroeg overleed erfde de andere zoon Jan Albert (1760) het complete familiebezit. De Jong: ,,Hij had veel geld en bezat meerdere hoeves en gronden hier in de buurt.” Hij liet tussen 1820 en 1830 het Molenbosch, Sterrenbos en Koepelbos aanleggen door tuinarchitect Roodbaard. Pronkparken die ook dienden voor geriefhout.

Deze Jan Albert Willinge was niet alleen een rijk, maar ook een machtig man. Hij was grietman van Ooststellingwerf, rechter, lid van de Provinciale Staten van Friesland en buitengewoon lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden die besliste over de grondwet van 1815.

Toen Jan Albert en zijn vrouw Taad Wigeri kinderloos bleven, ging het complete familiekapitaal over op een achternicht: Geziena Willinge. Deze dame trouwde met Lambertus Petrus Prins, de eerste arts in Oldeberkoop. Het paar woonde in de villa Vredewoud en kreeg elf kinderen. Twee van hen plakten de naam van moeder voor die van vader en noemden zich vanaf toen Willinge Prins. Jan Albert was een van hen. Hij woonde later ook op Vredewoud met zijn vrouw Amelie van Bienema, met wie hij twee zonen kreeg: Epke en Petrus Lambertus. Deze twee broers stuwden Oldeberkoop eind negentiende en begin twintigste eeuw op in de vaart der volkeren.

loading

Naar de Randstad

Epke betrok de familievilla Vredewoud en Piet ging wonen in Lunia dat hij van boerderij ombouwde tot landhuis. Samen bezaten ze 800 hectare land en 23 pachtboerderijen. Het geld dat ze met hun kapitaal verdienden, staken ze in nieuwe ontwikkelingen in het dorp. Om de boerenstand te stimuleren werd in 1896 zuivelfabriek De Goede Verwachting opgericht, met Epke als voorzitter. Die functie bekleedde hij ook in het acht jaar later in het leven geroepen Coöperatieve Aankoop Vereniging (CAV). In 1924 kreeg Oldeberkoop op initiatief van de Willinge Prinsen bovendien de eerste landbouwschool van Nederland.

In 1902 was Epke de grondlegger van de Coöperatieve Voorschot- en Spaarbank die later de zelfstandige Bank Berkoop werd. De Berkopers klopten daarvoor al wel aan voor leningen bij Meneer Ep en Meneer Piet, zoals de welgestelde broers met ontzag werden genoemd in het dorp. Maar nu werd het Willinge Prinsloket een officiële bankinstelling met zeggenschap voor de gemeenschap.

Piet vertrok uiteindelijk naar de Randstad, Epke bleef tot zijn dood in 1949 in Oldeberkoop. Het familie-imperium brokkelde na de oorlog langzaam af. Epkes zoon Albert ging op Vredewoud wonen en beperkte zijn activiteiten tot de pachtboerderijen. Hij overleed in 1991, waarna het laatste stuk Prinsengrond in 1997 door de familie werd verkocht. Nu zijn er alleen nog twee grafkelders – bij de kerk en op de begraafplaats in Oldeberkoop – in het bezit van de familie.

‘Er zit hier een hele sterke drive in de gemeenschap. Dadendrang’

Dat een familie een dorp en streek zo heeft opgekrikt en meegetrokken, dat wekt bewondering bij Veenhouwer en De Jong. Oldeberkoop houdt de Willinge Prinsen in ere door straten en dingen naar hen te vernoemen. Het kanaal dat door toedoen van de eerste Jan Albert naar de Kuunder is gegraven, heet de Prinsewyk. De ijsbaan aangelegd op hun grond heet de Willinge Prinsbaan en midden in het dorp loopt de Willinge Prinsstraat met daaraan villa Vredewoud en het oude bankgebouw.

Maar Meneer Ep en Meneer Piet hebben het dorp meer nagelaten dan gebouwen en instellingen alleen, zegt Veenhouwer. Door de broers is er iets in de Berkopers geslopen. ,,Er zit hier een hele sterke drive in de gemeenschap. Dadendrang”, zegt de Plaatselijk Belangvoorzitter. ,,Als we hier iets willen, dan pakken we het aan en regelen het.” Hoe onmogelijker iets lijkt, hoe harder Oldeberkopers hun best doen om het voor elkaar te krijgen.

,,Neem nou dat beeld op de CAV”, noemt Veenhouwer als voorbeeld. Op het dak van de oude voerfabriek prijkt sinds een paar maanden het engelachtige beeld Het Verzekeringswezen. Het kunstwerk van Pieter Starreveld sierde van 1953 tot 2012 het dak van de Frieslandbank aan de Grote Markt in Groningen. Met de sloop van het pand belandde het bij Staatsbosbeheer in Jubbega. En nu prijkt het in volle glorie in Oldeberkoop en is het onderdeel van het project Verweesde Kunst, waarmee het dorp kunstwerken waar geen plaats meer voor is adopteert.

Hetzelfde geldt voor de drie bossen die ooit zijn aangelegd door grietman Willinge Prins. Met vereende krachten knapten de Berkopers ze op en nu zijn ze eigendom van Plaatselijk Belang en vormen onder meer het toneel voor Open Stal. De kunstroute die het dorp op de kaart zet en er alleen maar is omdat maar liefst 200 vrijwilligers elk jaar de mouwen opstropen.

loading

Nieuwe huizen

Zoals Meneer Ep en Meneer Piet zich inzetten voor gemeenschap, zo rekt die zich nu uit voor het behoud van de nalatenschap van de Willinge Prinsen. Omdat het samen altijd beter gaat dan alleen en je er met zijn allen iets van kunt maken. ,,Zo draait het hier: met elkaar”, zegt Veenhouwer die na haar vader en opa de derde generatie is die veel voor het dorp doet.

Oldeberkoop is niet klaar. Er is dringend behoefte aan nieuwe huizen. Dertig stuks. Maar de woningpot bij de gemeente is leeg. Wie weet wordt er straks een coöperatie opgericht en fikst Berkoop het zelf. Het kan zomaar, want de geestdrift van de Prinsen waait nog altijd over de zandrug tussen Lende en Kuunder.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct