Jan Russchen bij de Dorpskerk.

De zeven heuvelen rond Oosterwolde

Jan Russchen bij de Dorpskerk. FOTO RENS HOOYENGA

Romulus stichtte Rome op de beroemde zeven heuvelen rond de stad aan de Tiber. Friese boeren deden hetzelfde aan de Tsjonger. Daar verrees in het ruige veenland het dorp Oosterwolde omringd door zeven zandkoppen met buurtschappen.

Het mag geen klim heten en zeker geen kuitenbijter, maar wie naar Het Oost in Oosterwolde fietst en richting Fochteloo trapt over de Klazingaweg voelt dat hij alsmaar lichtjes stijgt. Acht meter boven N.A.P. ligt het streekje boerderijen oostelijk van Oosterwolde dat officieel Klazinga heet. De buurtschap ligt het hoogst van alle satallietgehuchtjes op de zandkoppen om het dorp.

Een stuk of tien zijn het er. Buurtschappen met gelijksoortige namen als Nanninga, Prandinga, Rikkinga, Buttinga, Steginga, Jardinga en Schrappinga. Op enkele van deze eeuwenoude woonheuvels laat het landschap nog altijd de oorsprong van de hoofdplaats van Ooststellingwerf zien.

loading

Hier proef je de Drentse leest waarop het is geschoeid. De oude essen, omzoomd met hoge bomen, die bochtend door de glooiende velden lopen. Wegen die uitkomen op de twee brinken, waar omheen het oudste Oosterwolde ligt en waar tot het begin van de negentiende eeuw niet meer dan honderd huizen stonden. Dit is het andere gezicht van het oorspronkelijke Stellingwerfse esdorp dat door de industrialisatie en expansie veranderde in een streekdorp aan de vaart.

Een vervaagde historie en minder bekende kant die Anne Veenstra en Jan Russchen van de Historische Vereniging Oosterwolde e.o. graag voor het voetlicht brengen. Want aan historisch besef schort het nogal eens bij inwoners en bestuurders, vinden zij.

Het had weinig gescheeld of de eeuwenoude es van Rikkinga was een paar jaar geleden opgeslokt door een allesvernietigend bouwplan. Op het nippertje werden het gemeentebestuur de ogen geopend hoe speciaal het lapje grond noordelijk van het dorp grenzend aan het Grootdiep eigenlijk is.

Bij elkaar opgeteld zijn er zeventien buurtschappen rondom Oosterwolde aan te wijzen. De historische vereniging heeft ze beschreven in een gidsje en op panelen langs een fietsroute. Ze vallen uiteen in twee soorten: hoogtes waar stemgerechtigde boerderijen stonden en agrarische veenontginningen. De streek was vanaf 1024 eigendom van de bisschop van Utrecht.

Op de zandruggen in het onbegaanbare hoogveengebied vestigden zich boeren. Er kwamen brinken en essen en hooilanden in de laagtes bij het Grootdiep, Kleindiep en Tsjonger – of Kuunder zoals de Stellingwervers de rivier noemen.

loading

Later ontstonden ook woonsteden rondom ontginningen. Boeren vestigden zich in het drassige veengebied en bewerkten een lap ruig land door een dijkje aan te leggen, het water af te voeren en schapen de boel te laten bemesten. Op een kaart uit 1739 uit de Schotanusatlas is aan de rand van het hoogveen op de Drentse grens in een cirkel om brinkdorp Oosterwolde heen, een hele serie buurtschappen ingetekend.

De kerk vormde het administratieve hart van een gemeenschap en legde huwelijken, geboortes, overlijdens en aktes vast. Stemgerechtigde boeren uit de omgeving vielen daaronder. Oosterwolde had een godshuis en de bisschop bepaalde welke buurtschappen erbij hoorden. Het aantal stemgerechtigde boeren bepaalde de macht van de buurtschap. In Buttinga waren dat er zes en Weper telde er wel zeven. ,,Die hadden invloed op het kerkelijk en wereldlijk bestuur.” Daar woonden de latere herenboeren, zoals de families Van Rozen, Koops en Van Weperen. Tot op de dag van vandaag beheren en bezitten generaties uit die families gronden in Weper.

loading

Tot 1800 was Oosterwolde niet meer dan dat boerenkerkdorp. Toen begon de vervening en zorgden de compagnons dat er een vaart door het dorp kwam. Het betekende een ommekeer. Het water bracht economische activiteit. De veenderijen trokken nieuw volk aan dat zich er vestigde. Veenstra: ,,Der is in Easterwâlde fan foar de feart en ien fan dêrnei.” In 1912 woonden er 1500 mensen in het dorp. Nu zijn dat er bijna 10.000.

Toen de turfindustrie stopte, klapte de werkgelegenheid in elkaar. ,,It wie hjir kleare earmoede”, zegt Russchen. ,,De helte rûn hjir yn de steun of siet yn de wurkferskaffing.”

Bestuurders deden er vlak na de oorlog alles aan om het gebied economisch op te krikken. Burgemeesters Bontekoe en Overwijk gingen de boer op om bedrijven te lokken, zegt Veenstra, die jarenlang gemeenteambtenaar was.

,,Se krigen safolle subsydzje dat fallite bedriuwen hjirhinne kamen om’t se mei gemeentejild wer troch koenen. It dropkefabryk kaam, dat krige de grûn fergees, mar hie gjin jild om ruten yn it gebou te setten.” Er kwam een fabriek voor plastic boten. Het eerste exemplaar werd feestelijk te water gelaten in de vaart en sloeg gelijk om. Alleszeggend, vindt Veenstra: ,,It duorre mar even of se wiene fallyt, mar de bút oan subsydzje wie binnen.”

loading

Oosterwolde veranderde onherkenbaar. Het centrum van het dorp verschoof van de brinken naar de brug en het tramstation. Het dorp dijde uit met woonwijken en industriegebieden. Historische gebouwen gingen tegen de vlakte, alles voor de vooruitgang. De Gouden Klok, het beeldbepalende hotel op de Brink, viel in de jaren negentig ten prooi aan de sloophamer. Oosterwoldigers met historisch besef kunnen er nog wel om janken.

De ruilverkaveling gumde het oude landschap weg. Landwegen verdwenen, paden werden opgeslokt en sloten gedempt. De ooit meanderende Kuunder doorklieft nu kaarsrecht de landerijen westelijk van het dorp. Strak uit de bocht tot een kanaal getrokken. ,,De ruilferkaveling hat de histoarje fuort bulldozere. Tragysk”, zegt Veenstra. En het lijkt de Oosterwoldigers nog niet te deren ook.

De mannen van de historische vereniging inventariseren de schade en stellen dat die groot is. Veel van het historische brinkdorp Oosterwolde is door de tijd en de vooruitgang te niet gedaan. Maar met de buurtschappen is het verhaal nog wel te vertellen en dus koesteren ze die. En verdedigen ze de zeven heuvelen te vuur en te zwaard. Zoals laatst nog, toen de bouwkolder in de bestuurshoofden was geslagen en Rikkinga er bijna aan ging. Want de Drentse oorsprong lijkt uitgevaagd maar als je niet oppast komt die bovend rijven in de gelaten houding v an weleer: ,,De hoge heren gaon derover en Jan met de pet het niks te zeggen.”

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct