Man uit Kollumerzwaag reed te hard bij fatale botsing met fietser

FOTO DE VRIES MEDIA

Ruim twee jaar na dato moest een 22-jarige inwoner van Kollumerzwaag zich bij de Leeuwarder rechtbank verantwoorden voor een verkeersongeval met dodelijke afloop. Op 21 september 2018 had hij op de Koarteloane in zijn woonplaats een 70-jarige fietser aangereden. Het slachtoffer overleed aan zijn verwondingen.

De verdachte was tussen de middag van zijn werk naar huis geweest voor de lunch. Op de terugweg reed hij achter de fietser, wachtend op een tegenligger. Toen de andere auto was gepasseerd, haalde hij in. Volgens hem week de fietser ineens uit naar links en dat had hij niet zien aankomen. De man had geen aanstalten gemaakt om af te slaan.

Om de fietser te passeren had de Kollumerzwaagster wat gas bij gegeven. Hij schatte zelf dat hij 30, 40 kilometer per uur reed op het moment van de botsing. Hij had nog wel geremd en hij had naar links gestuurd, maar het mocht niet baten. Volgens de analyse van de politie reed de Opel minimaal 56 toen de fietser linksaf sloeg. Ter plaatse is 30 kilometer per uur toegestaan.

Adequate reactie niet mogelijk door te hoge snelheid

De politie concludeerde dat het ongeval te vermijden was geweest, als de bestuurder zich aan de maximumsnelheid had gehouden. Officier van justitie Henk Mous vond dat niet gesproken kon worden van „aanmerkelijke onvoorzichtigheid”. Maar de bestuurder had wel te snel gereden en kon daardoor niet adequaat reageren.

Er moest ook rekening worden gehouden met andere omstandigheden, zoals het gedrag van de fietser meende Mous. Hij hield er rekening mee dat de verdachte zich meteen om het slachtoffer heeft bekommerd. Hij is bij de echtgenote geweest en hij heeft de condoleance bezocht. Mous noemde de verdachte „een modelburger, waarbij het op een bepaald moment even verkeerd is gegaan”.

De officier hield er ook rekening mee dat de zaak meer dan twee jaar op de plank is blijven liggen. De officier eiste een boete van 750 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van twee maanden. Het wachten op de rechtszaak is voor de verdachte zwaar geweest. „Het blijft maar in je hoofd zitten, je moet nog wel voorkomen”.

De rechtbank doet op 8 december uitspraak.