FOTO LC/ARODI BUITENWERF

In Oostmahorn is het nooit stil op straat

FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Op elke normale woning staan er bijna tien vakantiehuizen in Oostmahorn. De financiële spin-off van het toerisme voor de bewoners lijkt bescheiden, maar de tijdelijke gasten geven wel kleur aan het dorp. ,,Wij wilden hier wonen omdat hier reuring is.”

loading

Een warme lucht hangt boven het Lauwersmeer. Bootjes glijden door het gladde water. Het is een aanblik die Jan van der Herberg nooit verveelt. Een paar keer per week is hij op zijn bankje op de dijk te vinden. ‘Moi!, groet een passerende fietser uit de richting van Lauwersoog.

Als jongen zag Van der Herberg hier nog de veerboot naar Schiermonnikoog vertrekken. Dat is lang geleden, maar de dijk van Oostmahorn (Fries: De Skâns) heeft zijn aantrekkingskracht nooit verloren. ,,Hjir kin ik de toeristen útlizze wat der oer it wetter te sjen is, of wêr’t se it krûdhûs fine kinne.” De kruitkelder in de dijk is een erfenis uit de Franse Tijd, toen er volop gesmokkeld werd in de omgeving. Nog altijd trekt Oostmahorn toeristen die hier de sporen zoeken uit het befaamde jeugdboek De Smokkelaars van de schans, zegt Van der Herberg.

Menig bezoeker logeert schuin achter hem, in Esonstad. Het namaakstadje wordt langzaam wakker deze ochtend. Op het marktpleintje zitten gasten te wachten op hun ochtendbroodjes, door de straten lopen schoonmakers in blauwe polo’s om de vrijgekomen huizen weer op te poetsen. De sfeer ademt vinexwijk en openluchtmuseum tegelijk.

Meer dan 200 accomodaties telt Esonstad inmiddels, een veelvoud van het aantal normale woningen in Oostmahorn. En dan staan er nog meer vakantiehuisjes rond het dorp, wat het totaal volgens de gemeente op zo’n 400 brengt. Wat heeft het gebracht? ,,Kijk naar de bankjes hier op de dijk”, zegt bewoner Ferdinand Wolf, die net zijn hond uitlaat, een beetje smalend. ,,Aan deze kant, richting Esonstad, zijn ze van metaal, maar richting het dorp zijn ze versleten en van hout.”

Geen postcode

Oostmahorn: in feite is het één straat, ook Oostmahorn geheten, met wat achterliggende huizen. In 2006 kwam er een officiële dorpsstatus, maar wie een brief naar een bewoner wil sturen moet nog steeds ‘Anjum’ op de envelop zetten. Een eigen postcode kreeg het nieuwe dorp niet.

,,We hebben die strijd nu maar even opgegeven”, zegt Joke van der Kooi. ,,De post wil dat alleen doen wanneer er ten minste honderd permanente woningen zijn, en dat halen we bij lange na niet.” Met haar man Jan van Vulpen zit ze in de woonkamer in het oude onderkomen van het loodswezen, later de reddingsbrigade. Het huis is meteen herkenbaar door het markante uitkijktorentje bovenop het platte dak.

,,Het waren oorspronkelijk drie woningen. Een collega van mij woonde hiernaast.” Een bezoekje aan die collega betekende voor het stel de eerste kennismaking met Oostmahorn. ,,We waren stomverbaasd. Wát een mooie plek, dachten we.”

Het middelste pand stond toen al vijf jaar in de etalage. ,,Eerst overwogen we het te kopen als vakantiehuis”, zegt Van Vulpen, ,,maar daar wilde de gemeente niet aan. Die wil permanente bewoners.” Het stel ging hun knopen tellen. Van Vulpen was melkveehouder in Drijber, vlakbij Hoogeveen. Een opvolger voor de boerderij was er niet, stoppen was een optie. Van der Kooi werkte in Groningen, toch al niet naast huis. ,,We zeiden tegen elkaar: als we nog iets willen, moet het nu.”

'Er is hier zo veel te vertellen'

Dat de scheepvaarthistorie voelbaar moest zijn was geen punt van discussie. ,,Zonde om daar niets mee te doen”, zegt Van der Kooi. Ze wijst op het bovenlicht bij de deur: op hun verzoek maakte een kunstenaar een glas-in-lood-voorstelling van de Insulinde, de beroemde reddingboot van de even beroemde redder en dorpsbewoner Klaas Toxopeus.

De rijke (maritieme) historie van het dorp komt steeds meer aan de oppervlakte. Een paar jaar geleden werd de kruitkelder opgeknapt, en met hulp van dorpsbelang keerde op de dijk een oud kanon terug en kwam er een stormpaal. Dorpsbelang onderzoekt bovendien of Oostmahorn kan aansluiten bij de Waddentour, de wandelroute in de noordoosthoek met informatiebordjes bij cultuurhistorische gebouwen. Van der Kooi: ,, Er is hier zo veel te vertellen. En dat geldt ook voor de objecten op de dijk, en de geschiedenis van de afsluiting van de Lauwerszee, wat dat allemaal teweeg heeft gebracht.”

Open dorp

In Oostmahorn, zegt ze, kies je zelf of je je eigen gang gaat of ‘mee wilt doen’. Het stel koos voor het laatste. Zij ging in het bestuur van dorpsbelang, hij sloot zich aan bij het piratenshantykoor en wil zich inzetten voor het Nationaal Park om de hoek. Van der Kooi: ,,Dit is een ‘open’ dorp, waar ze vreemde gezichten gewend zijn.” Voor het raam kuieren weer wat toeristen langs. Het zijn prettige gasten in Esonstad, vindt ze. ,,Rustzoekers. Maar ze zorgen wel voor beweging op straat, ook in de winter. We zeiden ook tegen elkaar: we gaan niet in, zeg, Peazens wonen, maar hier. Omdat hier reuring is.”

Een paar huizen verder wappert een vlag: fietsverhuur. Jan Bouma nam de nering drie jaar geleden over van het paviljoen op de dijk. De oud-loonwerker heeft de tijd en hoeft er ook geen volledige boterham mee te verdienen, zegt hij .,,Fan Esonstad haw ik net sa folle klandyzje. We wurkje somtiden wol gear, mar sy hawwe harren eigen ferhier.” Het zijn juist dagjesmensen en toeristen uit andere parken en Bed & Breakfasts die hij in het zadel helpt. ,,Der binnen hjir in soad oare loazjeminten.”

Financieel hebben de dorpelingen niet extreem veel profijt van Esonstad, is zijn indruk. Ja, het paviljoen wellicht, en in Anjum staat er een toekomstbestendige supermarkt, mede dankzij de parkbezoekers. Maar voor de werkgelegenheid maakt het niet bijzonder veel uit. ,,Myn frou wurket der yn de administraasje, en sa binne der miskien noch ien of twa minsken út it doarp. De rest is fan bûten.” De winkels waren er al niet meer, de bushalte verhuisde vanuit de straat naar de buitenkant van het dorp – ten faveure van de toeristen.

Maar, zegt hij ook: dankzij die toeristen is er wel nette bestrating in Oostmahorn. En een levendigheid, die de Bouma’s zelf twintig jaar geleden ook als vaste bewoners naar het dorp lokte. ,,Wêr ’t we no wenje, stienen wol trije rekreaasjewenten.”

Nieuwbouw

De tijd dat de halve straat ’s winters in het donker stond omdat de (Duitse) vakantiegangers thuis zaten, is voorbij. Het dorp houdt zich overeind. Met tachtig mensen is het inwonertal stabiel. En na jaren zit er zelfs schot in de dorpsuitbreiding. Aan de Toxopeuswei, de nieuwe, tweede straat van het dorp, verschijnen zeven nieuwbouwwoningen.

Hoewel er minder kinderen zijn dan vroeger, ‘vergroent’ Oostmahorn nog altijd. De drie weken oude Sofia is de jongste bewoonster, dochter van de Roemeense Bogdan en Oana Arion. Ze wonen sinds een jaar permanent in het oudere bungalowpark aan de noordkant van het dorp, waar Oana de huisjes schoonmaakt.

Bogdan werkt al ruim tien jaar bij een aannemer in Twijzel, redt zich moeiteloos in het Nederlands en zelfs in het Fries. ,,Eerst woonden we in Drachten op De Kaden, maar daar hadden we last van het lawaai van het uitgaansleven.” Via de broer van de baas kwamen ze uit bij het vakantiehuisje bij het Lauwersmeer.

In de babykamer hangen geboortekaartjes uit het dorp. Sofia gaat over een paar jaar naar school in Anjum, verwacht Oana, want met de regio zijn ze snel vertrouwd geraakt. ,,Je hebt wel altijd de auto nodig, maar dan ben je ook zo in Dokkum. Daar hebben we ook al Roemeense vrienden.” Bogdan: ,,We fietsen hier wat, of we eten gebakken vis bij het water. Het is mooi hier, ik hoef niet snel ergens anders heen.”

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct