Zicht op Wierum aan de Waddenzeedijk. Ooit was de Mariakerk het middelpunt van het dorp. Maar door een storm verdween het noordoostelijke deel van de terp waar de kerk op stond, en daarmee een deel van het dorp.

'Echte' Wierumers sterven langzaam uit, maar dat maakt het zeker nog geen slaapdorp

Zicht op Wierum aan de Waddenzeedijk. Ooit was de Mariakerk het middelpunt van het dorp. Maar door een storm verdween het noordoostelijke deel van de terp waar de kerk op stond, en daarmee een deel van het dorp.

De ‘echte’ Wierumers sterven langzaam uit, maar dat betekent niet dat het voormalige vissersplaatsje een slaapdorp is geworden. Jonge gezinnen weten het nog altijd te vinden, al is de basisschool al jaren dicht. Ook de toeristen blijven komen, die de Mariakerk soms herkennen uit de tv-serie Hollands Hoop .

Hoogzomer is het, dus is het een en al levendigheid bij de dijk van Wierum. Een gezinnetje wandelt de trap op om de zee te zien. Een ouder echtpaar bekijkt het monument dat herinnert aan de vissersramp van 1893 waarbij 22 mannen verdronken. Een moeder en dochter turen over het wad, waar in de verte links Ameland en rechts Schiermonnikoog te zien zijn. ,,Je zou bijna denken dat je er naar toe kunt zwemmen’’, mijmert een van hen. Op het terras van eetcafé De Kalkman zijn bijna alle stoelen bezet.

In het ‘centrum’ van het dorp, de Haadstrjitte, bevestigt Jan Prins deze dinsdagmorgen een bordje aan een lantaarnpaal met een pijl naar zijn theetuin aan de Pastorijstrjitte. Die openden hij en zijn vrouw Doetie (65) in juni, vlak nadat Jan (66) gestopt was met zijn werk bij Eneco, als monteur en adviseur duurzame energie. In de schaduw van een vijgenboom, tussen scharrelende kippetjes, kunnen wandelaars en fietsers er genieten van vers gezette koffie met zelfgebakken taart. ,,Ik hie der al in hiel skoft mei omrûn, en no haw ik der tiid foar’’, zegt hij.

Prins is een geboren Wierumer. Zijn vader werkte bij het waterschap. Toen hij een jaar of zestien was, verhuisde het achtkoppige gezin naar Dokkum. ,,Troch de lânboumeganisaasje ferlearen hieltyd mear minsken harren wurk. Se ferhuzen nei Drachten ta om by Philips te wurkjen. Dêrtroch sletten in soad winkels de doarren. Dat wie in reden foar myn âlden om fuort te gean.’’ Prins trouwde er met Doetie; het jonge stel wilde graag in een dorp wonen.

Al 36 jaar in Wierum

,,Net perfoarst werom nei Wierum, mar tafallich kaam dit hûs frij.’’ En dus wonen ze alweer 36 jaar met plezier aan de Noord-Friese kust. Hun vier jongens, inmiddels al lang het huis uit, groeiden er op. De basisschool waar ze op zaten, is al jaren dicht. En ook van de middenstand van weleer is weinig over.

,,Wat it moaie is oan Wierum? De rêst en it Waad. Wa kin no sizze dat er by sa’n oergebiet wennet?’’, vindt Jan, die regelmatig het wad op gaat. Ja, in de winter, dan is het er triest. ,,Mar dan is it oeral tryst, yn Dokkum ek.’’

De Wierumer zet zich al jaren in voor het dorp. Zo was hij enkele jaren voorzitter van Dorpsbelang en is hij bezig met het project ‘De kromme Horne’ dat een pier bij Wierum wil realiseren. Daarnaast zat hij in een groep die de vaart tussen Wierum en Dokkum dieper wil krijgen, zodat kleine bootjes in de dorpen kunnen komen. ,,Der bin ik krekt útstapt.’’

Verder verzorgt hij soms een rondleiding door het terpdorp en zet hij zich in voor de Museumtsjerke Eben-Haëzer, de voormalige Gereformeerde Kerk die in 2002 gekocht werd door Jacob Bijlsma uit Franeker. Na een grondige restauratie wordt die sinds 2003 gebruikt voor exposities, concerten en lezingen. Bij de opnamen van de televisieserie Hollands Hoop (hiervoor werden scènes gefilmd in en bij de Mariakerk onderaan de dijk), fungeerde dit kerkje als ‘omkleed- en cateringplek’; Prins was er ‘manusje-van-alles’ en bewaart goede herinneringen aan die tijd.

,,Op in dei hie de dûmny yn de searje syn bef fergetten yn Amsterdam. Dus haw ik alle dûmnys yn ’e omjouwing ôfbelle mei de fraach oft se der ien te lien hiene. It wie healwei achten yn ’e moarntiid, mar yn Stiens wie it slagge. Dat wie prachtich’’, vertelt Prins.

'Se seinen allegear ta ynvestearrings yn lytse doarpen te dwaan, der is neat bard. In doarp dêr’t gjin mooglikheid is om te bouwen, rint leech.'

De Wierumer heeft vertrouwen in de toekomst van zijn geboortedorp, mits de politieke partijen doen wat ze in hun laatste verkiezingsprogramma’s beloofden. ,,Se seinen allegear ta ynvestearrings yn lytse doarpen te dwaan, der is neat bard. In doarp dêr’t gjin mooglikheid is om te bouwen, rint leech. Krimp dogge wy sels. Der moat dus in plan komme foar lytsere doarpen, om dy oantreklik te hâlden.’’

Nu is er weinig te koop voor starters, tenzij een jong gezin verhuist, zoals onlangs dat van een van de zoons van Jan en Doetie die schuin achter hen woonden. Sinds ruim twee maanden wonen Ben (49) en Baukje (35) Jansma nu in het rijtjeshuis, met zoontje Levi (3) en soms Bens oudste zoon Splinter (15). Vier jaar woonden ze samen in een huurhuis in Dokkum. Ben: ,,We wilden graag wat kopen, maar het aanbod was niet groot in Dokkum. Toen zijn we gaan kijken langs de kust.’’ Ze zochten van Harlingen tot Lauwersoog; het werd uiteindelijk Wierum, vanwege het huis en de ligging. ,,De rust en de ruimte, en de zee.’’

Dat ze beiden nu meer reistijd hebben – Baukje werkt in de omgeving van Dokkum, Ben in Franeker – vonden ze geen bezwaar, net zo min als dat hun zoontje straks in een ander dorp naar de basisschool moet. Baukje: ,,Je moet gewoon beter plannen. Voorheen pakte je de fiets om even naar de winkel te gaan, dat kan nu niet meer. Dus maken we nu een lijstje en doen we één keer in de week boodschappen. En als we iets vergeten zijn, moeten we improviseren.’’

Veel mensen reageerden verbaasd, toen ze vertelden dat ze van Dokkum naar Wierum gingen verhuizen. ,,Vooral voormalige Wierumers. Maar wij voelden ons direct thuis hier. Ik vind het juist heerlijk dat je al die afleiding van de stad hier niet hebt. Ons werk is hectisch genoeg. Hier is de rust, hier ben ik thuis met mijn gezin’’, vindt de hoogzwangere Baukje.

Import van Rotterdam tot Nijmegen

In de jaren zeventig werden veel te koop staande huizen meteen opgekocht door Duitsers, die er hun vakantiewoning van maakten. Dat mag niet meer; alleen permanente bewoning is toegestaan.

Dat ook mensen uit andere delen van Nederland het waddendorpje weten te vinden, blijkt uit de import die overal vandaan komt; van Rotterdam tot Nijmegen.

Jan (73) en Gonnie (69) van Zanten streken twee jaar geleden in het dorpje neer vanuit het Gelderse Scherpenzeel. ,,Mijn vrouw kreeg last van jicht, kon moeilijk traplopen, dus we zochten een huis dat gelijkvloers was.’’ In die omgeving was evenwel niks betaalbaars te vinden. ,,Als er al aanbod was, vroegen ze minstens vijf ton, niet te betalen voor mensen zoals wij’’, vertelt de gepensioneerde touringcarchauffeur met Utrechtse tongval. Een dochter die in Driezum woont, opperde om bij haar in de buurt te gaan zoeken. Het vrijstaande huis uit de jaren zeventig, midden in Wierum, voldeed aan hun wensen. ,,Het is hier lekker rustig, 100 meter van de dijk en er is altijd een windje’’, somt Jan de voordelen op.

Elke dag wandelt hij met teckel Bruno wel even de dijk op. Hij laat wat foto’s op zijn telefoon zien. ,,Kijk, allemaal nesten van scholeksters. Geníeten is dat’’, klinkt hij enthousiast. Het echtpaar heeft goed contact met alle buren, en doet eens in de week boodschappen in Dokkum. Met enige regelmaat komen ze nog in het Westen, voor een bezoek aan de acht kinderen die er wonen. ,,Maar we vinden het benauwd daar.’’

Van Scheveningen naar Wierum

Jacintha van Beveren verruilde een jaar geleden een andere vissersplaats, Scheveningen, voor het waddendorp. ,,Het werd me gewoon veel te druk daar. Tien jaar geleden heb ik voor 15 maanden op de Galapagoseilanden gewoond en gewerkt, en die rust wilde ik terug’’, vertelt de 64-jarige socioloog en fotograaf. Aanvankelijk zocht ze vooral in het westelijk kustgebied, van Zeeland tot Den Helder. ,,Maar na de ramp met de MSC Zoe kwam ik hier om op te ruimen, en ik dacht meteen: hier ga ik wonen. Ik was de Friese kust gewoon vergeten.’’

loading

Ze vond een sfeervol huisje uit 1900 waar ze weinig meer aan hoefde te doen, én waar ruimte was voor haar atelier Jutvogel. ,,Ik maak van aangespoeld materiaal vogels. Dat was ook een reden om hierheen te gaan.’’ Het eerste jaar in Wierum is de Zuidhollandse goed bevallen, ook al gooide corona roet in het eten. ,,Om toch wat te doen te hebben, ben ik mondkapjes gaan maken. Ik heb er honderden gemaakt.’’

Inmiddels heeft ze al een paar vriendinnen gevonden in het dorp. ,,We ontmoeten elkaar altijd op de dijk, dan kijken we naar de zonsondergang. Op doordeweekse dagen, want in het weekend is het te druk.’’

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct