Dokkumer dichtbundel als impuls voor het Stadsfries

Wander Banga en zijn dichtbundel. Hier op de Kettingbrug in Dokkum. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Warner B. Banga spreekt het Dokkumers al zijn leven lang en dicht er nu zelfs in. Over zijn vrouw en kleinkinderen, over Dokkum en een bijzonder steegje.

,,Ut is de taal fan myn hart’’, verklaart amateurhistoricus Warner Banga zijn liefde voor het Dokkumers. Tijdens een bezoek aan een dag over het Stadsfries, eind 2018 in Franeker, realiseerde hij zich dat enkel de taal spreken misschien wel niet genoeg is om die te laten overleven. Een beetje taal wordt ook gebruikt om verhalen in te schrijven en te dichten.

Banga ging op zoek naar wat er allemaal geschreven is in het Dokkumers. ,,En kwa poézy fiel mij dat nòg wel met. Mar dan binne ut wel faak gedichtsjes over hoe moai Dokkum is.’’ Wat meer persoonlijke poëzie in het Dokkumers, dat leek Banga wel wat.

En dus sloeg hij aan het dichten. Over zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen, over zijn grote liefde voor Dokkum. En over steegjes:

Dou bist nyt groat
faak nyt su breed
mar ’t moaiste plekje
dat ik weet
soms bist wat donker
en meestal leeg
an ’t end wear licht,
su’n moaie, smalle steeg

Vooral de persoonlijke gedichten vindt hij spannend om aan een breder publiek te laten lezen: ,,Je geve jeself òk wel bloat.’’ Sommige gedichten zijn bewerkingen van gedichten of werk van anderen, zoals van de Dokkumer dichteres Tiete Douma-de Vries.

Banga hoopt dat het Dokkumers door zijn bundel een impuls krijgt. Sinds hij het zelf meer gebruikt in app- en mailverkeer merkt hij dat hij vaker antwoord in het Dokkumers terugkrijgt: ,,Aksy geeft reaksy!’’

De stad blijft evenwel een eindeloze bron van inspiratie voor Banga. Zo ook de meest recente plannen voor herontwikkeling van delen van de binnenstad. Zodra er gesproken wordt over loopbruggen van of naar de monumentale bolwerken klimt hij in de pen. ,,Jonges, kyk us hoe moai dit stadsje is, denk ik dan. Blyf der met jim poaten fanaf! Ik wurd dêr heel ferdrietug en boas fan.’’