Handelaar Hille Boschma was een gewiekste prater die overal handel zag. Niet iemand over wie snel boeken geschreven worden, maar zijn zoon Gatse deed het toch.

Hille Boschma (1906-1978) was ,,een klein koopmantsje dat niet eens fatsoenlijk Nederlands kan praten’’ – zo omschreef zijn sigarenhandelaar hem. Een echte Leeuwarder, handelaar, kermisbaas, orgelman, gewiekste prater en kort voor de kop. Hille sprak nooit meer met zijn vader, nadat die zijn fiets had verpatst.

Dat is niet de persoon over wie snel boeken worden geschreven, maar zijn zoon Gatse uit Lemmer – hij schreef theaterteksten en was een tijd zakelijk leider van Tryater – heeft dat toch gedaan. Onlangs verscheen Zwarte Hille, de kleine koopman , als een stukje petite histoire van de hoofdstad. Het is in eigen beheer uitgegeven, vertelt Boschma, die van plan is exemplaren naar Tresoar en het Historisch Centrum Leeuwarden te brengen.

Anekdotes

Toen Hille 65 werd, hadden zijn zoons een paar oude Leeuwarder vrienden uitgenodigd en om alle anekdotes vast te leggen hadden ze een Revox-bandrecorder verstopt. De kleurrijke verhalen kwamen die avond volop, de mannen zongen zelfs liedjes van vroeger. Een rijke oogst leek het – maar achteraf bleek er niets van op band te staan.

Dit boek is ‘een gebrekkige poging’ om toch nog wat van Hille vast te houden, schrijft Gatse bijna verontschuldigend aan het eind. Het is een grabbelton van herinneringen, anekdotes en slûchslim praat, een beetje zoals de Leeuwarder verhalen die tussen 1964 en 1997 elke twee weken in ’t Kleine Krantsje stonden. Omdat Hille niet zelf aan het woord komt, is het indirect: hij kon kleurrijk vloeken, schrijft zijn zoon, maar voorbeelden krijgen we niet, en wat Hille bedoelde met ‘sleepjoden’, daar kunnen we slechts naar gissen.

Wie minder thuis is is in Leeuwarden en de mensen die in de omgeving van de Eebuurt en Eigen Brood Bovenal hebben gewoond en gewerkt, verdwaalt makkelijk in het boek. Maar zelfs die lezer steekt er wat van op over de handigheid van Hille, die overal geld in zag. Zelfs in lekstoppen tijdens de oorlog: blikken schijfjes met stukjes asbest, om pannen met een gaatje mee te dichten. Hij liet ze maken door onderduikers met namen als Schele Jaap en Pietje Kracht.

‘Stal uw fiets bij Hille Boschma, 5 cent’

Toen in 1932 de Afsluitdijk zou worden gedicht, fietste Hille daarheen om het mee te maken. Daar zag hij dat er veel meer fietsers op afkwamen – een gouden kans. Hille riep: ,,Hierheen met de fiets, stalling 5 cent’’ en de mensen zetten massaal hun fietsen tegen elkaar. Hille ging naar huis met zijn verdienste, zonder zich te bekommeren om de vraag hoe al die mensen hun fiets weer terug moesten vinden.

Zulke anekdotes zijn de aardigheid van het boek. Zoals de automonteur Arie van der Berg, die moderne auto’s maar rotzooi vond. ,,Ik rats eerder zo’n auto open dan jij een conservenblikje’’, zei die, pakte een blikopener en sneed er razendsnel een autoportier mee open.

Of het oersterke gebit dat Hille had: die kon met zijn tanden een baal meel optillen. Maar toen het gebit slechter werd, besloot hij alles in een keer te laten trekken en een kunstgebit te nemen. ,,Laat zien’’, zei zijn vrouw Tiny, toen hij bij de tandarts weer naar buiten kwam. Hij haalde het gebit uit zijn zak: bij de tandarts had hij het ingehad, erna heeft hij het nooit weer gebruikt. ,,Na verloop kon hij, ook zonder gebit, alles weer kauwen. Behalve pinda’s, maar daar had hij een molentje voor.’’


Gatse Boschma, Zwarte Hille, de kleine koopman . Uitgegeven in eigen beheer, op aanvraag te verkrijgen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct