De jaarlijkse herdenking van de bevrijding van Friesland, op 15 april, is nooit een grootse gebeurtenis. Maar elk jaar is Hans Samsom uit Leeuwarden erbij. Dat moet, vindt hij.

Eigenlijk, zegt Hans Samsom (81) uit Leeuwarden, eigenlijk was de Duitse bezetting wat aan hem voorbij gegaan. In 1945 was hij een jongen van zes. Zijn vader was internist, net als hij zelf later zou worden, en thuis aan de Willemskade, in het grote pand pal naast de stadsvilla aan de Sophialaan (en nu: tegenover het Pannekoekschip) was er geen gebrek.

,,We hadden gas, elektrisch, kolen en de telefoon deed het ook nog’’, zegt hij. ,,Op de verjaardag van mijn drie jaar oudere broer, op 1 februari van 1945, hadden we slagroomtaart gehad. Patiënten van mijn vader hadden eieren, bloem en zo meegebracht.’’ Zijn vader had een praktijk aan huis, en werkte ook in het Diaconessenziekenhuis en het Bonifatiushospitaal.

Wat was er wel van de oorlog, strijd en bezetting te merken geweest? Samsom noemt de bombardementen op de Leeuwarder vliegbasis in 1944, waar in september in Bitgummole twaalf slachtoffers vielen, maar dat weet hij vanwege zijn latere interesse in geschiedenis. In de woning aan de Willemskade kwamen in februari evacués uit Roermond, de familie Pluymaekers, die met een zachte G spraken en een kruis sloegen. Ook Guillaume Lemmens, de bisschop van Roermond, zat een tijdje aan de Willemskade.

Brand in het weeshuis

Toen kwam de avond van 14 april 1945. De Canadezen waren al bij Heerenveen, de Binnenlandse Strijdkrachten dachten dat het tijd was om ook in Leeuwarden toe te slaan, maar dat was een verkeerde aanname, de Duitsers waren beter georganiseerd. Dat is achterafkennis van Samsom. Wat hij zich van die avond herinnert: de Duitsers staken het Old Burger weeshuis in brand, waar het archief van de Ortskommandantur in was ondergebracht. Een verzengende brand was het.

Dat was aan de overkant, ,,Ik herinner me nog heel goed hoe mijn broer en ik voor het raam stonden te kijken. Tot mijn vader binnenkwam en riep: ‘Wég van die ramen!’. Er zou ook munitie liggen, als die zou ontploffen dan zouden de splinters overal vliegen. We werden naar de kelder verwezen.’’

,,De huisarts uit Koudum belde met mijn vader. Hij zag een rode gloed boven Leeuwarden en meende dat de stad gebombardeerd werd. Mijn vader zei: ‘We zien wel brand, maar het lijkt mee te vallen. We horen wel geweerschoten her en der’. Later hoorden we dat de Binnenlandse Strijdkrachten zich die nacht moesten terugtrekken. Die hebben via via de Canadezen gevraagd met spoed naar Leeuwarden te komen. Anders was het niet goed gegaan.’’

De Canadezen komen

De volgende dag, zondag 15 april 1945 om 12.23, reed de eerste gevechtswagen van de Royal Canadian Dragoons de stad binnen, langs de Groningerstraatweg. Op de Groningerstraatweg is de zesjarige Hans Samsom niet geweest, ,,ik ben die dag bij huis gebleven’’, waar mensen opdoken die hij nog nooit eerder had gezien: onderduikers die zijn ouders zelfs voor hem verborgen hadden gehouden.

Zijn oudere broer was wel naar het Zaailand geweest, om naar de pantserauto’s en de Canadese soldaten te kijken. Hij slaat een album open met een paar foto’s: ,,Mijn moeder heeft foto’s gemaakt. Kijk, hier is prins Bernhard.’’ Die was een paar dagen later, op 18 april, in Leeuwarden.

‘We zaten juist aan tafel’

Op de bevrijdingsdag liep de stad vol met mensen, overal werden rood-wit-blauwe vlaggen uitgestoken. ,,We zaten juist aan tafel toen het bericht door de stad vloog en het gejuich aankondigde dat ze in de stad waren’’, noteerde journalist Keimpe Sikkema die dag in de Fonteinstraat (zijn oorlogsdagboeken staan online op de website van Tresoar).

,,In a hurry hebben we ons met zoveel zorg en moeite samengestelde middageten naar binnen gewerkt en zijn naar de Groningerstraatweg gehold. We hebben gejubeld en gejuicht toen we steeds grotere groepen pantserwagens, ducks, vrachtwagens met bruine, lachende Canadezen de stad zagen binnendenderen.’

,,We zijn op de pantserwagens geklommen, hebben de stevige Canadese knuisten geschud, onze tranen weggeslikt om ons school- en BBC-Engels niet nóg onvoordeliger te laten uitkomen, we hebben als een kind gebedeld om een Canadese handtekening. Zelfs pake en beppe zijn de stad ingetrokken, onbevreesd voor de uitgelaten, hossende menigte.’’

,,We hebben de nog smeulende resten van het Old Burger Weeshuis in ogenschouw genomen, waarvan alleen de muren zwartgeblakerd overeind staan. De Rijks-HBS en de omliggende gebouwen hebben niet geleden.’’

Een majoor in huis

Bij de Samsoms werd een majoor van de Dragoons ingekwartierd, Richardson. De Dragoons, vertelt Hans Samsom, waren jonge mannen, die onderweg van Italië naar Nederland zware verliezen hadden geleden: van de 1350 waren er 380 over, de rest was gewond of dood achtergebleven.

,,Major Richardson was 23, toen ik zes was’’, zegt hij. ,,Ik heb later wel eens geprobeerd hem te zoeken, maar dat is me niet meer gelukt.’’

Interessanter voor de jongen, en zijn buurvriendje David van Kampen, waren de Canadezen die hun intrek hadden genomen in de witte stadsvilla, dat ze tot hoofdkwartier hadden benoemd. ,,Daar stond altijd iemand op wacht, en die werd nu en dan afgelost. We hadden onze eigen changing of the guards.’’ En ze kregen kauwgom; voor de Navy Cut-sigaretten die de Canadezen ook uitdeelden waren ze te jong.

De geur van benzine

,,Wat me nog het meest is bijgebleven, zijn de metalen jerrycans met benzine, met zo’n flipdop. Nog altijd als ik benzine ruik dan denk ik aan de jeeps en de Canadezen.’’

De auto van zijn vader, een Hudson convertible, kwam ook weer tevoorschijn. Die werd, in de herinnering van zoon Hans, meteen gevorderd door de Canadezen. Maar die hadden buiten evacué Pluymaekers gerekend, die zei (Samsom zegt het met een zachte G): ,,Die is nodig voor de bisschop van Roermond.’’ Daar konden ze niet tegenop.

Toen een groep Canadese veteranen in 2015 naar Leeuwarden kwam en de historische rit langs de Groningerstraatweg overdeed, trof dat Samsom, die een grote interesse in geschiedenis heeft.

Sindsdien is hij elk jaar aanwezig bij het hijsen van de vlag op 15 april – hoe klein die ceremonie ook is. ,,Ik vind dat ik daar bij moet zijn. Het is belangrijk voor mij persoonlijk en het is een moment om even terug te denken. We hebben onszelf niet bevrijd, we zijn bevrijd door die mensen de met 1350 zijn begonnen en met 380 in Nederland kwamen.’’

,,De Tweede Wereldoorlog is voor mij wel een ijkpunt. Het is de laatste oorlog die wij hebben meegemaakt en we moeten ongelooflijk blij zijn dat we in vrede leven.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Tweede Wereldoorlog
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct