Cambuur presteert dit seizoen goed. FOTO HENK JAN DIJKS

Waarom Cambuur Cambuur heet (en tien andere vragen over de voetbalclub en de wijk)

Cambuur presteert dit seizoen goed. FOTO HENK JAN DIJKS

Voetbalclub Cambuur verhuist straks naar een nieuw stadion, maar dat betekent niet dat de naam verdwijnt uit de oude wijk. Cambuur staat namelijk al op de kaart sinds de middeleeuwen. Hoe zit dat eigenlijk?

Voetbalclub Cambuur verhuist in 2021 naar een nieuw stadion aan de westkant van de stad. De gemeente probeert nu met buurtbewoners plannen te maken voor het vrijkomende gebied. Daarbij zijn ze op zoek naar ,,het DNA van Nieuw Oud Oost’’. Bedoeld wordt het gebied waar de naam Cambuur al eeuwen doorklinkt in allerlei namen, bijvoorbeeld het Cambuursterpad, de Cambuurstraat en het Cambuurplein.

Waar komt die naam Cambuur eigenlijk vandaan?

Cambuur en Camminghaburen zijn beide historische naamvarianten voor de ,,burcht van de familie Kamminga’’, schrijft Karel Gildemacher in zijn boek Friese plaatsnamen. Ook Camminghaburcht, Camminghatarp en Camminghastate zijn vroeger wel gebruikt als naam voor dit kasteeltje aan de oostkant van Leeuwarden. De vroegst bekende naam is Kampenggabure in de twaalfde eeuw. Na de middeleeuwen kwam de naam Cambuur steeds meer in zwang.

Wie vormden die familie Cammingha?

Het geslacht van de Cammingha’s was een familie van hoofdelingen, voorlopers van de latere adel. Friesland kende honderden van zulke hoofdelingenfamilies, die ieder de macht hadden over een groepje terpen of een dorp. Waarschijnlijk begon het geslacht Cammingha ooit bij een hoofdeling die Kempa of Kampe zal hebben geheten, schrijft historicus Paul Noomen, die de familie uitgebreid onder de loep nam als onderzoeker van de Fryske Akademy. Erfgenamen van Kempa noemden zich Kamminga en later Cammin-gha. Het later bedachte familiewapen verwijst – letterlijk – naar de klank van de naam, want er staan kammen in.

loading

Hoe ontstond Cambuur?

Hoofdelingenfamilies woonden in eerste instantie meestal in een houten boerderij en bouwden hier vanaf de twaalfde eeuw vaak een stins bij. Dit was een omgrachte stenen toren op een aangelegd heuveltje (wier) vlakbij de boerderij. Ook de Cammingha’s, of hun voorouders legden zo’n versterkt complex aan als bescherming tijdens twisten met andere hoofdelingenfamilies. Wanneer die met een troepje bewapende mannen ‘op bezoek’ kwamen, viel zo’n kasteeltje namelijk goed te verdedigen. Vanaf de vijftiende eeuw werden stinzen echter kwetsbaar door de komst van sterke kanonnen. Toen bezaten de Cammingha’s al veilige huizen binnen de grachten van Leeuwarden en vonden zij het waarschijnlijk onnodig om Cambuur verder te versterken. Ze hielden dit ouderwetse kasteeltje wel in bezit en breidden het in latere eeuwen uit tot een geriefelijke buitenplaats (state).

Waren de Cammingha’s machtig?

Zeker, aan het einde van de middeleeuwen behoorden ze tot de machtigste drie families van Friesland. Ze waren heer en meester in Leeuwarden. Ze hadden hun invloed geleidelijk opgebouwd door strategische huwelijken, vriendschappen en verbonden met een aantal grote kloosters. Het bezit van de Cammingha’s lag vooral aan de oostzijde van de opkomende stad en juist daar vonden de meeste stadsuitbreidingen plaats. De familie was waarschijnlijk betrokken bij de bouw van verschillende kerken en het grote dominicaner stadsklooster. De Cammingha’s bezaten verschillende panden in deze buurt en bouwden voor zichzelf een nieuw stadskasteel langs de Voorstreek. Dit ‘Amelandshuis’ bood de familie meer veiligheid en prestige dan Cambuur, dat buiten de beschermende stadsgrachten lag. Toch deden de Cammingha’s geen afstand van hun oude kasteeltje. Sterker nog: in verschillende testamenten lieten ze vastleggen dat Cambuur met bijbehorende landerijen als eenheid in familiebezit moest blijven.

Zaten de Cammingha’s alleen in Leeuwarden?

Nee, de familie had wortels in noordelijk Friesland. Volgens historicus Noomen is het aannemelijk dat de Cammingha’s eerst in de omgeving van Blija woonden en misschien ook bij Hallum, voordat zij hun machtspositie bij Leeuwarden opbouwden. Vanuit de noordelijke dorpen kregen zij de macht over Ameland. In Ballum bouwden de Cammin-gha’s een sierlijk kasteel om dit te benadrukken. Tot in de achttiende eeuw mochten zij zich ‘erf- en vrijheer van Ameland’ noemen, een titel die tegenwoordig aan koning Willem-Alexander toebehoort. In later eeuwen groeiden de Leeuwarder en Amelander Cammingha-takken echter uit elkaar. Cambuur kwam via huwelijken en vererving in handen van de families Juckers, Burmania en Rengers.

Waarom bestaat slot Cambuur niet meer?

De adel verloor in de achttiende en negentiende eeuw veel privileges en inkomsten. Friese edellieden zochten werk in het leger of als bestuurder en trokken met hun gezinnen naar het midden of westen van ons land. Ze verloren hun Friese kasteeltjes uit het oog en hadden ook steeds minder geld om ze te onderhouden. Het slot Cambuur raakte verwaarloosd en was na 1750 amper nog bewoonbaar. Het kasteeltje kwam in handen van de Friese Staten, die het vanaf 1785 nog gebruikten als gevangenis en kruitmagazijn. In 1810 werd het adellijke huis gesloopt, inclusief de bijbehorende kapel en de bijgebouwen.

Hoe kan het dat de naam bleef bestaan?

Zowel de gemeente als de omwonenden bleven na 1810 spreken van Cambuur of Camminghaburen als zij de omgeving van het kasteelterrein bedoelden. Dit gold ook voor allerlei water- en straatnamen. Het kasteel was van oudsher via het Cambuursterpad en via water verbonden met het stadscentrum.Via de Weg naar Cambuur (tegenwoordig Cambuurstraat) liep er een route naar het Vliet, waar via de Cambuursterbrug een verbinding bestond naar het zuiden. Het pad bleef in handen van de familie Juckema van Burmania Rengers. ,,In 1889 droeg de erfgename van de bezitters van Camminghaburg het Camminghabuursterpad en de vaart aan de gemeente over’’, schreef straatnamenkenner Wim Dolk hierover in zijn boek. Toen er nieuwe huizen (op het latere Schoppershof)waren gebouwd, werden zij voortaan ook vaak aangeduid als Cambuur. In 1899 ontstonden er een 1e en 2e Cambuurstraat.

loading

Wat staat er nu op de plek van de burcht?

Rond 1920 kwam de bouw van grote uitbreidingswijken op gang. ,,Tussen Groningerstraatweg, Bleeklaan en Cambuursterpad’’ ontstonden nieuwe Cambuurverwijzingen, schrijft Dolk. In 1920 leidde dit onder andere tot de naam Camminghastraat. Al snel volgden straten met dierennamen zoals de Schapestraat en Ramstraat. Wie het oude kasteelterrein tegenwoordig wil aanwijzen, moet het zoeken tussen de Camminghastraat, Ramstraat en de Pasteurweg. De Schapestraat loopt precies over het historische kasteelterrein. Archeologen hebben door de jaren nog wel eens resten gevonden van het kasteel, maar er is nooit grootschalig onderzoek naar gedaan.

Hoe raakte de naam Cambuur verweven met sport?

In 1931 ontstond bij de gemeente het idee om een sportpark aan te leggen aan de oostzijde van de stad. ,,Het sportpark zal een oppervlakte beslaan van ongeveer 13 hectare gronds’’, schreef de Leeuwarder Courant later. Hiermee werd het gehele gebied tussen het Cambuurplein en de latere Archipelweg bedoeld. De werkloosheid was destijds groot en het was dan ook de bedoeling om ,,ongeveer 200 arbeiders, onder wie 15 a 20 zandschippers te werk te stellen’’. Bij de opening in 1936 werd het sportterrein Gemeentelijk Sportpark Cambuur gedoopt. Kranten maakten in de jaren daarna melding van een veelzijdig gebruik. Denk aan hockey, schoolsport en voetbal, maar ook atletiek en hondenraces. Cambuur diende als uitvalsbasis voor voetbalclub Frisia en later voor VV Leeuwarden.

loading

Hoe komt de club Cambuur aan zijn naam?

Cambuur was na de oorlog ingeburgerd als naam voor het sportpark. Toen in 1964 de basis werd gelegd voor de huidige profclub, moest er een naam verzonnen worden. Omdat er op sportpark Cambuur werd gespeeld, was dit meteen ook een logische naam voor de club. Bovendien bood de verwijzing naar de oude Cammingha’s inspiratie voor een nieuw clubtenue. Blauw, geel en een liggend hert werden aan het Camminghawapen ontleend. Dit gebeurde met toestemming van een adellijke Cammingha-nazaat.

Wordt de naam Cambuur straks op twee plekken gebruikt?

Ja, de naam zwermt straks uit over de stad. Voetbalclub Cambuur verhuist in 2021 naar een plek achter het WTC, terwijl de buurt rond het Cambuurplein ook blijft bestaan met de huidige straatnamen. Daarnaast is er nog een derde Cambuurlocatie in Leeuwarden, want ook de wijknaam Camminghaburen is een eerbetoon aan het kasteel van de Cammingha’s. Deze benaming werd in 1970 voor het eerst gebruikt bij het schetsplan voor de nieuwe wijk. Toen daar later straatnamen aangewezen moesten worden, werd de familie andermaal vereerd met een straat: de Camminghaburg. Het wijkgebouw heet tegenwoordig MFC Camminghastins.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct