Tresoar laat Oudfriese handschriften onderzoeken

Tresoar laat onderzoek doen naar de zogenoemde Richthofencollectie. De collectie bestaat uit tien middeleeuwse rechtshandschriften die in het Oudfries geschreven zijn. Ook het Freeska Landriucht, het eerste in het Fries gedrukte boek, wordt onderzocht.

Digitalisering

Onderzoeksbureau Pastei gaat de materiële staat van de handschriften onderzoeken en proberen om de voormalige eigenaren te achterhalen en kijkt ook naar wat mogelijke manieren zijn om de handschriften te digitaliseren.

Karl von Richthofen

De handschriftencollectie is aangekocht in 1922. De handschriften zijn verzameld door de Pruisische rechtsgeleerde Karl von Richthofen (1811-1888), die zich had gespecialiseerd in middeleeuws Fries recht. Vanwege geldzorgen bood de familie de collectie in 1922 te koop aan.

Hierop werd er een inzamelingsactie gehouden onder organisaties en burgers in Friesland om de belangrijke verzameling naar de provincie te halen. Dat bracht 15.000 gulden op, waarmee de collectie werd gekocht.

Oudfriese handschriften

Het belang van de Richthofencollectie schuilt volgens Tresoar vooral in het feit dat zes van de tien handschriften in de Oudfriese taal zijn geschreven. Hiermee bevat de collectie een groot deel van wat er aan Oudfries overgeleverd is.

In totaal zijn zestien Oudfriese handschriften bekend naast het Freeska Landriucht of (Oude) Druk . Dit boek, dat stamt uit de periode 1484-1486, is het enige gedrukte boek dat binnen het Oudfriese corpus van rechtsteksten bekend is. Tresoar heeft daarvan drie exemplaren in bezit.