Voor er op de Leeuwarder vliegbasis gebouwd of uitgebreid kan worden, moet gemeten worden of er onder de grond geen onontplofte bommen liggen. Daar zijn bedrijven voor.

Het is bijna 76 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Dus, zegt de leek, zullen alle bommen die er boven Nederland zijn uitgegooid en nog ergens lagen zo langzamerhand wel zijn opgeruimd.

Boudewijk Rook lacht om zulke ideeën. Hij is senior deskundige OOO, een afkorting die staat voor Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten, en hij heeft nog werk genoeg. Van alle Duitse en geallieerde bommen die op Europa zijn gegooid (ongeveer 2,7 miljoen ton) is zo’n 10 procent niet afgegaan. En daarvan is tot nu toe 15 procent opgeruimd.

Opsporen en onschadelijk maken

Rook en zijn collega Ard Snippe werkten de afgelopen weken op vliegbasis Leeuwarden. Daar wordt druk gebouwd en dat gaat niet zomaar. Op het terrein, dat in de oorlog door de Duitsers als vliegbasis gebruikt werd en onder meer in februari 1944 het doelwit was van bombardementen, moet eerst onderzoek gedaan worden. Of er onder de grond niet nog iets ligt dat, bijvoorbeeld door de trillingen van het heien, af zou kunnen gaan.

Vroeger was dat opsporen het werk van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), maar die werd ermee overstelpt.

loading  

Dus sinds een jaar of twintig bestaan er bedrijven als IDDS uit Noordwijk, waar Rook en Snippe voor werken, die dat doen. Als ze iets vinden, komt de EOD er wel aan te pas om het onschadelijk te maken.

Hier onderzochten ze een stuk van een halve hectare, na vooronderzoek in de archieven. ,,Het verbaast me elke keer hoeveel je van tevoren al weet’’, zegt Rook. ,,Zo grondig hebben de Duitsers en de geallieerden gedocumenteerd waar er gebombardeerd is.’’

Prikken

Daarna gaan ze meten, met de chain drive. ,,Een soort lans’’, beschrijft Rook, ,,waarmee we in de grond prikken.’’ Die geeft een beeld van wat er aan metaal in de omgeving zit. Kans om als het ware per ongeluk op een bom te prikken is er niet: deskundigen als Rook en Snippe zien dat gevaar ver van tevoren aankomen. Meestal gaat dat prikken tot een meter of 6 diep, maar hier op de basis gingen ze een paar keer tot 18 meter. ,,Dan kom je op de harde laag, dieper kan een explosief niet liggen.’’

,,Het is een beetje wat mensen met metaaldetectoren doen, zeg ik, maar dan grondiger.’’ Dat is een gevoelig punt. ,,Dat moeten ze verbieden’’, zegt Rook. ,,Net als magneetvissen. Die mensen zijn pas echt gevaarlijk bezig, die zo een granaat opvissen en oppakken. Daar gaat het ze vaak om, die doen dat heus niet alleen voor oud ijzer.’’

Wat is er in de zes weken dat ze hier peilden aangetroffen? ,,We hebben helemaal niks gevonden’’, zegt Rook. ,,Ja, een paar bomscherven. Maar die zijn niet interessant, daar worden wij niet warm of koud van.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct