Jaap Bijlsma is onder andere atleet en bokser geweest en heeft de Elfstedentocht vijf keer geschaatst.

Oud-atleet Jaap Bijlsma: 'Ik ben een bevoorrecht mens'

Jaap Bijlsma is onder andere atleet en bokser geweest en heeft de Elfstedentocht vijf keer geschaatst. FOTO NIELS DE VRIES

Tachtig jaar geleden won Jaap Bijlsma zijn eerste prijs. Wat volgde was een rijk leven. Zonder drank en tabak, maar met sport, heel veel sport. De ‘eerste asielzoeker van Sneek’ blikt op 93-jarige leeftijd terug, dankbaar en kerngezond. ,,Ik ben een bevoorrecht mens.’’

De voordeur zwaait open en meteen gaat het over sport. Jaap Bijlsma – scherpe blik, geen grammetje te veel en zonder rollator of andere hulpmiddelen – wijst direct op de oorkonde, die in de gang op het mooiste plekje hangt. De onderscheiding is hem verleend vanwege het per schaats volbrengen van vijf Elfstedentochten. ,,De eerste keer in 1954, op houtjes. De laatste in ’97, toen was ik bijna 70. Ik zal je straks de stempelkaarten laten zien, maar we gaan eerst even naar boven.’’

En húp: Jaap Bijlsma staat al bovenaan de trap. ,,Ach jonge ja, ik kan mezelf nog goed redden. Ik kom makkelijk uit de stoel en rij nog zelf auto. Maar fietsen doe ik niet meer, te gevaarlijk. Vroeger veel gedaan hoor, dui-zen-den kilometers. Ik meen 23 keer de Elfstedentocht, op een pracht van een Koga die nu 50 jaar oud is. Die laat ik je straks ook even zien. Eerst dit.’’

‘Dit’ is de uitpuilende prijzenkast met wat spul eromheen, boven het trapgat. Medailles, bekers, vaantjes en lauwertakken; gewonnen als atleet, schaatser en wielrenner. Bijlsma stond ook als bokser zijn mannetje, maar de daarmee gewonnen medailles sieren een kantoorwand bij verzekeringsagent en boksliefhebber Eddy ten Cate, in hartje Sneek. ,,Een mooi plekje en die jongen is er hartstikke blij mee. Ik wip wel eens binnen, want ik wandel graag en dan hebben we het er even over. Volgens mij stamt de oudste medaille uit 1941.’’

Dat klopt. Het geheugen laat de geboren Leeuwarder heel soms in de steek, maar dit blijkt een voltreffer. ,,Ik was toen een ‘mugje’ van 14. Mijn vader Johannes goot de sport bij ons met de paplepel naar binnen. Hij voetbalde, kaatste en schaatste en wilde dat mijn twee zussen en ik ook actief werden. Om de contributies en de turnpakjes van Beitske en Miep te kunnen betalen, werkte hij als metaalbewerker ’s avonds over. Ik ging naar Frisia, de boks- en atletiekvereniging. Fantastisch.’’

BAV Frisia was in 1933 opgericht door Johan Poelsma, een bevlogen bokstrainer die de hele provincie rondging voor clinics en het oprichten van andere clubs. De Tweede Wereldoorlog belemmerde de groei van de sport allerminst. ,,In 1941 was er een gala in Leeuwarden waar vijfhonderd toeschouwers op afkwamen. Als jonkje zag ik clubgenoot Johan van der Meulen boksen, tweevoudig Nederlands kampioen. Er waren meer uitstekende boksers. Zelf blonk ik niet uit hoor, tenminste niet in de ring. Ik was klein en kreeg veel klappen. Maar toen Poelsma het aantal conditietrainingen opschroefde, kon ik met de besten mee.’’

loading

Boomstammen

Poelsma hechtte grote waarde aan uithoudingsvermogen. Hij organiseerde vele looptrainingen en -wedstrijden en liep daarbij steevast op kop. Tot die ene keer in 1949, toen hij een loop over 34 kilometer had uitgeschreven. Bijlsma was in zijn element en won met ruim een kwartier voorsprong. Hij hing de bokshandschoenen terstond aan de wilgen (,,Die dingen stonken altijd een uur in de wind’’) en stortte zich volledig op het hardlopen. ,,Van alles. 1500 meters, 10 kilometers, veldlopen, steeplechases. Dat laatste was geweldig. Het was nog de tijd dat je zelf vaak het parcours moest verzorgen. Om te trainen sleepten we overal boomstammen vandaan om overheen te springen en er werden natuurlijke hindernissen gebruikt, zoals slootjes.’’

Zijn ogen twinkelen. ,,Tientallen jaren later nam ik m’n Sneker vrienden mee naar het bos voor een stevige training. Ik zag wat stukken boomstam liggen en liet daar de mannen mee omsjouwen. Even later vergingen we allemaal van de jeuk. Zaten die dingen vol met dikke mieren!’’

De oorlogsjaren staan Bijlsma nog helder bij. ,,Pa werd als soldaat gemobiliseerd en lag ergens in Brabant. Toen hij terugkwam, zat de schrik voor de Duitsers er goed in. Op het einde van de oorlog dook hij onder, bij Rohel. Daar werd een regenton in de grond ingegraven. Als er gevaar dreigde, ging pa erin zitten, helemaal ‘opgevouwen’. Deksel met aarde erop en afwachten. Eén keer duurde het zo lang, dat toen-ie eruitkwam hij volledig verkrampt was en een halve dag niet kon lopen.’’

,,Ik heb ook ondergedoken gezeten. Een sportieve knaap van 17 konden de Duitsers wel gebruiken, dus we namen geen risico. Ik werkte in die periode in een fabriek waar fietsbellen werden gemaakt. Daar was ik meteen na de lagere school naartoe gegaan. Zo ging dat: er moest geld komen. Ik heb later geen opleiding meer gevolgd. Ik werd vlak na de bevrijding opgeroepen om als soldaat naar Nederlands-Indië te gaan, maar ik ontsprong de dans. Ik werd wasbaas op een kazerne, voor ruim twee jaar. Toen dat voorbij was, werd ik in Leeuwarden magazijnchef bij een fabrikant in landbouwmachines.’’

Bijlsma maakte furore als atleet. Plakboeken vol vergeelde krantenknipsels en foto’s getuigen van de successen. Als lid van het Leeuwarder Vitesse won hij met twee clubgenoten de Nederlandse veldlooptitel over 5 kilometer. Op het NK steeplechase veroverde hij een zilveren en twee bronzen medailles. Noordelijke kampioenschappen zijn niet op de vingers van een hand te tellen.

,,Toen ik net bij Vitesse zat, trainden we na de damesgroep. Op een avond attendeerde iemand me op een hele snelle atlete. Ik zag direct dat het een halve jongen was. Een ‘kweentje’, zo werd gefluisterd. Ria, toen nog mijn vriendin, bracht haar soms met de auto naar de trein. Hartstikke sneu hoor, zei ze dan, je ziet gewoon een snor zitten.’’ Het gaat hier om Foekje Dillema, de sprintster uit Burum, die zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtskenmerken had en in 1950 door de atletiekunie werd uitgesloten. Bijlsma: ,,Sneu verhaal, maar wat was die meid rap!’’

loading

Voor zes uur binnen

De gedisciplineerd levende Bijlsma – ,,Nooit een druppel drank en een sigaret gehad’’ – ontmoette Ria Meinders, waar anders, op de atletiekbaan. ,,Daar was ik bijna elke avond, want ik was een trainingsbeest.’’ Ze trouwden in 1956. Bijlsma had er toen al twee Elfstedentochten opzitten.

,,Mijn eerste was die van 1954. Ik zeg niet dat ik het met twee vingers in de neus haalde, maar het ging heel best. Ik was mooi voor zes uur binnen. Mijn vader had uit een lege zak veevoer een extra jas voor me gemaakt en voor ‘de kleine jongen’ droeg ik een krant in de broek. Ik had briefjes gemaakt met daarop het telefoonnummer van het kantoor waar Ria werkte. Onderweg gaf ik die aan toeschouwers met het verzoek om haar even te bellen en te melden waar ik was en dat het goed met me ging. De finish zal ik nooit vergeten. Wát een mensenmassa!’’

De tiende Elfstedentocht werd op 3 februari 1954 gewonnen door Jeen van den Berg. Hij was de snelste van de 138 wedstrijdrijders: 7 uur en 35 minuten. Bijlsma (een van de 2206 gefinishte toerrijders) deed er drie uur langer over.

Twee jaar later was hij er wederom bij. ,,Weer lekker gereden, anderhalf uur sneller.’’ Maar belangrijkste wapenfeit was dat jaar toch zijn huwelijk, dat zelfs met foto de regionale pers haalde. ,,Ach, atletiek was toen een grote sport in Friesland. De foto werd gemaakt omdat de atletes van Vitesse bij het stadhuis een erehaag vormden.’’

De op 12 augustus 1931 geboren Ria Bijlsma-Meinders schonk het leven aan vier kinderen. ,,Dat ging in vlot tempo. In 1957 werd Hans geboren. Antje was de tweede, maar zij is helaas na twee weken overleden.’’ Hij slikt even. Dan: ,,Met het gezin verhuisden we in ’64 voor mijn werk naar Zwolle. Toen we op zeker moment Leeuwarden bezochten, wilden we naar het graf van Antje. Dat bleek, zonder dat wij het wisten, te zijn geruimd. Dat was echt heel erg.’’

In 1959 en op de valreep van 1960 werd het gezin uitgebreid met Annette en Wilma. De kinderen bleken het sportvirus van hun ouders te hebben meegekregen. Hans haalde als voetballer bij Sneek de hoofdklasse en schaatste drie keer de Elfstedentocht. Annette en Wilma groeiden uit tot sterke handbalsters bij het inmiddels ter ziele gegane SHC. ,,O ja’’, zegt hun vader, ,,daar heb ik ook nog gespeeld, bij de veteranen.’’

Een sportman die vader is geworden, staat anders in het leven, zo ervoer Bijlsma in 1963. Komende maandag 58 jaar geleden stond hij aan de start voor zijn derde Elfstedentocht. De finish werd niet bereikt. ,,Ik verontschuldig me niet, maar het was een zware kluif. De wind was keihard en op het eerste stuk moest veel gelopen worden. Rond één uur ’s middags was ik in Bolsward. Dat was anderhalf uur langzamer dan zeven jaar eerder, dat was een slecht teken. In Bolsward stond mijn zus met eten. Toen ze zei: ‘Denkst wel om dien drie kienderkes nou?’, knapte er iets. Het was gekkenwerk om door te gaan. Ik ben gestopt. O ja, ik heb daar nu nog wel eens spijt van, maar ik besef dat ik mezelf voor erger heb behoed. Het had op de kop verkeerd kunnen gaan.’’

Tropenjaren in sporthal

Het wonen en werken in Zwolle was van korte duur. ,,We wilden graag terug naar Friesland.’’ Hij solliciteerde met nog 129 personen op de functie van sporthalbeheerder in Sneek en werd gekozen. Vanaf 1 februari 1968 werd de toen hagelnieuwe Sneker Sporthal zijn domein. ,,En dat van Ria en de kinderen. Man, man, wat hebben we daar wat uren doorgebracht. ’s Ochtends waren we de eersten en ’s avonds de laatsten, zeven dagen in de week. De sport in Sneek ontwikkelde zich in die jaren enorm, mede door de sporthal. Badminton, handbal, zaalvoetbal, volleybal natuurlijk, noem maar op. Tennis niet te vergeten.’’

Soms kroop het bloed waar het niet gaan kon. ,,Dan was ik bezig met een schoonmaakklusje en riepen ze uit de zaal of ik even tijd had. Kwamen ze voor het dubbelspel een mannetje te kort. Ach, mut kanne toch?’’

Het waren zeer intensieve, maar al met al twintig geweldige jaren. Bijlsma werd een bekende Sneker, want wie kwam er niet in de sporthal? ,,En als ze niet bij een club aan sport deden, kwamen ze wel in de hal als RSG-leerlingen voor gymles.’’

Omdat het gemak de mens dient, gingen de Bijlsma’s wonen aan de Almastraat, op een minuutje lopen van de sporthal. ,,Dan hoefden de kinderen nooit in het donker over straat, maar het betekende ook dat je eigenlijk 24 uur per dag paraat stond. Ze wisten waar we woonden en als er wat loos was, ging je naar de hal. Maar geen klagen. Sport was mijn leven en in de sporthal hebben we daar echt middenin gestaan. Schitterende volleybalwedstrijden meegemaakt en de zaalvoetbaltoernooien waren ook altijd sfeervol. Voor de jeugd zal ik best wel streng zijn overgekomen, maar dat moest je ook zijn. Als je niet oplet, laten ze de douches lopen en alles slingeren. Maar ik heb ook vaak ouderen vermanend moeten toespreken. Sommigen wilden de zaal in op sportschoenen waar een halve kilo klei onder hing. En je dan nog vreemd aankijken als je er wat van zei.’’

Als Leeuwarder aardde hij helemaal in Sneek. ,,Toen ik 80 werd, hadden vrienden wat georganiseerd. Eentje hield een speech. Daarin stond dat ze ‘de eerste asielzoeker van Sneek’ helemaal hadden geaccepteerd, ha ha.’’ Alle vrienden waren en zijn gek van sport. ,,Voetballers, zeilers, schaatsers, volleyballers, van alles’’, aldus Bijlsma, die 22 jaar moest wachten om revanche op zichzelf te kunnen nemen. ,,Want die Elfstedentocht van ’63 zat me toch niet lekker. Die van 1985 ging best en een jaar later kende ik ook geen probleem. In die jaren trainden we veel in Thialf. Dat scheelt natuurlijk wel, zeker als je ouder wordt. Conditioneel zat ’t prima, maar bochtjes lopen heb ik nooit gekund.’’

Met de zeven kruisjes in zicht voltooide Bijlsma 24 jaar geleden zijn vijfde Elfstedentocht. ,,Zet me alsjeblieft niet als een opschepper neer, maar het is denk ik wel bijzonder dat ik dat voor elkaar heb gekregen.’’ Op het bekende brug-kunstwerk over de Murk is een foto van hem te vinden. ,,Vlak onder die van de koning.’’

Altijd winnen

Niemand haalt in het leven ongeschonden de finish, zo weet Jaap Bijlsma. Op 28 maart 2015 overleed zijn vrouw. ,,Dat was een klap. We waren bijna zestig jaar getrouwd.’’ Hij mist haar enorm, maar vereenzaamt niet. ,,Wat ik heel lastig vind, is dat steeds meer mensen om me heen wegvallen. Dan ligt er wéér een rouwkaart in de bus… Ik ga er vaak op uit, al is dat door de corona nu wel moeilijk. Ik mis momenteel mijn kaart- en biljartmiddagen en als toeschouwer de volleybalwedstrijden. Als ik weet dat er leuke atletiekwedstrijden zijn, ga ik daar even kijken. Schaatsen doe ik niet meer, je moet weten wanneer het te gevaarlijk wordt. Ik heb mijn schaatsen aan m’n dokter geschonken.’’

,,Ik heb veel steun aan de kinderen en geniet van de vijf kleinkinderen en de twee achterkleinkinderen. Als ik met dat kleine grut spelletjes deed, zeiden ze wel eens: ‘Opa, je wilt altijd winnen hè?’ Tja, dat is de aard van het beestje. Zo scharrelen we maar wat door. Dat ik nog zo zelfstandig ben, koester ik. Ik ben een bevoorrecht mens, die er niet per se op uit is om de 100 te halen. De dokter heeft me laatst weer nagekeken en was tevreden, maar hij zei erbij dat ik zo’n beetje in mijn ‘overuren’ zat. Ik zie wel.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct