De Prinsentuin in 1954, een jaar voor de tragische dood van Klaas Mosselman

'Nog altijd als ik ‘Prinsentuin’ hoor zeggen of lees, of als ik langs het park ga, flitst het door mijn hoofd'

De Prinsentuin in 1954, een jaar voor de tragische dood van Klaas Mosselman FOTO HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN

De Prinsentuin is al tweehonderd jaar een openbaar park. Zaterdag begon daar een tentoonstelling over in het Historisch Centrum Leeuwarden. Waar velen mooie herinneringen aan het park hebben, is dat voor Winny Feenstra-Mosselman uit Leeuwarden anders. Hieronder haar aangrijpende verhaal.

,,Mijn verhaal speelde zich af in 1955. Ik was toen dertien jaar. Het is helaas geen mooi verhaal, maar ter ere van mijn broertje en vanwege de impact die het heeft gehad op het gezin waarin ik opgroeide en ook op mij, wil ik mijn verhaal graag met u te delen. Mooie herinneringen heb ik aan de wandelingen in het park met mijn ouders, zusje en broertjes. Maar de dramatische gebeurtenis op een mooie zondagavond in augustus 1955 staat na 65 jaar nog steeds op mijn netvlies. Nog altijd als ik ‘Prinsentuin’ hoor zeggen of lees, of als ik langs het park ga, flitst het door mijn hoofd.

Ons gezin woonde eerst in Hilaard, mijn ouders hadden zes kinderen. Ik was de oudste dochter, mijn zusje was 4 en de anderen waren jongens.

Naar stad verhuizen

In maart 1955 was na een lang ziekbed mijn beppe Wentje overleden, die maar 62 jaar is geworden. Met pake Klaas van der Haag woonde ze op Eebuurt 12 in Leeuwarden. Omdat pake niet voor zichzelf kon zorgen, werd besloten dat wij naar de stad zouden verhuizen. Met zijn achten waren we bij pake op de Eebuurt ingetrokken. Mijn vader kreeg een baan als chauffeur bij wasserij De Hoop. Het was een hele verandering, ook voor pake. Zelf had ik veel moeite met de taal, de overgang van het Fries naar het Leeuwarders ging mij niet gemakkelijk af.

Mijn broertje Klaas van 12 en ik waren erg close. We waren veel samen en deden ook heel veel samen. Dat moest ook als oudsten in zo’n gezin. We schilden de aardappelen, appels en peren, we dekten tafel, na het eten ruimden we af en deden we de afwas. En we poetsten samen het koper en maakten de fietsen schoon. Ook hadden we wel ruzie natuurlijk.

‘Een prachtige zonnige dag’

Zondag 23 augustus 1955 was een prachtige zonnige dag. ’s Avonds na het brood eten wilde Klaas nog even met zijn vriend Doede van der Meulen uit de Rembrandtstraat naar de Prinsentuin, daar was altijd nog wel wat te beleven. En ja, dat mocht van mijn ouders. Ze moesten beloven dat ze 20.00 uur weer thuis zouden zijn. Mijn ouders wilden daarna nog even een blokje om en dan moesten Klaas en ik oppassen.

Mijn moeder en ik hadden de vier kleinsten naar bed gebracht, maar al wie er thuis kwam: geen Klaas en Doede. Mijn ouders waren geïrriteerd, toen ze later dan afgesproken toch thuiskwamen. Klaas had een pleister op zijn wang en zat onder het bloed. ‘Wat no, wat is der mei dy bard?’’, vroeg mijn vader. Het hoe en wat vertelde hij niet, maar wel dat hij een kluit modder of een steentje tegen z’n wang had gekregen. Een vrouw uit de buurt bij het park had er een pleister op geplakt. Ik heb de wond schoongemaakt en er een nieuwe pleister opgedaan. Klaas moest daarna gelijk naar bed, hij mocht niet meer opblijven. Mijn ouders gingen daarna de deur uit.

Later hoorden we dat er ’s avonds in de Prinsentuin vaak gevechten tussen jongeren plaatsvonden, de ene buurt tegen de andere. Hierbij werd altijd met stenen en kluiten gegooid. Een paar jaar geleden stond er een artikel in de Leeuwarder Courant over Pietje Rozendaal, die destijds aan de Boterhoek woonde, die de littekens nog kon tonen van de stenen en kluiten. Die bewuste zondagavond waren Klaas en Doede in een gevecht beland tussen jongeren uit de Boterhoek tegen Nieuweburen en omstreken.

Dikke wang

De volgende morgen had Klaas een dik, opgezet wang. Mijn ouders besloten dat hij langs de dokter moest voor hij naar school ging. Dat was dokter Meijering aan de Spanjaardslaan. Al snel kwam Klaas terug met een kokertje pillen. Hij moest die week thuis blijven en mocht niet naar school.

In de loop van de week merkten wij dat Klaas anders was dan anders. Hij verveelde zich natuurlijk, want iedereen was naar school. Maar hij werd ook stil en teruggetrokken. Op vrijdag nam heit Klaas mee in de auto van wasserij De Hoop. Ook mijn vader merkte dat er iets niet in orde was en vroeg: ‘Wat no jonge, bist net lekker?’ Klaas wist het niet en kon geen duidelijk antwoord geven.

’s Avonds na het eten gebeurden er vreemde dingen. Zijn tanden klapten op elkaar, zodat z’n tong er tussen bleef zitten. Dat was heel pijnlijk. En hij verloor zijn kracht over zijn spieren. Mijn moeder vroeg dokter Meijering om langs te komen. Die zat midden in een bevalling en adviseerde om het gezicht in warme kompressen of badhanddoeken te wikkelen. Dat hielp niet.

Tetanus

De volgende morgen vroeg heeft dokter Meijering Klaas onderzocht. Omdat hij niet wist wat er aan de hand was vroeg hij er een collega bij. Die wist het ook niet, daarom is Klaas die zaterdagmorgen naar het Diaconessenhuis gebracht. De wond is opengemaakt en er werd een steentje uitgehaald. Al snel werd bekend dat het tetanus was, ook wel klem genoemd. Klaas moest met spoed naar het UMCG in Groningen. Drie weken moest hij in een ‘ijzeren long’ doorbrengen, werd gezegd. Waarschijnlijk waren zijn hersenen beschadigd – dat was afwachten.

Zondagmorgen vertrokken mijn ouders met de trein naar Groningen om bij hem te zijn. De buurt stond paraat om ons gezin op te vangen en verzorgen. Terwijl mijn ouders op de weg terug naar Leeuwarden waren, kwam het telefoontje bij de buren, de familie Barendsma (een glazenwasserbedrijf) dat Klaas was overleden. De buurt wist het nog eerder dan mijn ouders. Toen ik het hoorde omdat de ene buur het tegen de andere zei, viel ik flauw.

Toen mijn moeder hoorde dat hij was overleden, riep ze: ‘Nu weet ik wat mijn ouders hebben meegemaakt.’ In 1943 had ze een broer verloren door kolendampvergiftiging op een boot in Harlingen. Hij is 21 jaar geworden.

Begrafenis

In de week na het overlijden van Klaas moest de begrafenis worden geregeld. Er kwamen allemaal vreemde mensen over de vloer, die in de voorkamer het meubilair en de schilderijen afdekten met zwarte kleden. Klaas werd opgebaard in onze voorkamer. We leefden in een roes. Als meisje van 13 moest ik bij kennissen en bekenden langs, onder wie dominee De Jonge aan de Bleeklaan, om het verdrietige nieuws te melden. Ik moest zeggen: ‘De komplimenten fan myn heit en mem en ik moast even sizze dat ús Klaas overleden is’. Ik vond het een moeilijke zin, daarom heb ik hem eerst uit mijn hoofd geleerd.

Van de kinderen ging alleen ik mee naar de begrafenis. Het was mijn eerste begrafenis. De uitvaart was vanuit ons huis. Toen we naar buiten kwamen, hadden we eerst niet in de gaten dat er zoveel aan de overkant van de Dokkumer Ie op Camstraburen zoveel mensen stonden om hun medeleven te laten zien. Op de begraafplaats stonden al Klaas zijn klasgenoten. Van de begrafenis zelf kan ik mij niet veel herinneren, een afscheidsdienst/kerkdienst zoals tegenwoordig, was er in die tijd niet. Na de ceremonie kwam de dominee naar mij toe, gaf mij een hand en zei: ‘Kind, kind wat heb jij je kranig gedragen.’ Ik snapte niks van die zin.

Verdriet

Het grote verdriet van mijn ouders staat op mijn netvlies, evenals Klaas zijn gezicht in de kist met op zijn wang een pleister. Het enorme verdriet van mijn ouders heeft mij zeer geraakt. Tijdens het scheren zag ik de tranen over de wang van mijn vader lopen, mijn ouders konden uit het niets in huilen uitbarsten. Door in alle opzichten voor ze klaar te staan en hen in alles bij te staan heb ik geprobeerd op mijn manier hun verdriet te verzachten. Mijn ouders beseften ook dat er nog vijf kinderen waren die aandacht nodig hadden en verder moesten, ondanks het gemis en verdriet. Uiteindelijk hebben ze dat samen gered, met vallen en opstaan.

De Prinsentuin is prachtig, maar voor mij is deze plek een herinnering aan een trieste gebeurtenis die ik met mij meedraag gedurende mijn leven.”

Reageren op dit verhaal? stad@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct