Leeuwarder (37) vrijgesproken van beschieten neef

Rechtbank Leeuwarden. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

De rechtbank oordeelde donderdag dat niet bewezen kan worden dat een 37-jarige Leeuwarder op 2 mei vorig jaar op zijn neef heeft geschoten. De man werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken van poging doodslag.

De neef had in eerste instantie wel aangifte gedaan: de verdachte zou ‘s nachts om 00.30 uur in de Goudenregenstraat in Leeuwarden met een vuurwapen in zijn richting hebben geschoten. Op de plaats delict werden later een patroon en een huls gevonden. Een dag later wilde de neef de aangifte intrekken en in oktober meldde hij dat hij alles had verzonnen. Hij wilde wraak op de verdachte nemen omdat hij ruzie met hem had.

Officier van justitie Martijn Kappeijne van de Coppello zei twee weken geleden op de zitting dat hij het gevoel had dat hij werd „bedonderd”. De officier vermoedde dat belastende verklaringen waren ingetrokken om te voorkomen dat de verdachte tbs zou krijgen en om de familie-eer te beschermen. De rechtbank concludeerde, net als de officier, dat er geen aanvullend bewijs was en dat er aan de verklaring van de neef „geen doorslaggevende betekenis” kan worden toegekend.