De fibula. Foto LC/Erwin Boers

Koningen Wijnaldum beheersten handelsroute naar Duitsland

De fibula. Foto LC/Erwin Boers

De ‘koningen’ van Wijnaldum waren in de vroege middeleeuwen baas over een belangrijke handelsroute naar Duitsland. Massa’s Duitse potten kwamen hier terecht, zo blijkt uit de analyse van 71.000 potscherven.

Wie Wijnaldum noemt, roept in historische kringen meteen het beeld op van de fantastische gouden fibula. Die werd in 1953 gevonden in het dorp ten oosten van Harlingen en ligt als topstuk van de terpenarcheologie in het Fries Museum. Wijnaldum moet rond 600 na Christus machtige bewoners hebben gehad. Hedendaagse deskundigen zien deze plek als het centrum van een koninkrijkje, maar de wereld van die Friese koningen is lastig te begrijpen. Betrouwbare geschriften uit die tijd ontbreken. Wie meer kennis wil verzamelen, kan dan ook alleen terecht bij de archeologie. Met deze gedachte startten onderzoekers begin jaren negentig een serie grote opgravingen.

Ze konden niet alle woonheuvels in het gebied uitgraven, maar concentreerden zich op de meest intrigerende: terp Tjitsma. Het onderzoek leverde verrassende bewijzen op voor de aanwezigheid van een begaafde sieradenmaker. Archeologen vonden ook resten van eenvoudige boerderijen, maar geen praalgraf of een gebouw van ‘koninklijke’ proporties. Dat was een tegenvaller.

Het universitaire Groninger Instituut voor Archeologie (GIA) kwam in 1999 met een wetenschappelijke publicatie over de opgravingen, namelijk deel een van de Engelstalige boekenserie: The Excavations at Wijnaldum. Daarmee was het onderzoek nog lang niet af. Archeologen bleven debatteren en nadenken over de vondsten.


Hoe zag het leven er in die tijd uit?

De vroegmiddeleeuwse Friezen waren handige boeren en terpenbouwers met een heidens geloof. Hun cultuur was sterk beïnvloed door Angelen en Saksen, die zich hier vanuit Duitsland en Denemarken hadden gevestigd. Sommigen reisden door naar Engeland. Zo ontstond aan beide zijden van de Noordzee een netwerk van verwante Angelsaksische stammen.

In de zesde eeuw groeiden ook contacten met de Franken in het Duitse Rijnland. Daar werden mooie producten gemaakt, die geruild konden worden met spullen uit het Noordzeegebied. Daarnaast lieten de Friezen zich soms inspireren door Scandinaviërs uit het hoge noorden. Friesland vormde dus een interessant verbindingspunt tussen al die verschillende culturen.

Welke rol Wijnaldum hierin precies speelde, blijft de grote vraag. De onderzoekers van de Groninger universiteit zijn nu een grote stap verder: ze publiceerden dit najaar een tweede deel van hun Wijnaldumer boekenreeks, geheel gewijd aan potscherven.


Scherven zijn toch veel saaier dan goud?

Dat lijkt misschien zo, maar aardewerk vormt veruit het meest voorkomende vondstenmateriaal bij iedere opgraving. In Wijnaldum werden ruim 71.000 scherven verzameld. Ze wogen gezamenlijk bijna 790 kilo. De Friese bevolking bakte en gebruikte al ver voor de jaartelling op grote schaal kruiken en potten. Die gingen na een tijdje natuurlijk kapot, maar scherven vergaan niet. Dat is een groot voordeel ten opzichte van houten, leren en stoffen voorwerpen, die meestal na een tijdje verrotten.


Wat kun je dan met dat aardewerk?

Friezen waren modegevoelige mensen: ze imiteerden steeds nieuwe vormen en ornamenten als er een nieuwe modegril opkwam. Dankzij zulke modeverschijnselen kunnen archeologen nu vrij nauwkeurig vaststellen welke scherf uit welke periode komt. Wanneer in een bepaalde bodemlaag veel scherven uit pakweg de zesde eeuw opduiken, mag je aannemen dat de botten, stukken hout of metaalvondsten in deze laag ongeveer even oud zijn. De scherven die in Wijnaldum zijn gevonden, dateren vooral uit de eerste tien eeuwen na Christus.


Wie maakte dat aardewerk?

Tot ver in de middeleeuwen bakten Friese vrouwen kruiken en potten op het eigen erf. ,,Dat kon gewoon op een houtvuur of in een kuil’’, zegt archeoloog Annet Nieuwhof, die het nieuwe boek samenstelde. ,,Je ziet in heel veel culturen dat pottenbakken vrouwenwerk was.’’ Alleen grootschalige productie gebeurde door mannen, maar in Friesland was hier nauwelijks sprake van. In het Duitse Rijnland kwam wel vroeg aardewerkproductie in werkplaatsen op gang. Zij leverden potten en kruiken van goede kwaliteit, die ver verspreid raakten, bijvoorbeeld naar Friesland.


Wat vertellen de scherven van Wijnaldum?

Het meest opvallend is de grootschalige invoer van Duitse potten in de zesde eeuw na Christus. Dat was de opmaat naar de periode waarin de beroemde fibula werd gemaakt. Het Duitse aardewerk bereikte ook terpen in de omgeving. Hoe verder je van Wijnaldum af komt, des te minder Frankische scherven duiken er op. De archeologen zien hierin aanwijzingen dat Wijnaldum zich ontwikkelde tot een distributiepunt in het Frankische handelsverkeer.


Hoe kwamen die potten dan in Friesland?

Het huidige IJsselmeer- en Waddengebied bestond toen uit moerassen en venen, waartussen rivieren naar het noorden stroomden. Reizigers uit Duitsland voeren wellicht via de Vecht naar het westen, waarna ze over het Vlie in het huidige Waddengebied belandden. Deze ‘trechter’ werd enige tijd beheerst door de koningen van Wijnaldum, denken de archeologen. ,,Wijnaldum kan zich hebben ontwikkeld tot een ‘hub’, die de import van Frankische goederen controleerde’’, schrijven ze. ,,Handelaren van Frankische goederen zijn mogelijk afhankelijk geweest van de Wijnaldumer elite voor toegang tot de markt langs het noordelijk kustgebied.’’


Was Wijnaldum dan een havenstad?

,,Nee, dat denken we niet. Wijnaldum lag aan de Ried, een kreek’’, zegt Nieuwhof. Harlingen bestond nog niet en Wijnaldum lag dichter bij de kust dan nu. Je kon daar wel handig aanmeren, maar Wijnaldum was zeker geen uitgestrekte handelsplaats, zoals het latere Dorestad (Wijk bij Duurstede).

Handel kende destijds heel andere regels dan we nu gewend zijn. Betaling ging vermoedelijk niet via munten. Er was wel ruilhandel, maar waarschijnlijk schonken de koningen ook sieraden, aardewerk en voedsel aan belangrijke terpbewoners elders in het Waddengebied. Deze giftencultuur werd gebruikt als beloning voor trouw en samenwerking met de koning.

Wat moesten de Friezen met die Duitse potten?

Vermoedelijk zat er lading in: bijvoorbeeld wijn of etenswaren. ,,Het is goed mogelijk dat je ze kon afsluiten, bijvoorbeeld met een stukje leer’’, zegt Nieuwhof. ,,Helaas kunnen we niet aan de scherven zien wat er in de potten vervoerd werd.’’ In hun boek opperen de onderzoekers dat transportschepen Friese ruilproducten terug vervoerden naar het Duitse binnenland. Denk bijvoorbeeld aan textiel (wol), zout, gedroogd vlees of zuivelproducten.

Aardewerk vormde handig verpakkingsmateriaal, dat in de Friese huishoudens een tweede leven kreeg bij het koken of bewaren van eten. Toch lijkt het er niet op dat Friezen veel bewondering hadden voor het Duits aardewerk, want dit werd hier niet nagemaakt.

De Frankische potten waren geproduceerd op draaischijven, waardoor ze er netjes en glad uitzagen. ,,Friezen kwamen op veel plekken. Ze zullen vast wel gezien hebben hoe draaischijfaardewerk werd gemaakt’’, denkt Nieuwhof. Toch bleven Friezen hardnekkig handgevormd aardewerk bakken: dat was dus minder glad. Mogelijk waren ze erg gehecht aan eigen tradities, oppert Nieuwhof.


Bleef die invoer van Duitse potten voortduren?

Nee, in de eerste helft van de zevende eeuw hield de import ineens op. Frankische scherven kwamen daarna alleen nog sporadisch voor. Ook de sieraadvormen veranderden plotseling. Kortom: er was sprake van een drastische verandering in Wijnaldum. Mogelijk nam een andere plaats in het Waddengebied de macht over.


Heeft het schervenonderzoek nog meer opgeleverd?

Zeker. Archeologe Angelique Kaspers beproefde een nieuwe onderzoeksmethode, waarbij groepen vrijwilligers over de terp liepen om scherven uit het veld te rapen, zonder graafwerk. Zowel in 2016 als in 2018 werd zo’n zoekronde gemaakt. Dit leverde in totaal 278 aardewerkscherven op. De vondsten gaven hetzelfde beeld als de scherven die in hetzelfde gebied waren gevonden tijdens de opgravingen in de jaren negentig.

Blijkbaar kun je dus zonder te graven een vrij betrouwbaar beeld krijgen van het soort scherven dat in een bepaald gebied te vinden is. Bij het rapen dook ook een verrassing op: er kwam aardewerk van omstreeks 50 na Christus tevoorschijn. Dat leverde een nieuw inzicht op, want archeologen dachten eerder dat Wijnaldum pas een eeuw later bewoond was geraakt.


Welk type scherf kwam het meest voor bij de opgravingen?

Maar liefst 45 procent van alle gevonden scherven bleek afkomstig van kogelpotaardewerk. Dit type is bekend om zijn bolle potten, die in Friesland zelf werden gebakken vanaf de achtste eeuw. De ronde vorm had veel voordelen, zegt Nieuwhof: ,,Daardoor waren ze opvallend sterk. Het was ook makkelijker om ze rechtop in het vuur te zetten bij het koken.’’ In die tijd was er veel mooier buitenlands aardewerk beschikbaar, maar de eenvoudige grijsbruine kogelpot was blijkbaar zo handig en goedkoop dat Friezen deze zelf bleven bakken. Mogelijk is de kogelpot ontwikkeld langs de Waddenkust, waarna de vorm elders in Europa werd gekopieerd.

The Excavations at Wijnaldum. Volume 2: Handmade and Wheel-thrown Pottery of the first Millennium AD. Redactie: Annet Nieuwhof. Rijksuniversiteit Groningen en uitgever Barkhuis, 276 pagina’s. 44,95 euro.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct