Natuur- en landbouwminister Carola Schouten stelt het geduld van de partijen achter het Aanvalsplan Grutto op de proef. Ze willen aan de slag te gaan.

,,Er zijn signalen dat er even niet zo veel voortgang is, terwijl we het grote draagvlak nu juist graag verzilveren’’, zegt Pieter Winsemius. De oud-minister is de aanjager van het plan, dat hij maakte met It Fryske Gea, de Friese Milieu Federatie (FMF) en Vogelbescherming Nederland.

Zij mikken op de aanwijzing van dertig vogelkernen - waarvan zeker tien in Friesland – van 1000 hectare waar inrichting en beheer zijn afgestemd op weidevogels, met consequent predatiebeheer en verdienmodellen waarmee boeren langdurig vooruit kunnen.

Schouten omarmde dit plan in november, maar dat heeft nog geen concrete toezeggingen opgeleverd in de vorm van geld of perspectief. De Tweede Kamer heeft de minister twee keer via een breed gedragen motie opgeroepen hier werk van te maken. Op 11 februari was daaraan een harde termijn van zes weken verbonden.

Schot in de zaak

Kees de Pater van Vogelbescherming hoopt dat er nog voor de verkiezingen schot in de zaak komt. ,,Ik ben een beetje bang dat anders de druk van de ketel raakt en we een heel seizoen verliezen.’’ Raoel Koole van het ministerie van LNV zegt dat gewerkt wordt aan duidelijkheid en het vinden van geld, maar acht de kans klein dat er voor 18 maart een Kamerbrief loskomt.

In Friesland hebben zich volgens FMF-directeur Hans van der Werf al verschillende groepen boeren uit weidevogelkernen gemeld met belangstelling om in te stappen. Die zitten eerst in de wachtkamer. Van der Werf: ,,Der moat earst al dúdlikens wêze oer it jild.’’

Dat geld moet voor een belangrijk deel komen uit de pot voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Omdat dit per 2023 op de schop gaat, is het belangrijk dat er voor dit en volgend jaar een overbrugging wordt bedacht.

Het streven is om dit jaar al in zeven gebieden aan de slag te gaan, waarvan twee in Friesland - aan te wijzen door de provincie. Het gaat dan om ‘zoekgebieden’ van 2000 hectare, waarbinnen uiteindelijk de helft van de landbouwgrond onder een zwaar beheerpakket voor agrarische natuur zou moeten vallen.

Boeren moeten er op termijn kunnen intekenen op contracten voor 12 of 15 jaar. De landopbrengsten die zij prijsgeven moeten worden gecompenseerd via een hogere beheersvergoeding en een stapeling van andere verdienmodellen.

Er wordt volgens Winsemius en Van der Werf druk gesproken over een hogere melkprijs, lagere bankrentes en waterschapslasten en compensatie voor het vastleggen van CO2. Zodra er groen licht is van LNV, kunnen vlot experimenten in gang worden gezet met boeren die nu al vooroplopen, zegt Winsemius.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Natuur en milieu
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct