De LC-verslaggever peddelt zich door de Meanewei onder Wergea, op weg naar het Prinses Margrietkanaal (de horizontale streep water boven in de foto). Pal daarachter lonken de Alde Feanen. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Eilandkamperen tussen de kikkers - dankzij de kano

De LC-verslaggever peddelt zich door de Meanewei onder Wergea, op weg naar het Prinses Margrietkanaal (de horizontale streep water boven in de foto). Pal daarachter lonken de Alde Feanen. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Deze zomer blijven we dicht bij huis. Maar hier, om de hoek, is er ook avontuur. Daarvoor hoef je niet helemaal naar de Pacific of Mongolië. De Friese wildernis is vlakbij. Je kunt bijvoorbeeld wildkamperen per kano. Aflevering 4 van de zomerserie Op micro-avontuur.

De rietkragen langs de wal verdwijnen, opeens klotsen er golfjes tegen de romp. Van links komt een vrachtschip aanstampen, van rechts een grote kruiser. En nog een. Daar is het dan: het Prinses Margrietkanaal.

Onze huiskano is knalrood, lomp en stabiel. Een tweepersoons tweedehandsje van polyester, ooit gebruikt voor toeristentochtjes op een Luxemburgse rivier. De hele winter ligt hij in de garage, ‘s zomers mag hij een paar keer een rondje maken.

Varen in een toerkano is ontspannend, maar gaat niet snel. Wandeltempo, zolang je je niet kapot wilt peddelen. Van ons huis in Goutum is het goed drie kwartier naar Wirdum. En dan weer terug. Wergea, iets verder, was tot nu toe de grens: eenmaal daar was mijn tijd op - er viel thuis nog van alles te doen - of ging de zon bijna onder.

Maar vanavond keer ik niet terug naar mijn eigen bed. De kano voert me naar de donkere en geheimzinige Alde Feanen. Daar overnacht ik tussen het groen: een micro-avontuur, in de geest van de Britse outdoorspecialist en reisschrijver Alastair Humphreys. Op de voorste stoel in de kano liggen slaapzak, matje en een koepeltent, maar een staplek heb ik niet gereserveerd.

Op de bonnefooi kamperen

Wildkamperen - zomaar ergens je tent neerplanten - mag niet in Nederland. Staatsbosbeheer had nog een paar locaties waar je bij een speciale paal in het bos mocht overnachten, maar die zijn in juni definitief opgedoekt. Maar in Friesland kun je op een aantal aanlegplekken van de Marrekrite nog op de bonnefooi kamperen. En een paar daarvan zijn geschikt voor kano’s.

Puristen zullen zeggen: dat is geen wildkamperen, maar een toilet of stromend water tref je hier niet aan. Ik neem vier petflessen mee, gevuld met drinkwater.

Op het kanaal valt even een gat tussen de grote boten. Ik steek snel over, zo het Nationaal Park in. Het grootste avontuur is misschien wel het materiaal. Ik ben een hobbyist in een hobbybootje, dat al eens lekkage heeft gehad. We hebben geen kanotrailer. Als het hier misgaat krijg ik dat ding nooit thuis, nog afgezien van mezelf. En de peddel, mijn levenslijn, wat als ik die kwijtraak, of laat vallen? Of nog erger? In films loopt het met eenzame kanokampeerders ( Deliverance ) niet per sé goed af.

Hoe dan ook, het eerste stuk is genieten. Bloeiende lelies in de sloten, de zon schijnt, ik heb een stevig windje in de rug. Een bitterzoete ervaring, want dat betekent dat de terugweg morgen taai wordt.

Instant-pasta op een gastpitje

Eenmaal in de Alde Feanen hoef ik me niet eenzaam meer te voelen. Bootjes varen af en aan, wellicht vanwege corona nog meer dan normaal. Ik peddel tussen groene oevers richting de Sânemar, midden in het natuurgebied. Open water, golven, ik voel mijn armen inmiddels ook wel.

Op de aanlegplek - alleen via het water te bereiken - is een paar meter van de kaderand verlaagd, speciaal voor kano’s. De anderen hebben het keurig vrijgehouden.

Dertien boten liggen er aan het veldje, maar mijn tent is de enige. In het natte lange gras hoppen miniatuur-kikkers en padden. Ik maak wat instant-pasta klaar op mijn gaspitje en roer het los met een overgebleven tentharing. Bestek vergeten, het draagt bij aan het wildkampeergevoel. Ik eet, leeg mijn blaas in een lege fles, ga liggen en val in slaap.

Voor het echt donker wordt, zie ik de zon onder gaan. De maansikkel staat al boven de bomen en het water, krekels tsjirpen. Het voelt als het buitenland, denk ik bij mezelf, maar toch ben ik hier gekomen zonder zeil, zonder een drup benzine, enkel met spierkracht en wat wind in de rug. Tja, die wind? Dat zien we morgen wel weer.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct