Iris, Rian en Durk Hofman uit Koarnjum lopen iedere avond naar de plaats waar Karin Grijpstra stierf om er een lichtje aan te steken.

Een jaar na de dood van Karin Grijpstra uit Koarnjum weet haar familie nog steeds niet wat er is gebeurd: 'As it stil wurdt om dy hinne, begjint it prakkesearjen'

Iris, Rian en Durk Hofman uit Koarnjum lopen iedere avond naar de plaats waar Karin Grijpstra stierf om er een lichtje aan te steken. FOTO NIELS WESTRA

Een jaar na de plotselinge dood van Karin Grijpstra in Koarnjum is haar familie geen stap verder. Was het een misdrijf? Een stom ongeluk? Haar man Durk: ,,Der is ien dy’t it antwurd hat.’’

Het is zondagmorgen 23 februari 2020. Durk Hofman (60) schrikt wakker. Het is zeven uur en als hij naast zich kijkt, ziet hij Karin niet liggen. Haar kant van het bed is onbeslapen. Ze is beneden in de luie stoel in slaap gevallen, denkt hij. Dat overkomt Karin wel eens als ze ‘s avonds laat lekker naast de houtkachel voor de televisie zit. Hij zegt zo vaak dat ze naar bed moet gaan als ze moe is, maar Karin is een nachtbraker, altijd al geweest. De puzzels in de krant, een potje mahjong op de computer: ze geniet van de stille, late uren.

Karin (55) is niet beneden en ze is ook niet buiten met hun puppy Abe. In een flits ziet Durk dat hun jonge Deense dog met zijn rode halsbandje om buiten in de oude stoel naast de achterdeur ligt te slapen. Dit klopt niet. Dit klopt helemáál niet. Angst overvalt hem. Wáár is zijn vrouw?

Hij zoekt en belt zijn dochters Iris (26) in Leeuwarden en Rian (24) in Stiens en ook Attie, Karins collega bij de dierenkliniek in Camminghaburen. Is Karin misschien al vroeg op pad gegaan voor een patiënt? Is er een dier in nood? Nee, ze is ook niet aan het werk. En dat is het moment dat de radeloosheid toeslaat. ,,Dêr gie myn lêste sprankje hoop.’’

Rian, haar vriend Lars en Attie komen meteen naar Koarnjum en met elkaar kammen ze het erf uit. Durk gaat bij de vijver kijken. Misschien is ze uitgegleden met haar houten klompen op dat verrekt gladde houten bruggetje? Rian doet om ongeveer kwart voor negen een afschuwelijke ontdekking. Daar ligt haar lieve moeder, aan het begin van hun boomsingel, onderaan de slootkant, voorover in het water, haar hoofd onder de waterspiegel. Dat schokkende beeld, dat moment dat álles voor altijd verandert, zit met schroeven vast in Rians hoofd. Ze kan het niet van zich afschudden. ,,Ik ha der enge dreamen fan.’’

Weet je nog, zegt ze tegen haar vader, dat je hebt geprobeerd haar uit de sloot te trekken? ,,Mar toen de plysje der wie, mochtst der net mear by wêze.’’

Durk is die herinnering kwijt. Ja, er zijn ineens politieagenten bij huis. Vier of zes? De familie wordt naar binnen gestuurd. Zwaailichten flitsen, mensen in uniformen zwermen uit over hun erf en strakgespannen rood-witte linten tussen de bomen maken van hun thuis plotsklaps een plaats delict. Wazig en ontredderd zitten Durk en zijn dochters op de bank. Rian: ,,We begrepen der niks fan. We sieten der echt sa fan: Wat gebeurt hjir yn godsnamme..? Wat ís dit..?’’

loading

Praten over Karin

Het is februari 2021. Dinsdag is het precies een jaar geleden dat hun moeder, zijn liefste Karin, wreed en onverhoeds uit het leven gesleurd werd. Rian: ,,In jier. Sa fielt it hielendal net...’’ Durk: ,,Wêr ik soms mei sit: ik ha noait mear wat tsjin har sizze kind. Fan de iene op de oare dei wie se weg .’’

Met zijn drieën praten ze - voor het eerst - openlijk over die dag, over haar raadselachtige dood en de pijn, maar liever over Karin zelf. ,,Se wie sa leaf en iepen - dat hearre wy ek hieltyd wer fan oare minsken. Net lilk te krijen.’’

Abe, inmiddels een kalf van een dog, drentelt kwispelend door het huis, van de houtkachel naar de achterdeur en weer terug. ,,Gean af Abe... Abe!’’, waarschuwt Durk. Het werkt. De hond ploft op een deken. Als het aankwam op het opvoeden van de huisdieren dan was dat zijn taak, zegt hij met een aai over Abes rug. Karins hart liep over van dierenliefde, streng zijn lukte haar niet erg goed. ,,As ús bisten it koenen, hienen se laitsjend de middelfinger nei har opstutsen.’’

,,By mem koe alles’’, zegt Rian met een lachje. ,,Iris en ik mochten ommers ek dwaan wat we woenen. Se fertroude ús.’’

Waarom ze hun verhaal vertellen? Het mysterie vreet hen op. Al een jaar tast de familie nog altijd in het duister over wat er die nacht in hemelsnaam gebeurd is, toen Karin de pup even uitliet. Er waren geen sporen, er is geen verdachte, ze kennen zelfs de doodsoorzaak niet. Iris: ,,We ha de plysje frege: ‘Wie it har holle of har hert?’ We tochten dat se fallen wie.’’ Rian: ,,Yn myn dreamen draait de film him hieltyd ôf. Ik bin hiel bang dat se in soad pine hân hat, ek trochdat we har dea-oarsaak net witte.’’

Het Openbaar Ministerie (OM) denkt dat Karin door een misdrijf gestorven is, al sluit het OM een noodlottig ongeluk niet uit. Durk, Iris en Rian zijn zelf ook uitvoerig gehoord. Agenten namen de mobieltjes en computers mee en de telefoonlijn werd afgeluisterd. Begrijpelijk, al was de wanhoop zo groot dat Rian op het bureau alleen maar kon vragen: ‘Wat doch ik hjir?’ Durk, hoofdschuddend: ,,Alle dagen rin ik der lâns en wurd ik der mei konfrontearre. Alle dagen tink ik: ‘Hoe is se yn dat wetter bedarre? Hoe is se troch dy hage gong?’’’

De drie kunnen zich niet voorstellen dat iemand Karin moedwillig om het leven heeft gebracht - zeker niet iemand uit hun kleine, goeiige Koarnjum. Het OM denkt daar anders over: profilers hebben voorspeld dat de dader(s) uit de buurt komt. Het gezin kan dat zo moeilijk rijmen met wat ze wél weten.

Via misdaadjournalist Peter R. de Vries, die hen bijstaat, kwamen ze meer te weten over Karins letsel. Ze had heel ernstige verwondingen, maar de details noemen ze liever niet. ,,Wy ha fuort sein: se moat oanriden weze, maar it OM wol der net oan.’’ Iris: ,,It fielt sa machteleas. We steane ek sa los fan it resjerzjeteam. We hearre niks.’’

‘Dit was haar droomplek’

Durk gooit een blok hout in de kachel (,,Karin gie der soms sa ticht tsjinoan stean dat se brângatten yn ‘e trui hie’’) en Rian zet thee. Na de dood van haar moeder heeft Iris de huur van haar studentenkamer in Leeuwarden opgezegd en woont ze weer thuis. ,,Ik fyn it prima sa.’’ Rian en haar Lars komen iedere middag naar Koarnjum om met elkaar te kokkerellen en te eten. Hello Fresh tegenwoordig; dat bespaart denkwerk en Durk heeft nooit leren koken. Karin, die vegetariër was, maakte de maaltijden trouw uitgesplitst in een variant met vlees voor hem en eentje zonder voor haar. ,,Se wie poer tsjin op de bio-yndustry.’’

Wettelijk gezien was Karin niet zijn vrouw. ,,Myn freondinne. We wienen 33 jier by elkoar mar binne noait troud.’’ Oh, het voornemen is er wel geweest. Hun huwelijksreis hadden ze al uitgedacht: een maand lang vakantievieren op de vulkanische eilanden van Hawaii. Maar voor het zover was, kwam dit huis ineens te koop. Hún rietgedekte ideaal, net buiten Koarnjum, met een eigen boomsingel en genoeg grond voor wat kleinvee er omheen om burenvrij te zijn, maar ook weer niet afgezonderd van de wereld. Als klein meisje - ze komt uit de buurt - zegt Karin al dat ze hier gaat wonen als ze later groot is. Dit was haar droomplek. ,,It wie in moanne nei Hawaii of dit hûs keapje. No ja, doe wienen we der rillegau út.’’

loading

Tegenpolen in alles

Durk en Karin zijn tegenpolen van elkaar. Hij zit in zijn werkzame leven in het veevervoer naar Oost-Europa, zij is een eersteklas dierenartsassistent en stapelgek met beesten. Een Koarnjumer met een manke kat of een stabij met een kuchje belt eerst Karin. Durk is een ochtendmens maar laat haar een gat in de morgen slapen. Zij ligt zelden voor enen ‘s nachts, dan heeft hij al twee uren slaap op de teller staan. ,,Ik wie it wend om allinne op bêd te gean. Soms fernaam ik it wol as se neist my krûpte, mar lang net altyd. Se koe hiel stil de keamer yn komme. Geruisloos . Se makke har ek noait drok, ik bin wat rimpener.’’

Karin houdt de boel draaiende in Koarnjum. Durk (hij is inmiddels een paar jaar met vervroegd pensioen) zit soms wekenlang achter elkaar ,,op de dyk’’, waardoor zij het grootste deel van de opvoeding van hun twee dochters voor haar rekening neemt, het huishouden runt, in de dierenartsenpraktijk werkt en thuis het vee verzorgt. Trots: ,,De lammerij rêde se sels ek mei. Dêr wie se hiel betûft yn. Karin wie in sterke frou, se hat in soad allinne dien. It wie in frou sûnder eangst.’’

En die opvoeding? Iris en Rian kijken vooral terug op de warmte en openheid van hun gezin. Jassen die bij binnenkomst op de tafel gegooid worden - een grappige gewoonte die ze van haar overnamen. Ze hebben vooral héél veel speelruimte van hun moeder gekregen. Iris, met een grijns: ,,Alles mocht. Lei mem noch op bêd, wienen wy as lytse famkes aaien oan it bakken. En in kear oaljebollen, witst noch Rian?’’

Nadat de zussen uitgevlogen zijn, begint het Grote Bellen. Als heit opneemt, vragen ze meteen: ‘Mem der ek?’ Rian hangt soms vijf keer per dag met haar moeder (die zit dan stiekem in een kamertje boven te roken) aan de telefoon en die gesprekken gaan meestal over, tsja, koetjes en kalfjes. ,,Ik belle har ek wol om twa oere ‘s nachts, as ik út in lette tsjinst kaam, dan naam se ek op.’’

Ze hebben het graag over onzin en muziek en dat er maar een band de allerbeste en de allermooiste kan zijn: U2. Karin Grijpstra was ontzettend honkvast, ze was thuis iedere dag op vakantie, maar voor Bono heeft ze reisjes naar concerten gemaakt.

Reconstructie van de fatale avond

Met zijn drietjes hebben ze geprobeerd de gebeurtenissen zelf te reconstrueren door Karins laatste avond na te spelen. Daar stonden ze in het holst van de nacht met Abe tussen de grafzerken voor de Nicolaaskerk en de ingang van hun oprit. Ze moet daar dwars door de stugge heg gevlogen zijn, zegt Durk. Dat zou ook passen bij haar letsel. Ze hebben het van een afstandje bekeken en getest, maar echt, je ziet geen hand voor ogen. ,,Se hie donkere klean oan en de hûn is swart. Sjochst der neat fan.’’ Het is dus denkbaar dat iemand haar (onbedoeld) aangereden heeft.

Over Karins dood praten, valt hen zwaar. In het begin ging het nog en al die lieve mensen die om hen heen staan: ze koesteren de warmte. Maar je kunt hetzelfde, loodzware verhaal niet drie of vier achter elkaar vertellen, hoe goed men het ook bedoelt. Winkelen vinden de zussen verschrikkelijk en als het ergens druk is, lopen ze er met een grote boog omheen. Iris: ,,Wat dat betreft hat de lockdown ek foardielen.’’ Rian: ,,Ik ûntwyk iederien. Ik ha soms net iens yn de gaten dat de koroana sa bot spilet. It ûntgiet my allegear.’’ Durk: ,,Mar as it stil wurdt om dy hinne, begjint it prakkesearjen.’’

Steeds meer vragen

Hoe kan het gezin ooit verdergaan met het leven? Durks vader overleed in dezelfde week als Karin. Hij was 84 jaar. Een respectabele leeftijd, zegt-ie nuchter. ,,We komme allegear in kear oan de beurt, sa simpel is it.’’ Maar dit voelt zo verschrikkelijk anders. Alle onzekerheid en alle leed houden de wonden open. Iris: ,,We ha allinne mar mear fragen. Se oerhearskje soms it fertriet. De holle sit sa fol.’’

De moed zakt Durk soms in de schoenen. ,,Al myn nachten binne fol fragen. Ik pikerje net iens sa bot oer de dieder. It is it byld dat my bybliuwt.’’ Iris denkt concreter na over de schuldige. Tijdens het hardlopen schieten angstige gedachten over vage types door haar hoofd. Sporten en haar baan in de hulpverlening bij de GGZ doen haar goed. ,,Oflieding helpt my wol.’’

Er zijn dagen dat Rian haar bed niet wil uitkomen. Dan weegt het zó zwaar. Ze is lang thuis geweest van haar werk in de ouderenzorg. Voorzichtig bouwt ze haar dagen nu weer op. ,,Pff...ik kin net folle ha.’’

Ze heeft vorig jaar een hondje gekocht, Sipke - haar mem was ook gek op stoere, Friese hondennamen. Het ritme en de regelmaat, het onvoorwaardelijke enthousiasme en de trouw van haar Welsh Corgi helen haar een beetje. Maar de malende vragen - als een vastgelopen langspeelplaat - en de enge dromen zijn gebleven.

Durk: ,,Der is ien dy’t it antwurd hat. Der is ien dy’t ús befrije kin fan dit lijen.’’

Lees ook | Zaak Koarnjum: Peter R. de Vries gelooft niet in ongeluk

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Aanrader van de redactie
Politie en justitie
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct