Het statecomplex van bovenaf gezien.

Dik nieuw boek biedt fascinerende blik op leven Dekema State

Het statecomplex van bovenaf gezien. Foto: Albert Speelman

Wie droomt niet van wonen op een Fries landgoed? Het lijkt leuk, maar in werkelijkheid was het vroeger vaak ploeteren geblazen, zo leert de vuistdikke ‘biografie’ van de Dekema State in Jelsum, die gisteren verscheen. De auteurs werkten er tien jaar aan. Ze geven een intieme inkijk in het leven van vele generaties slotbewoners.

Het moest een overzichtelijk boekje worden, maar toen auteur Sjoerd Cuperus er tien jaar geleden aan begon, rezen de ambities al snel hoger. Tot zijn laatste levensdagen werkte hij aan de eerste hoofdstukken. Kort voor zijn dood in 2015 vroeg hij Yme Kuiper om het boek te voltooien.

,,Dat heb ik beloofd’’, zegt Kuiper. Als bijzonder hoogleraar op het gebied van buitenplaatsen en landgoederen was het onderwerp voor hem niet nieuw: ,,Maar dat het zo’n groot project zou worden, had ik nooit verwacht.’’ Kuiper stak zeeën van tijd in het werk, dat door de Stichting het Old Burger Weeshuis werd gefinancierd. Dat leverde een boek van ruim 700 bladzijden op.

Wie vreest voor een droog feitenverhaal, kan gerust zijn: het is vooral een mensenboek geworden, met verrassend intieme inkijkjes in het leven van de slotbewoners en omwonenden. ,,Dekema State is veel meer dan een gebouw’’, zegt Kuiper. ,,Ik noem het ook niet voor niets de biografie van een landgoed.’’

Historie van de honderden Friese buitenplaatsen

De state was altijd via pachtboerderijen en landerijen verbonden met het boerenleven in de wijde omgeving: ,,De bewoners hadden zelfs tot in de jaren zestig nog eigen vee. Het draaide om een combinatie van landgoed, landbouw en landschap.’’

Kuiper beschouwt zijn boek als een poging om de bredere historie van de honderden Friese buitenplaatsen in kaart te brengen. De middeleeuwse opkomst, de bloeitijd en latere neergang verliepen bijna overal op vergelijkbare wijze. Zeker na 1800 slaagden eigenaren er vaak niet meer in om hun landgoed te onderhouden, waarna afbraak volgde. Dekema State en het Marsumer Popta-slot zijn de enige middeleeuwse states rond Leeuwarden die dit noodlot bespaard bleef.

Cuperus beschrijft hoe de historie begon met een lokale familie die rond 1300 een kasteeltje (zaalstins) bouwde op een hoge plek in het natte landschap. Twee eeuwen later werd het slot in de woeste Friese oorlogstijd kapotgeschoten. Latere eigenaren bouwden er een deftig huis voor in de plaats.

loading

Religieuze balans

De state kwam in handen van de familie Dekema, naar wie de slotnaam nog altijd verwijst. Eigenaar Pieter van Dekema was een machtig man, die in Heerenveen de vervening op touw zette. Veel Leeuwarders kennen zijn grafsteen wel, want die hangt aan de Oldehove. Pieters nazaten verloren echter invloed, doordat ze de katholieke kant kozen in de Tachtigjarige Oorlog.

Er ontstond daarna een uitzonderlijke religieuze balans op Dekema State: gedurende drie generaties woonden er echtparen van gemengd (katholiek/protestants) huwelijk, zo beschrijft het boek: ,,Hieruit blijkt dat de dames en heren zich weinig van het gezegde ‘twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’ aantrokken.’’

Vrouwen bepaalden vaak de dagelijkse gang van zaken, want hun echtgenoten waren veel van huis. Opvallend veel dochters kregen de state in eigendom via vererving. Deze juffers stonden wel onder druk om een veelbelovende echtgenoot aan de haak te slaan, want het landgoed moest groeien. Soms lukte dat heel aardig.

Bewoonster Anna van Dekema trouwde in 1616 bijvoorbeeld met Jurjen Ripperda, een voorname Groninger. De beroemde schilder Wybrand de Geest legde het echtpaar vast in 1625. Hun portretten hangen nog altijd in de state. Ook de aangetrouwde Friese Unia’s en het Gelderse geslacht Doys waren rijk. Toch behoorde het landgoed niet tot de top van de Friese buitenplaatsen, zegt Kuiper. ,,Dekema was een middelgrote state.’’

Hoe belangrijk erfenissen konden zijn, bleek wel in 1808 bij de dood van Anna Maria van Burmania, die op de Leeuwarder Druifstreek (nu eetcafé Het Leven) woonde. Zij liet een fortuin na aan haar nichtje Juliana Houth, die met Gerardus van Wageningen op Dekema State woonde.

Voor Juliana en Gerardus braken gouden tijden aan. Zij verhuisden naar tantes stadswoning en maakten van Dekema State hun zomerverblijf. Ze lieten de state opknappen en verkleinen: ,,Er werd een verdieping afgebroken’’, zegt Kuiper. Binnen werd de schilderijencollectie van de Burmania’s opgehangen.

Minder gelukkig

Latere generaties waren minder gelukkig. De opvliegende kleinzoon Gerard van Wageningen werd in 1881 door zijn vrouw Marie Wichers verlaten: ze liet zich van tafel en bed scheiden. Gerards relatie met een ,,opvallend mooi dienstmeisje’’ lijkt hierin een rol te hebben gespeeld, suggereert Kuiper op basis van de uitgebreide collectie familiebrieven bij Tresoar: ,,Het komt niet vaak voor dat er zoveel informatie beschikbaar is. Met die brieven kijk je echt achter de coulissen.’’

Zoon Jan had in 1906 een mazzeltje. In de Dekema State ontdekte hij een schilderij uit ‘de omgeving’ van Rembrandt. Hij verkocht dit doek voor een immens bedrag, maar overleed vrij spoedig daarna. Zijn broer Hein erfde het slot en besteedde de opbrengst van het schilderij aan een heerlijk leven in zijn geliefde Engeland. Hij kocht daar verschillende huizen en sportieve auto’s. ,,Hij was een echte snob’’, zegt Kuiper.

Op Dekema State kwam Hein zelden, hoewel hij er wel in investeerde. Hij liet de Dekematuin omheinen met een grote stenen muur. ,,De dorpsbewoners waren razend’’, zegt Kuiper, die op basis van gesprekken met Jelsumers een hoofdstuk schreef over het leven ‘achter de muur’. Opmerkelijk genoeg was Hein ook een sociaal-democraat. ,,Hij was een goede vriend van Pieter Jelles Troelstra.’’

Na de rijke jaren twintig volgde een economische crisis, waardoor het landgoed een blok aan het been van de familie werd. Hein streek met zijn gezin neer in het Drentse Steenbergen, waar hij in de oorlogsjaren overleed. Zijn kinderen erfden een onbewoond landgoed vol schulden en moesten na de oorlog de pachtboerderijen afstoten.

,,Ze verkochten steeds een plukje’’, zegt Kuiper. Zo ging het meestal bij families op buitenplaatsen. ,,Het was vaak de verkeerde beslissing om de boerderijen te verkopen. Dat is de tragiek.’’ Gasthuizen en weeshuizen kochten zulke boerderijen vaak op als belegging. Zij hadden een betere visie op de langere termijn, constateert Kuiper.

loading

Nieuwe toekomst

Van rijkdom was nauwelijks meer sprake, maar de naoorlogse generaties slotbewoners bewaarden wel hun flair en onderhielden bijzondere contacten, bijvoorbeeld met schrijver Havank, die vaak op het slot kwam. Toen Gerard van Wageningen in 1979 slotheer werd, probeerde hij met hulp van Den Haag om de state een nieuwe toekomst te bieden als museaal en landschappelijk erfgoed. Dat verliep moeizaam.

Na zijn dood in 1994 besloten de zoons Van Wageningen om de state te verkopen aan het Old Burger Weeshuis, dat bereid bleek om er fors in te investeren. Kuiper: ,,Het is heel bijzonder hoe het OBW alles later weer op orde heeft gebracht op de state.’’

Een speciaal hiervoor opgerichte nieuwe stichting zorgde vanaf 1996 voor een grote restauratie en herinrichting van de omgeving. Het beheerdersechtpaar Wim en Jacomine Hoogendam legde een indrukwekkende sier- en fruittuin aan. Dankzij hen en de stichting spreekt de state nu heel veel mensen aan. Zo’n 75 vrijwilligers helpen het complex in stand houden voor de duizenden bezoekers die er jaarlijks verschijnen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct