De Toerist in Friesland | 'Het is een stuk platter dan in Oostenrijk'

Jan Bunnik (links) en Walter Kelder.

Hoe vieren toeristen vakantie in Friesland tijdens deze coronazomer? In de rubriek De Toerist in Friesland is iedere dag een vakantieganger aan het woord. Vandaag: Jan Bunnik en Walter Kelder uit Voorburg.

Onder de rook van Leeuwarden (en deze dag onder een dreigende wolkenlucht) verblijven ze sinds 1 juli met de Eriba op camping de Swichumer Pleats.

Jullie wilden net de tekkel uitlaten?

Walter: ,,Nee, Bo is al geweest.” Hij wijst: ,,We lopen ’s ochtends een heel rondje rond het weiland, en daar zo langs het water. Vier kilometer. Hij komt niets tekort!”

Hoe kwamen jullie in Swichum uit?

Jan: ,,We hadden een vakantie naar Oostenrijk gepland, maar door corona kon dat niet doorgaan. Friesland is een stuk platter, maar wel een bijzondere provincie.” Walter: ,,Ik heb gegoogeld om kleinschalige campings. We wonen vlak naast Den Haag, daar heb je dit weidse uitzicht niet.”

En toch ook vlak bij de stad.

Walter: ,,Ja, we willen wel wat cultuur snuiven. We zijn al in het Planetarium geweest, en vandaag in Leeuwarden in het Princessehof.” Jan: ,,En we doen de elfstedentocht. Bij elke VVV halen we een stempel. Gisteren waren we in Sneek. ‘Mooi fietsweer hè’, zei de mevrouw tegen ons. Ik heb maar niet gezegd dat we alles met de auto doen.”

Walter: ,,Wat mij opvalt, is dat je hier fantastisch paling kunt eten. We kregen gebakken paling bij het restaurant in Wirdum, nou, bij ons zie je dat niet hoor.”

Daar is de regen al.

,,Ja, maar je hoeft geen medelijden met ons te hebben. In september hebben we ook nog vijf weken Frankrijk tegoed.”