Als kinderen zich niet goed kunnen uiten met woorden, kan beeldende therapie een uitkomst zijn. Twee onderzoekers van NHL Stenden over de helende werking van creatief bezig zijn.

Als onderzoeker Liesbeth Bosgraaf moet uitleggen wat een beeldend therapeut doet, haalt ze vaak de zaag erbij. En het jongetje dat voor het eerst de therapieruimte binnenkomt, dit scherpe werktuig direct van de werkbank pakt en het hoppetee in het hout zet. Het blad zit meestal meteen muurvast. Tot grote frustratie. Dan komt de therapeut helpen, vraagt hem om te verslappen, houdt misschien z’n armen wel even vast. Zo komt de zaag weer los. Het kereltje voelt letterlijk wat ontspanning kan doen.

,,Ontspanning is heel vaak de oplossing voor vastlopen’’, zegt de 53-jarige Bosgraaf uit Leeuwarden, die ruim twintig jaar beeldende therapie gaf, onder meer aan kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking. Dit is een doelgroep die niet goed onder woorden kan brengen wat ze denkt, vindt of wil. Bij een beeldend therapeut leren ze zich uiten, hun gedachten en gevoelens te verkennen. Niet door te praten, maar door creatief bezig te zijn met materialen als potlood, verf, klei, hout of metaal.

,,Dat het werkt, wist ik uit ervaring. Maar wat dan precies? En hoe dan? En waarom? ‘’ Bosgraaf, inmiddels beleidsadviseur bij Zorggroep Alliade en docent-onderzoeker vaktherapie aan hogeschool NHL Stenden, had vragen genoeg maar kon moeilijk antwoorden vinden. ,,Beeldende therapie heeft geen geschiedenis van wetenschappelijk onderzoek in tegenstelling tot cognitieve gedragstherapie. Het gebrek aan bewijs over de werking van de therapie maakt ook dat zorgverzekeraars moeilijker doen over het vergoeden ervan.’’

Gevoelens en emoties herkennen

In 2016 kreeg Bosgraaf de kans om aan NHL Stenden promotieonderzoek te doen naar de werkzame elementen van beeldende therapie. Vanwege haar achtergrond spitst dit zich toe op kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking die psychosociale problemen hebben als angsten, depressieve gevoelens en agressief of onrustig gedrag. Het onderzoek wordt ondersteund door NHL Stenden en Zorggroep Alliade.

Bosgraaf: ,,De hypothese is dat zelfregulatie een van de werkzame elementen is van beeldende therapie. Zelfregulatie betekent het kunnen herkennen en hanteren van onderliggende, vaak onbewuste spanningen en gevoelens. Dit is iets wat we vanaf onze vroegste jeugd leren, waardoor we passend kunnen reageren op onze gevoelens en die van anderen.’’ Maar dat lukt niet zomaar als je een licht verstandelijke beperking hebt.

'Het kind hoeft niet te praten over problemen, maar voelt zich toch begrepen'

Gevoelens en emoties bij jezelf en anderen herkennen, begint volgens Bosgraaf bij het kunnen onderscheiden van je eigen gevoelens. Kinderen met een licht verstandelijke beperking komen vaak niet veel verder dan boos of blij. Bij beeldende therapie staat ‘ervaren’ voorop. ,,Het kind hoeft niet te praten over problemen, maar voelt zich toch begrepen. Hij doet eerst non-verbaal ervaringen op en laat via het materiaal zien wat er speelt. Daarna kan de therapeut een stapje verder gaan: Kijk, dit is wat je hebt gemaakt. Wat zegt dit over jou?’’

Het eerste deel van Bosgraafs promotieonderzoek, waarbij ze 37 bestaande, beschrijvende studies vergeleek, bevestigt wat zij en haar collega’s in de praktijk al zagen: beeldende therapie heeft effect. ,,Er treedt een verbetering van de klachten op. En daarbij maakte het niet uit welke materialen en technieken er worden gebruikt, of er nu wordt gekleid of geschilderd.’’

Gedrag van de therapeut

Onderscheidend is wel het gedrag van de therapeut. Het lijkt erop dat deze zich beter niet al te directief kan opstellen. ,,Het kind volgen, responsief zijn, lijkt beter te werken.‘’

Inmiddels is het volgende deel van het onderzoek in gang gezet. Er is een lijst gemaakt met therapeutische handelingen en een meetinstrument. Er loopt ook de effectstudie waaraan negen therapeuten meewerken. De sessies van vijftien verschillende kinderen worden gevolgd aan de hand van vragenlijsten en filmopnames. Aan de hand van deze gegevens bekijkt Bosgraaf of en welk effect de beschreven handelingen hebben gehad. Eind 2022 hoopt Bosgraaf klaar te zijn met alle onderdelen van het onderzoek.

Kinderen met autisme

Het gaat anders dan anders als kinderen met autisme binnenkomen bij een beeldend therapeut. Waar de meeste kinderen hun nieuwsgierigheid volgen en altijd wel zin hebben om iets te maken met de materialen die in de praktijkruimte liggen, is dat bij kinderen met autisme meestal niet zo.

,,Ze blijven bijvoorbeeld lang in een groef hangen, willen steeds hetzelfde maken of zitten diep in een ingewikkelde fantasie in hun hoofd’’, zegt onderzoeker Celine Schweizer (60) uit Poppenwier, tevens beeldend therapeut en docent bij de opleiding Vaktherapie aan hogeschool NHL Stenden in Leeuwarden

loading

In de zeventien jaar dat Schweizer in Rotterdam en Gouda in kinder- en jeugdpsychiatrische instellingen werkte, zag ze dat beeldende therapie voor kinderen met ASS (autisme spectrum stoornis) nut had. Wat er precies wel en niet werkte bij deze kinderen, werd een stuk inzichtelijker toen ze er onderzoek naar deed. In september promoveerde ze aan de Rijksuniversiteit Groningen op het door haar ontwikkeld behandelprogramma ‘Zelf in Beeld’.

'Ze zijn extreem onzeker, heel erg somber of kunnen na een emotionele uitbarsting maar moeilijk weer rustig worden'

Schweizer: ,,Het gaat in dit onderzoek om kinderen met grote problemen. Ze zijn extreem onzeker, heel erg somber of kunnen na een emotionele uitbarsting maar moeilijk weer rustig worden. Ze kunnen vaak niet goed aangeven wat er in hen omgaat en voelen dat ze anders zijn. Ook hebben ze vaak weinig aansluiting. Het jongetje dat het schilderij op de voorkant van mijn proefschrift maakte, werd bijvoorbeeld altijd zo ongelukkig en boos als de juf zijn grapjes niet begreep.”

De onderzoeker beschreef de praktijk aan de hand van gesprekken met therapeuten en deed literatuuronderzoek. Ze vond opvallend weinig studies naar beeldende therapie bij kinderen met autisme, alleen case studies, succesverhalen. Net als haar collega Liesbeth Bosgraaf noemt Schweizer het gebrek aan wetenschappelijk bewijs over de werking van beeldende therapie zeer onwenselijk.

Zelfgevoel, reguleren van emoties, flexibiliteit en sociaal gedrag

Schweizer concludeerde dat kinderen met ASS op vier vlakken heel goed geholpen zijn met beeldende therapie: zelfgevoel ( sense of self ), het reguleren van emoties, flexibiliteit en sociaal gedrag.

Over het zelfgevoel zegt Schweizer: ,,Hun emotionele leeftijd komt vaak niet overeen met hun kalenderleeftijd. Ze hebben moeite om te herkennen wat ze voelen. Beeldend bezig zijn kan op elk leeftijdsniveau. De kinderen doen hier succeservaringen op en maken plezier, waardoor ze ontdekken wat ze fijn en minder fijn vinden en meer zelfvertrouwen ontwikkelen.’’

Daarnaast leren kinderen hun emoties beter hanteren. ,,Er gaat ook wel eens wat mis met knutselen. Therapeuten leren kinderen stilstaan bij het voelen van wat dat met ze doet. Ze erkennen dat het niet leuk is als er iets mis gaat: Wat jammer nou, je was zo lekker bezig. En helpen het kind om vol te houden, het anders aan te pakken.’’

'Wie beter kan vertellen wat er in hem of haar omgaat, minder snel een uitbarsting heeft en flexibeler is, is ook meteen een stuk socialer'

Ten derde lijkt het werken met verschillende beeldende materialen en technieken bij te dragen aan flexibeler gedrag. Sociaal gedrag zal voor kinderen met autisme altijd een uitdaging blijven, stelt Schweizer. ,,Maar wie beter kan vertellen wat er in hem of haar omgaat, minder snel een uitbarsting heeft en flexibeler is, is ook meteen een stuk socialer.’’

Met deze inzichten ontwikkelde ze een behandelprogramma en testte ze de resultaten door de behandelende beeldende therapeuten, ouders, leerkrachten en kinderen te bevragen bij aanvang, halverwege en aan het einde van de vijftien behandelingen. Na afloop werden de jonge deelnemers door de volwassenen beoordeeld als ‘evenwichtiger en blijer’ en beter in staat om woorden te geven aan hun ervaringen.

Ook het zelfbeeld was bij bijna alle kinderen verbeterd. ,,En ze werden flexibeler en socialer. Het percentage kinderen dat verbeterde, is net zo hoog als dat van andere behandelingen in de jeugdhulpverlening.’’

Nu Schweizer gepromoveerd is, wil ze met het behandelprogramma de boer op, of liever: de school in. ,,Mijn ideaal is dat vaktherapie (de overkoepelende naam voor ervaringsgerichte therapievormen als drama, beeldende therapie, muziek en dans, red.) een vaste plek krijgt in het passend onderwijs, als extra ondersteuning voor leerlingen met problemen en leerkrachten. Dit zou voor kinderen met autisme veel goed kunnen doen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct