Max Roeper en zijn vrouw Louise Roeper-Piekema in de mooiste jaren van hun leven.

Vooroorlogse beelden van de Joodse chirurg en amateur-filmer Max Roeper (1901-1945): 'Prachtig en ontroerend'

Max Roeper en zijn vrouw Louise Roeper-Piekema in de mooiste jaren van hun leven. FOTO FAMILIE ROEPER

De Joodse chirurg en amateur-filmer Max Roeper (1901-1945) kon onderduiken, maar deed het niet omdat hij de levens van anderen niet in gevaar wilde brengen. Zaterdag toonde de werkgroep Oud Heerenveen voor het eerst een aantal vooroorlogse impressies van de specialist. ,,Dat was de mooiste tijd’’, vertelde zijn weduwe later.

Twee spelende peuters - Jacques en Frits Roeper - in de achtertuin van de Oude Koemarkt 6 in Heerenveen, kwispelende cocker spaniels en zomerse vakantietaferelen in Knokke en Bergen aan zee. Nu en dan komen de liefhebbende ouders van de twee jochies in beeld: Max Roeper (1901-1945) en Louise Piekema (1912-2000).

De genodigden bij de première van de 8 millimeterfilm van Max Roeper, kijken zaterdag 12 september in Crackstate aandachtig naar de aaneengeregen fragmenten. ,,Prachtig en ontroerend’’, zegt Henk Kok van de werkgroep Oud Heerenveen die de zwart-witbeelden voorziet van commentaar. Beelden van een gelukkige, welvarende familie. ,,Een buitengewoon warm gezin’’, vertelt Kok. Ook is er veel te zien van vooroorlogs Heerenveen: een arriverende stoomtrein, de marechaussee die nog uitrukt te fiets, een uitslaande brand in Heerenveen-noord en een geheel wit Crackstate. ,,De pleisterlaag moest er nog af’’, weet de amateur-historicus. De beelden zullen deze dag, in het kader van Open Monumentendag, nog drie keer vertoond worden voor het publiek.

Verraden door ex-patiënt

Max en Louise hadden elkaar, zo meldt Kok, ontmoet in Groningen, waar hij, afkomstig uit een diamantairsfamilie, werd opgeleid tot specialist. In 1934 werd hij benoemd tot chirurg in het ziekenhuis van Heerenveen. Hij was naast chirurg ook wat toen nog vrouwenarts heette – nu gynaecoloog - en tevens hield hij zich bezig met plastische chirurgie, neuscorrecties bijvoorbeeld, dat toen nog in de kinderschoenen stond. Zij, niet-Joods, was opgeleid tot heilgymnaste-masseuse, wat tegenwoordig fysiotherapeut wordt genoemd. ,,In november 1940 mochten Joodse artsen niet meer in ziekenhuizen werken’’, legt Kok uit. ,,Ze mochten alleen nog Joodse mensen helpen, maar de Joodse gemeenschap in Heerenveen was niet groot.’’

Daarom verhuisde het gezien Roeper naar de Hereweg in Groningen waar aan het begin van de oorlog nog zo’n twee- tot drieduizend joden woonden. Daar weigerde Roeper toe te treden tot de door de bezetter ingestelde artsenkamer, bedoeld om grip te krijgen op de medische stand. Roeper ging gewoon door met zijn werk, maar plakte wel zijn professie op het naambordje bij de voordeur af met leukoplast, zoals veel artsen in die tijd deden. Uiteindelijk werd hij in mei 1943 verraden door een ex-patiënt die NSB’er was. Roeper werd op 19 mei opgepakt en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Groningen. Daar was zijn vrouw nog enkele malen langs geweest met een bevriende arts in een poging haar man vrij te pleiten. De woorden van de Duitse gevangenbewaarder zouden nog lang in haar oren nadreunen: ,,Sie haben Ihnen geirrt.’’ Had ze maar geen Jood moeten trouwen, proefde ze in zijn woorden.

Via kamp Vught, waar hij ook nog als arts werd ingezet, belandde Roeper uiteindelijk in concentratiekamp Auschwitz-Birkenau waar hij in januari 1945 overleed aan vlektyfus. In juni hoorde zijn vrouw via het Rode Kruis dat haar man overleden was. Een keer of vijf had ze brieven ontvangen uit Kamp Vught, met het verzoek operatiemateriaal zoals verband en hechtingen, op te sturen. ,,Wat zijn we toch stom geweest’’, schreef hij ook nog. Na de oorlog ontving Louise via een vriend, die Auschwitz-Birkenau had overleefd, de laatste brief en de trouwring.

,,Die kennis geeft de filmbeelden achteraf een wat wrange lading’’, zegt Allard Roeper (49) uit Bussum, zoon van Jacques, kleinzoon van Max. Hij is speciaal naar Heerenveen gekomen voor de première. Na het overlijden van zijn vader Jacques in 1997 kwamen de filmpjes in een doos bij zijn broer Marnix terecht om pas twintig jaar later door beide twee broers ontdekt te worden toen ze besloten de oude boedel op te ruimen. ,, ,,Eigenlijk werden we zelf ook door de oude Kodak-filmpjes verrast’’, herinnert Allard zich. ,,We hadden geen idee wat er op stond en hebben ze laten digitaliseren. Het bleek van alles wat. Lieflijke familietaferelen bijvoorbeeld, maar het begon met patiënten met vreselijke aandoeningen. Een soort horrorfilm zou je kunnen zeggen.’’

'We hadden geen idee wat er op stond en hebben ze laten digitaliseren'

Na de vondst besloot Allard de sporen van zijn grootvader na te lopen. Ineens ontdekte hij dat de man op de lijst van gevallen verzetshelden stond. Allard ploos vele archieven na en bezocht onder meer concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. ,,Het was een man in de kracht van zijn leven. Zijn verhaal raakt me steeds weer, vooral ook omdat ik zelf twee dochters heb. ’’

Naast Allard zit zijn tante, Bettine Polak (72) uit Egmond aan Zee. Zij is een dochter uit het tweede huwelijk van Louise Piekema in 1947 met de Groningse advocaat Nico Polak. Bettine zorgde er voor dat een usb-stick met de beelden bij de werkgroep Oud Heerenveen terecht kwam. Henk Kok bracht de stick naar het Fries Filmarchief dat ze opnieuw monteerde. De patiënten werden er uit geknipt. Na een half uur is de film afgelopen. Allard en zijn tante besluiten nog even naar de Oude Koemarkt 6 te lopen, waar nu café It Houtsje is gevestigd, maar waar het gezin Roeper van 1935 tot 1942 woonde en werkte. Na een brand in 2009 werd het gebouw helemaal opnieuw opgetrokken, naar het voorbeeld van het origineel. Bettine herkent de hoge ramen op de begane grond. Eind jaren negentig was haar moeder – toen in een rolstoel - met een deel van de familie nog in het café geweest.

‘Het Heerlijke Veen’

Bettine kent nog veel anekdotes die ze hoorde van haar moeder. ,,Destijds hadden ze aan de Oude Koemarkt nog spreekuur aan huis. Daarbij assisteerde mijn moeder dus ze kreeg er veel van mee. Abe Lenstra, vertelde ze bijvoorbeeld, zat iedere maandagochtend in de wachtkamer met allerlei pijntjes.’’ Ook vertelde haar moeder dat ze in Heerenveen de mooiste tijd van haar leven had gehad. ,,Zij noemde het altijd het Heerlijke Veen. En al was ze hertrouwd, er stonden altijd foto’s van Max Roeper om ons heen.’’ Ook had haar moeder verteld dat ze op zondagmiddagen vaak rondtoerde met haar eerste man. Dan keken ze waar de patiënten woonden en trokken vervolgens hun conclusies. Afhankelijk van de welstand werd de rekening opgesteld, naar draagkracht. ,,Een herenboer betaalde meer dan een onderwijzeresje dat drie-hoog-achter woonde. In die tijd scheven artsen nog zelf hun rekeningen uit.’’

Later, in Groningen, hield Roeper geen spreekuur meer aan huis, maar gebruikte de ruimte van een bevriende huisarts, Mau van der Reis, aan de Kraneweg. ,,Het verbaasde me’’, zegt Bettine, ,,dat hij daar ook gewoon in het Rooms-katholieke ziekenhuis en in het Diaconessenhuis werkte. Misschien had het te maken met het feit dat dat christelijke instellingen waren. De arts van de joden werd hij daar genoemd.’’

Misschien dacht hij de dans te ontspringen omdat hij gemengd gehuwd was.’’

Een in memoriam in de Heerenveensche Koerier van 20 juni 1945 vermeldt het volgende over de chirurg: ,,In den oorlogstijd heeft hij tallooze geloofsgenooten voortgeholpen naar een veilige wijkplaats voor den wreeden vervolger, maar toen hij zelf door de Duitsche Nazi’s werd gehaald (hij was als gemengd gehuwd in het eerste gelid) heeft hij zich niet willen verbergen.’’ Over de verzetsactiviteiten hebben Allard en zijn tante eigenlijk amper iets gehoord van hun (groot)moeder. ,,Je zou zeggen’’, denkt Allard hardop, ,,dat het toch wel iets is waar je trots op kunt zijn.’’ ,,Sommige dingen verdring je misschien’’, vult Bettine aan. ,,Maar ik weet wel dat je grootvader niet wilde onderduiken omdat hij daarmee weer anderen in gevaar zou brengen. Misschien dacht hij de dans te ontspringen omdat hij gemengd gehuwd was.’’

Hij had ook naar Engeland kunnen gaan, weet Bettine. ,,Dan zou hij op ’s nachts op een van de Friese meren opgepikt worden. Zoiets zie je ook in de film Soldaat van Oranje. Alleen mochten de kinderen niet mee omdat die zouden gaan huilen. Opa en oma Piekema in Den Haag hadden nog aangeboden: breng ze maar naar ons, maar ook dat wilde hij niet. Een bevriend huisartsenechtpaar, Van der Hal, besloot wel onder te duiken en moest een dochtertje van zes weken aan een vreemde meegeven. Toen heeft Max Roeper een snee gemaakt onder de navel van het meisje in de vorm van een V. De V van victory. Zo zouden ze haar later altijd terug kunnen vinden. Die opzet slaagde. Het meisje - Henriette van der Hal – is later arts geworden en naar Israël verhuisd. We zijn goede vrienden geworden. Een paar jaar geleden ben ik nog met enkele familieleden bij haar op bezoek geweest. De dames in het gezelschap mochten het litteken zien. Ze zei altijd: ‘Ik draag Max Roeper mijn hele leven met me mee’.’’

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct