Op pad met de brandweer: een 'rode' kijk op het groen

Natuurgebieden krijgen steeds meer aandacht van de brandweer. En niet alleen in droge perioden. Brandweermensen kijken met hele andere ogen naar het groen dan natuurbeheerders. De LC ging mee met een controle.

,,Kijk eens, al dat blad op de grond’’, zegt Henk Schuijn. ,,Het is echt enorm droog hier.’’ De natuurbrandexpert van de Friese brandweer wijst door de zijruit van zijn rode terreinwagen naar de bosjes. De 4x4 kan het stoffige zandpad aan de rand van het Drents-Friese Wold bij Appelscha makkelijk aan. Schuijn rijdt rustig.

Lees ook: Grote natuurbrand? Brandweer moet uren vooruitdenken

,,Het lijkt al wel herfst’’, gaat zijn collega en bijrijder Ids Hooisma verder. ,,Qua kleur zeker’’, antwoordt Schuijn. ,,Die paar buitjes die af en toe vallen, zijn zeker niet genoeg.’’ Daarom geldt in Friesland en Drenthe ook nog steeds de hoogste risicofase voor natuurbranden: fase 2.

Schuijn en Hooisma voeren deze middag een schouw uit. Ze controleren een deel van de toegangen en paden van het Drents-Friese Wold. Op zijn schoot heeft Hooisma een Ipad, waarin hij onderweg verbeterpunten kan vastleggen. Afstemming en aanpassing gebeuren later, in overleg met natuurbeheerders zoals It Fryske Gea, Het Drentse Landschap, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.

FOTO LC

Met de droogte van dit en vorig jaar in het achterhoofd, kijken de twee extra kritisch naar de bos- en heidegebieden, vertelt Schuijn. ,,De brandweerwagens die hier in moeten, zijn hoger dan de ‘stadse’ blusvoertuigen. Die zouden hier niet uit de voeten kunnen; je moet echt een 4x4 hebben. Onze wagens hebben ook een flinke draaicirkel, dus de inritten, doorgangen en bochten moeten voldoende breed zijn.’’

Hij wijst opnieuw, nu naar een slagboom die een pad blokkeert. ,,Hier is de natuur om de slagboom heen iets te wild. Dit moeten we opschonen.’’ Hooisma knikt. ,,Dat noteren we nu alleen’’, zegt hij. ,,Niet alle zaken kunnen we meteen doorvoeren.’’

Op de hobbelige bos- en zandpaden van het Wold schudt de 4x4 woest heen en weer. Takken schuren tegen de wagen. Pal naast een van de zandpaden ziet Hooisma een grote naaldboom staan. ,,Dit is niet goed’’, zegt hij. Schuijn ziet de groene reus ook. De twee stappen uit.

,,Deze boom staat duidelijk te dicht op het pad. Hij hangt over’’, doceert Schuijn. ,,Hier kan het vuur zo overslaan. Bovendien kunnen dennenappels letterlijk over de weg springen als ze branden. Dat is heel gevaarlijk. Deze zijkanten moeten wat ons betreft opgesnoeid worden. Natuurbeheerders willen dat liever niet, vanwege de biodiversiteit. Want juist in deze bermen zit weer hele andere flora en fauna dan midden op de hei. Daar moeten we uitkomen. En tot op heden hebben we samen oplossingen kunnen vinden.’’

Tijdens de schouw kijken de mannen met ‘rode’ ogen naar het groen. Zo is de brandweerregel van het ,,rondje rijden’’ cruciaal, geeft Hooisma aan. ,,Vaak kun of wil je niet keren. Als je bij een natuurbrand je water kwijt bent, ga je opnieuw vullen. Maar je moet elkaar niet in de weg zitten. Je wilt altijd dóórrijden om de blussing continu in stand te houden.’’

FOTO LC

Schuijn: ,,Per voertuig hebben we zo’n 3000 liter water bij ons. In tien tot vijftien minuten is die tank leeg en moet je ergens in de buurt nieuw water halen. Om vier auto’s een grotere natuurbrand te laten blussen, heb je zestien wagens nodig. Dat is de vuistregel. Vier staan bij de brand te blussen, vier zijn onderweg naar een waterinnamepunt, vier staan daadwerkelijk bij dat innamepunt en vier rijden van het innamepunt naar de brandflank. Zeer grote heidebranden hebben zeker twee tot drie flanken, dus dan heb je al 32 tot 48 voertuigen nodig. Die moeten elkaar niet in de weg rijden.’’

Na een eerste ronde door het Wold zet Schuijn de terreinwagen stil bij de begraafplaats aan de Kloosterweg. Hiernaast ligt een brede sloot. ,,Dit parkeerterrein is zeer geschikt om water in te laten. De circulatie is prima. Verderop kunnen de brandweerwagens erin, hier er weer uit.’’ Hooisma knikt in de richting van zijn Ipad. ,,Zo brengen wij alle plekken in kaart. Deze informatie delen wij ook met de brandweer van Drenthe. En zij doen hetzelfde.’’

De schouw gaat verder. Op een van de parkeerplaatsen bij de toegang tot de Kale Duinen liggen stapels met takken in de berm. ,,Deze branden als een tierelier - een peukje is al genoeg. Ons advies is om ze weg te halen’’, zegt Schuijn. Staat genoteerd. Verderop hangen bomen iets te ver over de weg. Het zijn loofbomen, die minder goed branden dan dennenbomen, vertelt hij. ,,Dit gaat nog net.’’

Op weg naar de laatste halte, een sluisje bij Oude Willem waar tot enkele jaren geleden nog veel bluswater te halen viel, vertellen Hooisma en Schuijn over andere natuurgebieden. Dat het Fochteloërveen al nauwkeurig in kaart is gebracht. En Terschelling ook. In september is de start op Ameland. De groep natuurbranddeskundigen bij de Friese brandweer wordt steeds groter. Schuijn leidt ze op.

Tussendoor spot hij nog een plek waar dennenbomen te dicht op de doorgaande weg staan. ,,Langs een asfaltweg als deze houden wij het liefst een strook van 15 meter dennenvrij. Want hier zou een brand zo overspringen. Vuur vliegt zelfs over snelwegen heen, ik heb het zien gebeuren hoor.’’

Henk Schuijn (l) en Ids Hooisma. FOTO LC

Aangekomen bij het sluisje constateren de mannen dat dit geen waterinnamepunt meer kan zijn. Schuijn: ,,Dat komt door klimaatverandering, verdroging, beleid van overheden, de natuur z’n gang laten gaan. Het gaat niet om de schuldvraag, het is een constatering.’’ Hooisma: ,,Een feit waar wij mee moeten omgaan. Als brandweer hebben wij dus wel een alternatief nodig.’’

Schuijn: ,,Ook wij moeten anders gaan denken. En dat is best goed te doen, in overleg met natuurbeheerders. Wij vragen hen wat rood te denken en de natuurbeheerders vragen de brandweer wat groen te denken.’’

Buiten de luwte van het bosgebied blijkt de wind te zijn toegenomen. Het verontrust Schuijn enigszins. ,,Oh, dit geeft mij zorgen. Ik heb nu zelf dienst’’, zegt hij.

Als natuurlijke reflex kijkt hij meteen om zich heen. In de verte, op ongeveer een kilometer afstand, ziet Schuijn een camping. Hij rekent voor: ,,Bij een wind van 3 meter per seconde is de uitbreiding van een natuurbrand gemiddeld 300 meter per uur. In open veld met wat reliëf, helemaal als het heel droog is, kan dit oplopen tot 600 meter per uur.’’

Schuijn en Hooisma zijn eigenlijk altijd met het weer bezig. En continu aan het rekenen. ,,Wij moeten twee tot drie uur vooruitdenken, zeker als er campings in de buurt zijn’’, besluit Schuijn. ,,Steeds de kop erbij. Dat moet wel in ons vak.’’

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement