Er gebeurt iets vreselijks, je moet ingrijpen, maar je kunt het niet. Je bevriest. Je staat er bij en kijkt er naar. We kennen allemaal dat verlammende mechanisme. In november 2017 gebeurde dat niet. Toen schoten omstanders bij een ongeluk te hulp. Dit is het verhaal achter de foto die toen in de Leeuwarder Courant stond.

Twee jaar geleden, op vrijdag 10 november, plaatste de Leeuwarder Courant een indrukwekkende foto. Over twee pagina’s, In het hart van een katern. Een vrouw was met haar auto in de Heeresloot in Heerenveen gereden. Vijf mensen sprongen in het ijskoude water, drie hielpen vanaf de wal. Ze probeerden met een touw de auto naar de kant te slepen. Dat lukte niet. Op dat moment maakte de Heerenveense fotograaf Alex de Haan de foto.

Daarna sprong ook hij in het water. Hij is lang en kon staan waar anderen moesten zwemmen. Het lukte hem de vrouw uit de auto te halen. Maar te laat.

Nita

Om te beginnen een korte reconstructie.

Nita van Exel-Wind is 84 en staat volop in het leven. Ze weet zich geliefd door haar kinderen en kleinkinderen. Ze schildert, heeft een atelier aan huis in Heerenveen. Haar man, Gerard, overleed vijf jaar geleden. Een jaar later treft zij Coen Flach, een jeugdliefde. De vlam slaat weer in de pan.

Op dinsdag 7 november 2017 is ze in haar auto onderweg naar haar leesclub. Om tien uur parkeert ze de grijze Hyundai 120 aan de Herenwal. Is ze haastig? Ze maakt een fout maar welke precies is onduidelijk. De dienst Verkeersongevallenanalyse vermoedt dat Nita van Exel dacht dat de auto in de achteruitversnelling stond, terwijl ze ‘m in de eerste versnelling had gezet. Ze schiet met de auto over de kleine bolle betonnen drempels en belandt in de Heeresloot.

Ze zal heel erg geschrokken zijn, maar reageert ogenschijnlijk rustig. Ze zoekt haar telefoon en probeert iemand te bellen.

Wytse de Jong uit Heerenveen stapt als eerste de Heeresloot in. Hij durft niet verder dan tot zijn knieën het water in te gaan, hij heeft geen sterk lijf – de rug – en roept om hulp. Er staan inmiddels tien mensen te kijken.

Anneke Huitema uit Heerenveen praat vanaf de wal met Nita van Exel.

Jikke van der Wal uit Aldeboarn springt in het ijskoude water, het is 8 graden, en opent de kofferbak. Jikke hoopt dat Nita nu naar buiten kruipt. Dat gebeurt niet.

De auto stroomt snel vol. Anneke hoort mevrouw Van Exel om hulp roepen. Direct daarna verdwijnt ze onder water.

Wytse schreeuwt dat er een touw moet komen. David Kappetein woont aan de Herenwal. Zijn vrouw heeft daar een sportschool en daar liggen klimtouwen. Hij grijpt een touw, loopt de Heeresloot in en geeft het aan Mounir, een buitenlandse man die inmiddels samen met een vrouw het water is ingesprongen.

Mounir probeert het touw aan de ruitenwisser van de auto bevestigen. Zonder succes. Het touw moet aan een wiel, maar dan moet hij duiken, het zwarte, stervenskoude water in. Hij kan het niet. Net als Jikke moet hij zwemmen, in het midden van de Heeresloot is het net te diep, hij kan er niet staan.

Op de wal staan Anneke Huitema, een onbekende vrouw met een blauw vest en Douwe Boerma uit Haulerwijk klaar om de auto naar de wal te trekken. Maar ze zien dat het Mounir niet lukt om het touw aan de zinkende auto te bevestigen.

Bovendien: het touw is te kort.

Op het moment dat ze beseffen dat er iemand verdrinkt en dat ze niets kunnen doen, maakt de laatste redder, Alex de Haan, de foto die later gepubliceerd zal worden. Hij is beroepsfotograaf, heeft vijf minuten staan fotograferen en besluit nu zelf het water in te gaan. Hij is lang, kan staan waar de anderen moeten zwemmen. Ook hij verstijft door het koude water, maar zijn krachten komen terug. Hij slaat een raampje in en trekt samen met David mevrouw Van Exel naar buiten. Te laat, weten alle redders. Aan de wal nemen mensen van de ambulance mevrouw Van Exel over.

Zij proberen mevrouw Van Exel zeker een half uur te reanimeren. Daarna wordt ze naar het ziekenhuis gebracht. Daar overlijdt Nita van Exel. Tot zover deze reconstructie, in ruim vijfhonderd woorden. In de krant vaak teruggebracht tot negen: ‘Omstanders probeerden de vrouw uit de auto te halen’.

loading

De redders

Wytse

Wytse de Jong aarzelt geen moment en springt als eerste in het ijskoude water. Hij is de man met het snorretje, in het midden van de foto. Wytse wil niet terugkijken.

Hij heeft er een trauma van over gehouden, zegt hij, en praten helpt niet. Hij moet er mee leren leven. Maar twee dingen zitten hem heel erg dwars. Toen hij bij de Heeresloot aankwam stonden er zeven, acht mensen langs de kant. Ze wezen naar de auto en deden niks. En hij, met zijn wrakke lijf, rugklachten, hij moest toen het water in.

En hij is verschrikkelijk kwaad op de fotograaf. Dat hij rustig foto’s stond te maken en veel te laat het water inging. Als hij eerder in actie was gekomen dan leefde mevrouw Van Exel misschien nog. Misschien, want dat weet je natuurlijk nooit zeker. Maar dat, dat zit hem ver-schrik-ke-lijk dwars.

Anneke

Anneke Huitema (55), sprak als laatste met Nita van Exel. Zij wil wel praten, maar op één voorwaarde: ,,Ik heb een hele grote maar. Het moet geen verhaal ter meerdere eer en glorie van onszelf worden. We hebben ons best gedaan. Daarmee is alles gezegd.”

Anneke is chauffeur op een rolstoeltaxi in Heerenveen en omstreken. Als ze op die dinsdag in november haar ochtendroute heeft beëindigd, rijdt ze via het centrum terug naar huis. Bij de Heeresloot staan paniekerige mensen. Ze ziet een auto drijven. ,,Bliksem,” denkt ze, ,,dit is foute boel.”

Ze parkeert de taxi dubbel in de berm, doet de paniekverlichting aan en loopt naar de waterkant. Ze ziet mevrouw Van Exel met een telefoon in de hand. Ze probeert te bellen, tikt op de telefoon. Dat begrijpt Anneke niet. Als je met je auto in het water ligt, dan probeer er toch zo snel mogelijk uit te komen, dan ga je toch niet bellen? Maar ja, wat doet een mens in zo’n situatie, wat is je eerste reactie, dat weet je niet... Ze zal om hulp gebeld hebben. Mevrouw Van Exel kijkt om zich heen en Anneke roept: ,,Mevrouw, kunt u zwemmen?”

,,Ja, ik kan wel zwemmen,” antwoordt mevrouw Van Exel.

,,Komt u er uit?”

,,Nee, dat lukt niet,” zegt ze.

De auto zinkt. Eerst langzaam, maar als het water door het openstaande raam naar binnen stroomt, gaat het snel. In no time stroomt de auto vol. Anneke hoort de vrouw nog roepen: ,,Help! Help!” Direct daarna verdwijnt ze onder water.

,,Godverdomme, doe wat, doet wat!” wil Anneke schreeuwen.

Op dat moment zijn er al mensen in het water gesprongen. Moet ze helpen? Snel de schoenen uit? Ze ziet drie, vier mensen in het water, dat lijkt haar genoeg. Ze besluit vanaf de wal te helpen.

Uiteindelijk gaat een grote man het water in. Hij trekt Nita van Exel uit de auto. Ze is al helemaal wit. In- en inwit. Twee mannen dragen haar naar de wal, met haar gezicht naar beneden. Haar gezicht raakt het water. Dan kan ze niet ademen, beseft Anneke. Maar misschien ademt ze al niet meer? Later denkt ze, hoopt ze, dat ze door het koude water al snel bewusteloos is geraakt. Maar dat beeld, van het hoofd in het water, dat raakt ze niet weer kwijt.

Anneke staat op de wal en pakt mevrouw Van Exel in de kraag, dan bij de arm, daarna nemen ambulancemensen het over.

Ze rijdt rustig naar huis, maar thuis komt de reactie. Shaken, huilen. Ze belt Paul, haar man. Als die thuis komt neemt hij haar in de armen. Weer tranen, maar Anneke wordt kalm. Om drie uur stapt ze weer in de taxi, de klanten wachten.

De volgende dag rijdt ze expres nog een keer langs de Heeresloot. Met een lege taxi. Ze wil niet dat ze schrikt als ze er later met een volle taxi langs komt. Het is zo’n uitdrukking, maar misschien wil ze het letterlijk een plekje geven. Daar.

Een paar dagen moet ze vertellen over de gebeurtenis. Tot vervelends toe. Maar dat is goed geweest, ze moet dingen van zich af praten. Paul heeft alle begrip; het is niets niks als je iemand voor jouw ogen ziet sterven.

Ze is sowieso emotioneler geworden. Maar dat kan ook met andere dingen te maken hebben. Sinds een jaar weten ze dat Paul MS heeft, multiple sclerose. Dat hakt er ook lekker in. En vorig jaar moesten ze hun hond laten inslapen. Dan is het ook een combinatie van dingen.

Een sentimentele film op tv deed haar eerder niks. Nu wel. Dat vindt ze winst. Huilen lucht op en iedereen mag haar tranen zien. Alsof je ‘t verdriet wegwast. Dan zegt Paul: ,,Ach, je bent gewoon een wrak Anneke.” Ze kijken elkaar veelbetekenend aan en lachen. Ook voor Paul is het glas half vol. Even was het de vraag of hij ALS of MS had. Het bleek MS. Kortom: een enorme meevaller. Humor sleept hun er door.

Had ze dingen anders kunnen en moeten doen? Die vraag bleef lange tijd knagen. Had ze direct in het water moeten springen? Had dat het verschil kunnen maken? Of zouden de helpers elkaar hinderen? Ze weet het niet en ze zal het ook nooit weten. Ze heeft voor zichzelf besloten niet meer over die vraag na te denken. Ophouden Anneke, heeft geen nut. Word je knettergek van.

Jikke

Jikke van der Wal-Van der Woude (48) uit Aldeboarn is onderweg naar de Welkoop, voor een nieuw vogelhuisje voor op de buitentafel. Bij de Heeresloot staan mensen langs de kant. Er ligt een auto in het water, ze ziet de bestuurster en het water tot de raampjes. Jikke, officemanager bij Singelland, het Drachtster lyceum, heeft voor de veiligheid op school een EHBO-cursus gedaan. Misschien kan ze iets betekenen als de vrouw uit de auto is gehaald.

Ze is niet van het ramptoerisme. Als ze bij een ongeval ziet dat er hulp is, rijdt ze door. Maar nu denkt ze: ,,Misschien kan ik reanimeren.” Het is voor ‘t eerst in in haar leven dat ze stopt. Als je kunt reanimeren, dan moet je ook helpen. Anders kun je net zo goed je EHBO-pasje inleveren.

Ze trekt haar jas en trui uit en haar gympies want ze moet zwemmen, ze moet licht zijn. Een omstander schreeuwt: ,,Snel snel!,” een ander roept: ,,De kofferbak!” Dan springt ze in de gracht. Fuck, het water is koud.

De punt van de auto is al gezonken. Ze zwemt naar de kofferbak, voelt onder water waar ze moet zijn en krijgt hem wonderlijk snel open. Dat verbaast haar.

Verbeeldt ze het zich of wordt er opgelucht geapplaudisseerd op de wal? Alsof iedereen denkt dat het nu wel goed komt.

Het koude water voelt ze niet meer, het zal de adrenaline zijn. Even denkt ze dat het probleem is opgelost. De kofferbak is open, nu kruipt de vrouw er wel eruit. Even. Maar er gebeurt niks, geen teken van leven. Ze overweegt zelf in de auto te kruipen, maar iets in haar zegt: Dat gaan we niet doen. Het donkere water, de auto kan verder zinken, te gevaarlijk. Niet doen. Stel, je kruipt er in en de auto zinkt nog verder. Als er iemand was die haar bij de voeten vast zou kunnen houden, misschien zou ze dan wel naar binnen durven te kruipen. Maar er is niemand.

Ze voelt zich alleen en ze realiseert zich dat ze ‘t alleen niet gaat redden.

,,Help my no!” schreeuwt ze. ,,Help my no!”

Een buitenlandse man ziet de wanhoop in haar ogen en springt in het water, samen met een vrouw.

Dan is er een touw. Misschien kunnen we ‘t touw achteraan de auto binden, en dan trekken, zodat de achterkant boven water blijft, en dan de auto naar de kant trekken. Ze zegt tegen de buitenlandse man dat hij het touw aan de auto moet binden. Maar dan blijkt dat het touw te kort is, het haalt de wal niet.

Als de ambulance arriveert – die geruststellende gele kleur – voelt ze zich even opgelucht. Misschien gaat het toch nog lukken.

Dan ziet ze iemand foto’s maken. Een man. Een grote man. Hij had kunnen helpen. Hij had op de bodem kunnen staan, zij niet, zij moet zwemmen. Zij probeert iemands leven te redden, en hij maakt foto’s en hij helpt niet. Dat omstanders vaak niks doen, dat weet ze. Maar dat iemand foto’s maakt! Ze is woedend.

Als ze zich realiseert: het gaat niet lukken, zwemt ze naar de wal. Politiemensen brengen haar naar een warme politieauto.

Pas in de politieauto, met de kachel zo heet mogelijk, voelt ze hoe koud ze is. Tot op het bot.

Ze wordt naar het politiebureau gebracht. Een politievrouw – Linda heet ze – vangt haar op. ,,Superknap dat je ‘t water in bent gegaan,” zegt ze. Maar ze snapt ook Jikke’s verdriet. Dat het niet gelukt is. Het gevoel dat je bezig bent en het leven glipt weg. ,,Se wie der gewoan,” zegt Jikke. Super lief. Echt top.

Jikke en haar man Jan denken bij politie in de eerste plaats aan bekeuringen. Maar nu ziet ze een andere kant. De politie brengt haar thuis, in Aldeboarn. Ze lopen met haar mee naar de deur, willen zeker weten dat er iemand voor haar is. Jan schrikt, hij denkt dat Jikke een ongeluk heeft gehad. Later belt Linda om haar te vertellen dat de vrouw is overleden, zodat ze dat niet in de krant hoeft te lezen. ,,Je hebt mijn nummer,” zegt ze, ,,als er wat is, als je ergens mee zit, bel me. En als ik even niet opneem, ik bel je altijd terug.” Superzorgvuldig.

Jikke’s beeld van de politie is voorgoed veranderd.

Ze is een paar dagen finaal van slag. Slaapt slecht, ziet steeds opnieuw de beelden. Was ze maar wat eerder geweest, had ik maar dit, had ik maar... Ze blijft malen, weet wel dat dat geen zin heeft, maar kan het niet stoppen. Drie dagen later rijdt een brandweerauto met loeiende sirene langs Aldeboarn. Ze wil in de auto stappen, er achteraan. Helpen. Wat in Heerenveen niet lukte, nu goedmaken.

Een half jaar later kijkt ze terug op de reddingsactie. Al bij het eerste woord schiet ze vol.

Zij vertelt voortdurend door haar tranen heen. Heel veel mensen hebben in de afgelopen tijd tegen haar gezegd: ‘Maar je hebt het toch maar gedaan’. En dat is zo. En gelukkig is dat het positieve dat ze eruit kan halen. Maar dat is dan ook het enige. En dat ze heeft gedaan wat ze altijd van zichzelf heeft gedacht en verwacht: dat ze zou handelen in zo’n situatie. Je wilt ook graag dat je handelt. Dat is de hoop over jezelf. En als dat dan klopt, dan is dat mooi. En dat is het dan het positieve. Voor haar. Maar terwijl ze ‘t zegt haalt ze de schouders op.

Tranen.

Sommigen noemen haar inzet heldhaftig. Weer die schouders. Ze is geen held. ,,Een echte held redt mensen,” zegt ze.

Ze vraagt ze zich af wat ze had gedaan als Jochem, hun hond en haar kameraad, in de auto had gezeten. Ze denkt dat er dan een oerkracht in je los komt, dan ben je misschien wel bereid je leven te geven. Dan denk je niet meer, dan heb je al gehandeld.

Jan en Jikke praten over dat rare mechanisme: je staat er bij en kijkt er naar. Jan moet er niet aan denken dat hij ‘s avonds aan de etenstafel zou moeten vertellen: ,,Ik heb iemand zien verdrinken, een vrouw riep om hulp en ik heb niets gedaan.”

Jikke: ,,Zo hoef ik in elk geval niet terug te zien. Dan was ik er veel slechter aan toe geweest. Dan had ik altijd dat schuldgevoel gehouden.”

Jan: ,,Dat had je jezelf nooit vergeven. Jij niet. Dat weet ik zeker.”

Jikke: ,,Misschien is dat ook de reden waarom ik het water ben ingegaan.”

Vreemd trouwens dat anderen het water onverdraaglijk koud vonden en dat Jikke dat amper gevoeld heeft. Dan moet Jikke een warme persoonlijkheid zijn. ,,Dat klopt,” zegt Jan.

Jikke moet lachen – voor het eerst tijdens dit gesprek.

David

Schuin tegenover de plek waar Nita van Exel verdronk heeft David Kappetein (47) zijn kookstudio en zijn vrouw Suzanne Beerepoot runt er een sportstudio.

7 november begint als andere dagen. Hij brengt de kinderen naar school, laat de honden uit, zet een kop senseo voor zichzelf en maakt een denkbeeldig lijstje van ingrediënten die hij moet halen. Om vijf uur komt er een groep gasten.

Dan hoort hij een klap en ziet commotie voor huis. Rustig loopt hij met z’n kopje koffie naar buiten. Een buurvrouw wijst naar het water. Dan ziet hij een auto in de Heeresloot.

Hij ziet ook dat er iemand in zit en denkt: ,,Shit.” Taxeert: de auto ligt dichterbij de overkant, hij weet dat het daar ondieper is. Een man staat in het water. Hij roept om een touw. Zij hebben touw: in de sportschool. Hij loopt als een gek naar de sportschool achter huis, pakt een touw – gelukkig ligt dat los, meestal zitten de touwen vast met clickhaken – en rent terug.

Een automobilist zegt: ,,Stap in,” en ze scheuren met een gang van tachtig, negentig kilometer naar de overkant. Scary, zo hard. Als ze over de brug rijden, zien ze dat de auto zinkt. ,,Shit daar gaat ‘ie!” zegt de bestuurder en geeft nog meer gas.

Hij gooit zijn telefoon op de wal, loopt het water in en hoort van een donkere man dat het slachtoffer nog in de auto zit. De man wil met het touw de auto naar de kant trekken. Even schiet nog door hem heen: ,,Is dit wat er nu moet gebeuren?”

Hij loopt naar het midden van de gracht, het hoofd nog net boven water, wil een deur openen. Trekken, sjorren... Tevergeefs. Hij probeert via de achterkant, de open klep, de vrouw te pakken te krijgen. Maar die kou. Hij verstijft. Hij vervloekt die kou. Hij voelt zich beperkt door die verrekte kou en hij is geen koukleum. Maar het is alsof zijn handen gebonden zijn, zijn vingers staan krom.

Hij voelt zich machteloos. Hij weet: op dit moment verdrinkt hier iemand. Hier gaat iemand dood en je kunt er niets aan doen.

Op dat moment is hij er bij, de fotograaf. Hij ramt met een hamer onder water een raampje in en tast door het raam. Hij krijgt Nita te pakken. Samen trekken ze de vrouw door het raam naar buiten. Ze dragen haar over aan een agent die inmiddels ook in het water staat. Het ambulancepersoneel duikt er bovenop.

Hij pakt het touw uit het water, krijgt van de brandweer een deken en een bedankje en loopt naar huis. Hij trekt zijn smerige kleren uit en stapt onder de douche.

Daarna koffie. Warm worden. Hij zoekt het pakje met sigaretten voor speciale momenten en steekt één op. Suzanne komt thuis, van een buurman heeft ze al gehoord dat David heeft geholpen. Hij vertelt haar snel het verhaal, maakt er geen drama van, en gaat inkopen doen. Onderweg zet hij een stevig rocknummer op. Nirvana. Hard.

Een paar uur later staat hij weer voor een groep gezellige mensen.

In de dagen erna draait hij samen met Suzanne de film meermalen af. En hij oordeelt zelfkritisch: het was zinloos, dat hele verhaal met dat touw. Toen de auto dreef was een touw nog handig. Maar toen de voorkant van de auto, met de motor, was gezonken, had dat hele touw geen zin meer. Maar iemand vraagt iets, en dan doe je dat. Je gaat niet staan discussiëren van: ,,Hoe zullen we dit nu even aanpakken?” Je handelt. Je handelt naar wat je hoort.

En hij stelt zichzelf een gewetensvraag: ,,Zou ik meer hebben gedaan als een van mijn kinderen in de auto had gezeten?” Het klinkt hard, maar hij denkt het wel... Hij bleef nu vrij rustig. Bleef nadenken. Bij zijn kind was hij in paniek geraakt. Dan was hij via die klep wel naar binnen gegaan. Dan vecht je je eventueel dood. Dan denk je niet meer na, dan ga je gewoon. Mijn kind moet eruit, dat is het enige dat telt. Dan had hij het risico genomen om zelf te verdrinken. Nu nam hij het risico niet. Misschien is dit voor de nabestaanden rot om te te horen, maar eerlijk is eerlijk.

Anoniem

Een waarschuwend telefoontje. Het is de tweede vrouw die in het water sprong. Ze wil niet met naam en toenaam in de krant. ,,Dat zal wel weer Fries zijn,” zegt ze, maar ze wil het niet. Ze wil ook geen gesprek, maar waarschuwt: ,,Het is geen mooi verhaal, hoor. Het is allemaal minder mooi dan het lijkt. “

Ze woont verderop aan de Herenwal. Ze had op die dinsdagochtend net gedoucht en liep naar boven om haar blauwe laarsjes te halen. Ze keek door het raam – ligt daar een auto in het water? – en rende naar beneden, naar buiten – op sokken. Ze zocht een steen om een raam mee in te slaan, vond die niet en dook toch het water in. Met lege handen.

Precies een jaar na dato, 7 november 2018, na een tweede poging om met haar in gesprek te komen, appt ze: ,,Kom maar langs.”

Ze is bang voor een heldenverhaal. Voor de familie. Stel je moeder is overleden en de redders vertellen allemaal heldhaftige verhalen… Dat zou ze zeer ongepast vinden.

Ze is kritisch. In de eerste plaats op zichzelf. Want wat had ze daar eigenlijk te zoeken, zonder steen of hamer? Op het moment dat je springt neem je ook de verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid voor degene die in het water ligt. En als je dan niks kunt doen, wat doe je daar dan?

Heel precies geeft ze ook aan hoe ze halverwege haar actie de verantwoordelijkheid van zich af schoof. Op het moment dat ze besefte dat ze niets kon doen, zag ze een buitenlandse man achter zich. Opluchting! Nou komt het toch nog goed. Op dat moment schoof ze eigenlijk de verantwoordelijkheid naar hem toe. Is ze niet trots op, maar die kou! Ze werd traag door de kou. Alsof dingen in slow motion gingen, ze moest eruit.

Ze is niet alleen kritisch op zichzelf, maar ook op andere redders, maar wil niet dat dat die kritiek opgeschreven wordt.

Mounir

Op de foto zie je alleen een stukje van zijn arm en zijn hand met de hamer. Hij staat achter Wytse de Jong. Het is Mounir Ismail (60), geboren in Tunesië. Hij woont met zijn vrouw Astrid en vijf kinderen achter het station in Heerenveen.

Die dinsdag in november zit hij met Astrid en hun zoon Yazid in de auto, onderweg naar school. Yazid heeft een toets voor Natuur en Gezondheid. Bij de Heeresloot hoort hij gegil en hij ziet dan de achterkant van een auto boven het water uitsteken. Hij stopt meteen.

Hij ziet een vrouw in het water bij de auto en denkt dat zij de bestuurster is en dat haar kinderen nog op de achterbank zitten. Hij bedenkt: ,,Als de ramen dicht zijn krijg je de deur van de auto nooit open, ik heb een hamer nodig, of een steen.” Hij schiet een vrachtwagenchauffeur aan en die geeft hem een hamer. Hij kijkt Astrid aan, ze knikt: ,,Ja,” en hij springt het water in.

Het water is zo verschrikkelijk koud, alsof hij in een bak ijs duikt. Hij zwemt naar de auto, kijkt achter en voor in de auto, maar ziet niets.

Het lukt hem niet om een raam in te slaan. Hij moet zwemmend slaan, hij kan daar niet staan. En die kou. Dan gooit iemand een touw. Hij probeert het aan de auto te bevestigen, maar dat lukt niet. De enige optie: het touw moet onder water bevestigd worden, aan een wiel of aan de trekhaak als die er is. Maar die kou! Hij is bang dat zijn hart het begeeft als hij onder water gaat.

De ijskou op zijn hoofd. Hij heeft het nog nooit zo koud gehad. Alsof alle organen weigeren. Alle krachten vloeien weg. En hij is een waterman! In Tunesië was hij altijd in het water. Maar dit heeft hij nog nooit meegemaakt. ,,Welkom in Nederland,” schiet door hem heen. Nederland Waterland, hij geniet er altijd van, vanuit de auto, maar nu weet hij beter. Shit.

Een lange man schiet hem te hulp, die kan op de bodem van de Heeresloot staan. Hij geeft hem de hamer om een ruit in te slaan. De man slaat een raampje in haalt de vrouw uit de auto. Maar Mounir weet dat het te laat is. Helaas. Helaas. Helaas.

Hij klautert bij de wal op en krijgt van het ambulancepersoneel een warmtedeken en daarna van de politie nog folie om warm te worden. Maar hij kan niet stoppen met trillen en huilen. ,,Naar huis,” denkt hij, ,,direct naar huis.” Astrid racet hen naar huis. Hij neemt een heet bad en langzaam verdwijnt de kou.

Thuis is iedereen onder de indruk van wat er is gebeurd. Yazid en Astrid hebben gezien dat de vrouw gereanimeerd werd en Yazid hoopt zo dat de vrouw het gaat redden. Mounir vermoedt dat ze is overleden, maar laat het maar wat in ‘t midden.

Astrid brengt Yazid naar school. Hij mag de toets nog maken en hij haalt ‘m. Met een 6,9.

Twee dagen later belt de politie om Mounir te bedanken. Dan pas weet hij zeker dat de reddingspoging en de reanimatie voor niets zijn geweest. Yazid had er al wat rekening mee gehouden, het komt niet als een enorme klap. Hij ziet het verdriet bij zijn vader, maar is supertrots op hem.

loading

Vrouw met vest

De meeste redders reageren op een oproep op Facebook die door mensen in Heerenveen en omgeving bijna tweehonderd keer wordt gedeeld.

Maar één vrouw is niet te achterhalen. Zij staat op de wal en houdt de hand van Anneke vast. Ze draagt een blauw vest met een tekst op de rug. Op de foto zijn alleen de eerste woorden zichtbaar: We make…. Wat zou er staan: We make it happen?

Douwe

Douwe Boerma (62) uit Haulerwijk ziet het drama van het begin tot het eind. Op de foto is hij de laatste man in de keten.

Hij is ondernemer, directeur van HDI Oosterwolde, ze installeren onder meer cv-ketels, geisers, sanitair, airco, vloerverwarming en warmtepompen. Douwe is in zijn Opel Mokka onderweg naar een klant in Heerenveen. Als hij de auto in het water ziet, parkeert hij zijn wagen snel, iets verderop, rekening houdend met hulpdiensten die zo wel zullen komen. Hij is altijd op de weg en weet: geef ambulances en de politie de ruimte.

Hij ziet een man en twee vrouwen, famkes noemt hij ze, in het water en beseft: Er moet hulp komen, want zij kunnen door de kou ook slachtoffer worden. Er is paniek aan alle kanten. Hij voelt zijn onmacht. Hij is hartpatiënt, en bovendien kan hij niet zwemmen.

Tientallen mensen staan te kijken. Mannen met de handen in de zakken. In kleine groepjes. Dichtbij genoeg om alles te kunnen zien, maar ook op veilige afstand om niet aangesproken te worden. Alsof ze zich schamen dat ze niets doen.

,,Do hjir ek?” hoort hij iemand zeggen, jij hier ook? Alsof het een buurtfeestje is. ,,Hier zijn mensen bezig iemand te redden,” denkt hij, ,,een beetje respect graag.”

Hij ziet dat het de vrouwen niet lukt de bestuurster via de achterklep uit de auto te halen.

Gelukkig is daar iemand met een touw, nu kunnen ze een keten maken, de vrouwen in het water steunen. De laatste in de keten is de vrouw met het blauwe vest. Ze glijdt weg. ,,Help haar!,” roept de vrouw voor haar en dan kan hij gelukkig ook in actie komen. Hij pakt de vrouw in het blauw bij de schouders. Hij is redelijk fors, zijn gewicht tikt aan. Maar de actie met het touw is geen succes.

Dan vraagt een fotograaf of hij op z’n camera wil passen. Hij zegt dat hij hartpatiënt is.

,,Ik ook,” zegt Douwe, ,,bovendien kan ik niet zwemmen, ik ga er niet in.”

,,Ik kin it net langer oansjen,” zegt de fotograaf.

Douwe vindt het niet verstandig. ,,Doe het niet,” denkt hij. Hij leerde in de militaire dienst: breng jezelf niet in gevaar. Hou je eigen veiligheid in de gaten, anders moet er straks nóg een ambulance komen.

De fotograaf legt met zijn actie geen druk op Douwe. Hij niet, maar die twee famkes wel. Er staan grote, sterke kerels op de wal. Bomen van kerels. En ze doen niets. Twee vrouwen handelen wel. Hij voelt zich schuldig dat hij één van die kerels is.

De fotograaf slaat een ruit stuk en weet het slachtoffer toch uit de auto te halen.

Hij haalt een oud laken en een jas uit de auto en geeft die aan een van de twee vrouwen, die drijfnat op de wal zit. Hij klopt haar op de schouder. ,,Super wat jullie deden,” zegt hij en loopt terug naar zijn auto. Daar treft hij nog een pedante politieagent. Hij staat niet goed geparkeerd en of hij als een speer wil maken dat hij wegkomt. Het schiet hem in ‘t verkeerde keelgat. ,,Luister, beste vriend,” zegt hij, ,,ik heb meegeholpen om die vrouw uit het water te halen.”

,,Snotneus,” denkt hij, en start zijn auto.

Vanuit de auto belt belt hij alle klanten af. Hij vertelt het verhaal wel tien keer. Het werkt vast wel therapeutisch, denkt hij, praten helpt, zeggen ze. Eén klant heeft geen begrip. Die is inmiddels geen klant meer. Flikker toch op man. Als je voor dit soort situaties geen begrip op kunt brengen, dan heb je geen hart. Hij heeft prima klanten, schatten van mensen, maar er zit altijd wel een aso tussen.

Wat wezenloos rijdt hij verder. Bedenkt: morgen kan ik aan de beurt kunt zijn, ik ben alle dagen onderweg, rij 100.000 kilometer per jaar. Eén foutje van jezelf, of van een ander en ‘t is over. Wat is nou belangrijk in het leven? En hij belt Bouktje, hun enig kind. Ze bellen en appen altijd, bij vreugde en verdriet.

Hij neemt de verkeerde afslag en belandt in Drachten. Hij is de weg kwijt.

Douwe rijdt lange tijd niet langs water, maar hij heeft er geen slapeloze nachten van gehad. Hij hoeft ook niet zo nodig in de krant. Hij speelde maar een bijrol, immers. Wat hij gedaan heeft vindt hij niets meer dan zijn plicht. Punt. Dat vinden we in Fryslân nog normaal. Een tijdje geleden zag hij langs de snelweg een schaap in onmacht. Hij stapte natuurlijk uit de auto. Er stopte ook een Rotterdammer. Die verbaasde zich. ,,Als bij ons iemand wordt doodgeschoten lopen we door en jullie stoppen voor een schaap?” zei hij.

loading

Alex

In hun kantoor van Persbureau Noordoost aan de Schans in Heerenveen staan Alex de Haan (60) en zijn collega Martin de Vries te praten. In de Heeresloot ziet Alex een boot drijven, omgeslagen. Of, een boot? Als Martin nog eens kijkt zegt hij: Het zou ook wel een auto kunnen zijn. Dat komt wel vaker voor. Een automobilist die bij het parkeren op de Herenwal de handrem is vergeten.

Alex vraagt zich af of er een leuke foto van te maken is. Routinematig pakt hij twee camera’s, één met een groothoek en één met een telelens. Dan fietst hij rustig naar de drijvende auto.

Hij hoort dat er nog een vrouw in de auto zit. Twee mensen, een man en een vrouw, staan in de Heeresloot. Een andere vrouw praat vanaf de wal met de automobiliste. Ze klinken rustig. Alex ziet ook angst op de gezichten, maar de reddingsactie is bezig, dus die vrouw wordt wel gered, denkt hij. Hij maakt z’n foto’s.

Als hij beseft dat het niet goed gaat – er gebeurt te weinig – wil hij de jas uittrekken en het water ingaan, maar een man zwemt naar de auto, met een hamer en een tweede vrouw springt in de Heeresloot. Vanaf de wal heeft hij overzicht. Hij instrueert, nou zeg maar gerust: commandeert de mensen in het water. Opnieuw ziet hij weinig actie, pas later zal hij ontdekken waarom. Hij begrijpt niet waarom die grote man met een snorretje niet verder het water in gaat. Het lijkt een sterke man.

Alex maakt vijf minuten foto’s. Een keer denkt hij: ,,Ik moet helpen. Nu!” Maar hij wacht nog even en schiet zijn plaatjes. Het is niet het klassieke journalistendilemma tussen perse een foto willen maken en willen helpen. Hij heeft gewoon niet het gevoel dat hij moet helpen. Nog niet.

Het dak van de auto is nog zichtbaar. Maar nadat de achterklep is geopend, zinkt de auto. Nu beseft hij: dit komt niet goed. En hij ziet wel mogelijkheden. Hij weet dat hij stevig gebouwd is en lang. Hij moet optreden. Nu.

Hij aarzelt niet langer. Hij legt zijn fototoestellen tegen een boom en zegt tegen een omstander: „Hou jij dit in de gaten, want hier ligt voor een kapitaal.” Hij stapt in het gruwelijk koude water en verstijft. Nu begrijpt hij waarom de anderen zo traag handelen. ,,Wegwezen,” denkt hij, ,,terug naar de wal.” Zijn hart heeft hem twee jaar geleden gewaarschuwd, sindsdien heeft hij een stent. Het is allemaal goed gekomen, maar hij hoeft geen tweede waarschuwing. Maar zijn krachten komen terug. Hij voelt dat hij verder kan.

Met zijn twee meter heeft hij het geluk dat hij het hoofd boven water kan houden. De Heeresloot is in het midden 1,80 meter diep. De anderen moeten zwemmen, die hebben het zwaarder.

Hij zwemt naar de auto en wil via de achterklep naar binnen gaan, maar overweegt het risico: voor je het weet zink je zelf met auto en al. En hij hoeft nog lang niet dood. ,,Geef me de hamer,” zegt hij tegen de donkere man en slaat een raampje van een achterdeur in.

Hij tast in de auto en voelt een lichaam. Hoewel.... is het een lichaam? Het voelt alsof je een dekbed beetpakt. Hij probeert het lichaam door het raampje uit de auto te trekken. Maar dat lukt niet, want het lichaam werkt niet mee, maakt zich niet smal. Hij schreeuwt: ,,Het lukt me niet, het lukt me niet.” Uiteindelijk lukt het hem het lichaam om te draaien, op de buik. Dan krijgt hij hulp van David en samen trekken ze de vrouw door het raam.

Bij zijn reddingsoperatie haalt hij beide armen open door het glas dat nog in het achterruit zit. Het bloed stroomt eruit. Het lijkt een slagveld, maar hij weet dat dat door de bloedverdunners komt, die hij gebruikt. Hij wordt provisorisch verbonden en iemand slaat een deken om hem heen. Hij belt z’n collega’s om zijn fototoestellen even op te halen. Brandweermannen zeggen tegen de collega’s: ,,Laat hem niet alleen. Pas goed op hem.”

Alex trekt droge kleren aan maar blijft urenlang tot op het bot verkleumd. ‘s Middags heeft hij nog een fotoklusje.

Die dag vertelt hij het verhaal summier aan een paar mensen. Zijn vrouw, Agnes, komt de volgende dag terug van vakantie. Dan komen alle emoties eruit. Hij is compleet gebroken en huilt wel een uur. ,,Het gaat heel diep,” zegt hij, de laatste veertig jaar heeft hij dat niet zo gehad. Dan blijkt de impact. Drama van binnen. Hij is compleet kapot.

Inmiddels lijkt het alsof Alex een manier heeft gevonden om met het drama om te gaan.

Hij zegt dat hij geen schuldgevoel heeft: ,,It hat se wêze moatten. Het heeft zo moeten zijn. It is net oars.”

Hij herhaalt dat hij geen schuldgevoel heeft. Natuurlijk had hij achteraf gezien direct op de fiets moeten springen en het water in. Wat maken die paar foto’s nou uit? Maar dat blijft niet knagen, want het is zoals het is.

Hoe koud

Hoe koud was het water die dag?

Een medewerker van Wetterskip Fryslân houdt dat bij. Op 7 november 2017 was het water in de Heeresloot tussen de 7,7 en 8,2 graden.

Maar hoe koud is 7, 8 graden?

De Friese schrijfster Marga Claus zwemt drie keer per week in de Franekervaart. Ook in de winter. Ze is het dus ‘gewend’ schrijft ze, maar wel tussen aanhalingstekens.

Wat doet zeven, acht graden met je?

Bij 7 graden zwem ik maar een paar minuten. Hooguit 2 tot 4. Langer is gevaarlijk en dan word ik de rest van de dag niet weer warm. Ik begin met een paar minuten diep ademhalen, een oefening van iceman Wim Hof. Dat helpt. Met meer zuurstof in je bloed kun je de kou beter verdragen. Toch is het ook dan verschrikkelijk koud. De eerste halve minuut klopt je hart als een gek. Je handen en voeten verstijven, ze worden zo koud omdat het lichaam alle bloed naar de organen stuurt om die warm te houden. Omdat ik mij concentreer op de ademhaling en tegen mezelf zeg dat het water lekker is – ik verwelkom de kou en verzet me er niet tegen – kan ik het een paar minuten ‘lekker’ vinden.”

Weer die aanhalingstekens.

,,Als ik uit het water kom dan ben ik steen- en steenkoud,” schrijft Marga Claus. ,,De hele huid doet me zeer, mijn voetzolen zijn bijna gevoelloos, mijn lijf is stijf. Dan stap de keuken binnen – de Franekervaart stroomt 5 meter voor ons huis – en droog me af. Ik acclimatiseer 5 minuten voor ik onder de warme douche stap.”

Ze beseft dat haar ervaringen en die van de redders niet te vergelijken zijn. Zij handelt bewust en verwelkomt de kou, de redders reageerden impulsief en kregen de schrik van hun leven.


Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door de gemeente Heerenveen.
ln een podcast een gesprek over de totstandkoming van dit verhaal en de reacties. Beluister hem hier : LC Podcast #17: Hoe Ate de Jong het verhaal achter een bijzondere foto reconstrueerde

Je kunt deze onderwerpen volgen
Heerenveen
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct