Gerald de Weerdt aan boord van de Witte Swaen.

Waarom de reconstructie van de Witte Swaen, het expeditieschip van Willem Barentsz, een bijzondere geschiedenisles is

Gerald de Weerdt aan boord van de Witte Swaen. Foto: Catrinus van der Veen

De reconstructie van het expeditieschip van Willem Barentsz wordt begin 2021 afgebouwd. Daarna wachten spannende tijden en hopelijk bijzondere reizen.

Binnenkort verhuist de  Witte Swaen  weer naar de winterstek aan de Noorderhaven in Harlingen. Nog een proefvaart om te kijken hoe de verplicht ingebouwde motor werkt en dan zit het werk aan de bouw van het expeditieschip van de Terschellinger ontdekkingsreiziger Willem Barentsz er voor dit jaar weer op. Door de coronapandemie eerder dan voorzien, maar bouwmeester Gerald de Weerdt wil geen risico nemen met de leden van de bouwploeg.

,,Het zijn over het algemeen oudere mensen en het gereedschap gaat vaak van hand tot hand’’, zegt De Weerdt. ,,Ook is het vanwege het werk soms lastig om voldoende afstand te kunnen houden. Ach, een jaartje langer bouwen maakt ook niet zoveel uit.’’ De romp aan de buitenzijde, de tuigage en zeilen zijn in ieder geval gereed.

Vast in het poolijs

De publiekspresentatie van het schip stond oorspronkelijk in de agenda voor dit jaar, tijdens Sail Amsterdam. Directeur Vaaractiviteiten Mark van Splunter durft er nu geen stellige uitspraken over te doen. De coronacrisis zorgt voor veel onzekerheid. Ook over het uiteindelijke doel, om met het schip de reis ‘om de Noord’ naar China te maken. Een reis waaraan Barentsz drie keer begon, maar die steeds in het poolijs vastliep. De laatste reis in 1596 werd hem uiteindelijk fataal. 

In Harlingen wordt al ruim tien jaar aan het schip gewerkt. Bouwmeester en architect De Weerdt (72) heeft veel zelf moeten uitvinden, want oorspronkelijke bouwtekeningen zijn er niet. Een uitdaging derhalve, die hij met plezier is aangegaan. ,,Ik ben al veertig jaar bezig met historische scheepsbouw. Hij werkte onder meer vijftien jaar bij het Instituut voor scheepsarcheologie in Ketelhaven, in Dronten. Ook was hij zo’n twintig jaar geleden in Amerika nauw betrokken bij de bouw van een replica van de  Onrust.

,, Het enkeldeks jacht  Onrust  was in 1614 zeer waarschijnlijk het eerste zeeschip dat in de Verenigde Staten is gebouwd. Een groep Hollanders was bij Manhatten gestrand. Ze wilden daar bevervellen kopen van de indianen. Nadat hun schip  de Tijger  verloren was gegaan, hebben ze uit soort van berouw richting de eigenaar de  Onrust  gebouwd, waarmee ze de kustlijn in kaart hebben gebracht voordat ze werden opgepikt door een ander schip en terug konden keren naar Nederland."

Witte Swaen

De bouw van de  Witte Swaen  is echter van een heel ander kaliber, stelt De Weerdt. De aanwezige literatuur over de Nederlandse scheepsbouw in de zestiende eeuw is zeer beperkt. ,,Heel vreemd is dat, als je beseft dat Nederland op dat moment de grootste zeevarende natie van de westerse wereld was. Nergens werden in zo’n korte tijd zoveel schepen gebouwd als langs de Nederlandse kust. Het trok zelfs arbeidsmigranten aan. Ik durf te zeggen dat de bijzondere Nederlandse scheepsbouwmethode wellicht de belangrijkste technische innovatie in de economische ontwikkeling in de Nederlandse geschiedenis is geweest. Zonder deze scheepsbouw, naast bepaalde politieke ontwikkelingen, hadden we nooit een Gouden Eeuw gekend. Ik wil met de  Witte Swaen  op wetenschappelijke wijze laten zien hoe dit wonder zich destijds heeft ontwikkeld. Het kon niet anders dan dat het een simplistische en begrijpelijke methode moest zijn.’’

Voor het onderzoek naar de beroemde Nederlandse bouwmethode heeft De Weerdt met verschillende specialisten, onder wie Ab Hoving, destijds hoofdrestaurateur van de maritieme afdeling van het Rijksmuseum, alle beschikbare kennis bijeengebracht. Ze kregen uiteindelijk de werkelijke inzichten in de oude bouwmethode door de combinatie van de gegevens van historische scheepsresten in de Flevopolders met de geschreven bronnen uit de maritieme archieven. 

Een belangrijke conclusie was dat de bouwers niet eerst de spanten maakten, maar de huidplanken in een soort visvorm tegen elkaar aan legden en pas daarna de spanten aanbrachten. Daardoor behaalde men enorme tijdswinst.Want als eerst de spanten worden gemaakt is het moeilijker de huidplanken aan te brengen, omdat die dan de juiste lengte en kromming moeten hebben. En voor de zeileigenschappen maakte het niet uit dat de schepen soms een beetje ongelijk in elkaar waren gezet. ,,Toen ontstond bij mij het idee zelf eens een echt groot schip na te bouwen. Als je modellen bouwt, dan heb je al snel de neiging om de werkelijkheid naar je eigen hand te zetten. Dat kan nu niet.’’

De Weerdt heeft de uren van de Harlinger bouwploeg nauwgezet bijgehouden. ,,Het grappige is dat daaruit blijkt dat wij feitelijk net zo snel hebben gebouwd als de scheepsbouwers van vroeger. Toen werkten zo’n dertig tot veertig man gemiddeld tien uur per dag, zes dagen per week. Ook hier hadden mensen het werk heel snel onder de knie en zijn het in korte tijd allemaal goede scheepsbouwers geworden.’’ 

Crisistijd

Het meest bijzondere van het project vindt De Weerdt het groepsproces dat gaandeweg ontstond. ,,Dat we met elkaar een schip hebben kunnen bouwen waarvoor je je beslist niet hoeft te schamen, dat geeft zoveel plezier. En het spreekt de mensen aan, blijkt uit alle reacties en bezoekers die we op onze werf hebben gekregen.’’ 

Ook noemt hij het bijzonder dat het project, in 2009 begonnen in crisistijd, kan worden afgerond. ,,Kijk naar de bouw van de  Delft  in Rotterdam of de  Zeven Provinciën  in Lelystad. Die zijn beide in de afgelopen jaren gestopt. ,,Hier konden we doorgaan, door de steun van het regionale bedrijfsleven en overheid. Ik vind het ook heel belangrijk dat we deze geschiedenis kunnen laten zien. We zijn trots op onze monumentale steden, die juist in die periode tot rijkdom zijn gekomen en die we dus terecht beschermen. Maar aandacht voor de scheepvaart die ten grondslag ligt aan die welvaart, is er nauwelijks. Dat vind ik een rare disbalans.’’ 

Volgend voorjaar kunnen dan eindelijk de zeilen worden gehesen, zo is de verwachting. ,,We willen er heel veel mee gaan oefenen en testen voordat we het schip daadwerkelijk vrijgeven.’’ 

Als zeilliefhebber hoop De Weerdt over een paar jaar misschien een klein deel van de tocht naar China te kunnen meemaken. ,,Maar zeilen op zo’n schip is fysiek zwaar. Ik ben niet meer de jongste. Bovendien: scheepsbouwers zijn lang niet altijd zeilers. Maar gelukkig zijn er voldoende andere belangstellenden.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct