Zeevissen en dan ook nog wat vangen, het blijkt een kunst. Zeker als het wemelt van de krabben.

Op micro-avontuur | Gebeten door een zager tijdens middagje zeevissen

Zeevissen en dan ook nog wat vangen, het blijkt een kunst. Zeker als het wemelt van de krabben. FOTO NIELS DE VRIES

Deze zomer blijven we dicht bij huis. Maar hier, om de hoek, is er ook avontuur. Daarvoor hoef je niet helemaal naar de Pacific of Mongolië. De Friese wildernis is vlakbij. Je kunt bijvoorbeeld gaan zeevissen bij de Afsluitdijk. Aflevering 6 van de zomerserie Op micro-avontuur.

Nee, ik ben geen hengelsporter. Mijn viservaring beperkt zich tot twee vakanties in Zweden, waarbij we een hengeltje uitgooiden in ‘ons’ meer en het ene na het andere baarsje er uit haalden. Ik ging bijna denken dat het gemakkelijk was.

Zeevissen deed ik één keer, begin deze eeuw in Denemarken. Wat begon als een genoeglijk vaartochtje op het Kattegat, eindigde in een hachelijk avontuur waarbij we allemaal kotsend over de reling hingen. Mooi verhaal, niet voor herhaling vatbaar.

Maar zeevissen kan dus ook gewoon vanaf de wal, weet mijn levensgezel uit ervaring. Hij vist van jongs af aan; toen nog met een zelfgemaakte werphengel. Inmiddels heeft G. een echte zeehengel, waarmee hij zo heel nu en dan gaat zeevissen.

Goede visplek

Op deze warme zaterdagmiddag laden we de auto vol met het visgerei dat in onze schuur ligt; naast de zeehengel een gewone werphengel met drie haken, de viskoffer met snoeren en haken en een schepnet.

Bij het hengelsportwinkeltje in Zurich kopen we voor 7 euro een ons zagers, vers gestoken, en verpakt in een oude Leeuwarder Courant . Zelf zeepieren zoeken kan natuurlijk ook, maar dat is een hele klus waar je wel een middag voor uit mag trekken.

Hier vragen we meteen even wat een goede visplek is tegenwoordig en hoe het staat met de vis. De meesten vissen op bot, en met de paling gaat het een stuk beter, al mag je die niet meenemen. Op de dijk achter het benzinestation, daar moeten we zijn.

Als we geparkeerd hebben, komen er net twee vissers het talud aflopen. Ze hebben het een paar uur geprobeerd, maar amper wat gevangen. ,,Alleen maar kleintjes, vooral krabben’’, krijgen we te horen. Dat belooft weinig goeds, maar we laten ons niet ontmoedigen. Bij de boodschappen heb ik er rekening mee gehouden dat we vanavond een visje in de pan kunnen gooien. Dat vindt G. nogal optimistisch; de laatste keer dat hij hier was, ving hij welgeteld één bot.

Hele kunst

Het is heel rustig op de dijk; de enige levende wezens zijn een kudde schapen. Een eind verderop zit een echtpaar met een hengel. In de verte zien we de skyline van Harlingen.

Als de hengels zijn ‘klaargemaakt’, oftewel uitgeschoven, moet het aas aan de haak. ,,Doe eerst maar een halve’’, doceert G. Een fijn klusje: zo’n krioelende zeeduizendpoot in tweeën snijden en vervolgens aan het stukje ijzer rijgen. Dat drie keer, en dan de hengel met een flinke zwieper de zee in werpen.

Dat blijkt nog een kunst; pas na drie keer ligt ‘ie van mij er enigszins goed in. En dan begint het dus, die natuurbeleving. Gebiologeerd turen we naar de top van de visstok, onderwijl luisterend naar het gekabbel van de zee. Heel rustgevend, maar de hengels geven geen kick.

Na tien minuten halen we de zeehengel maar eens binnen en blijkt dat al het aas verdwenen is: opgesnoept door krabben. Geen vis dus.

Vast in de bodem

Binnen een kwartier zit een van de twee hengels vast in de bodem. Er móet iemand de zee in; G. en zoon B. kijken mij vragend aan. Nou vooruit, gelukkig heb ik mijn bikini aan. Met enige moeite weet ik het vislood uit de zeewier te trekken.

Ook mijn visstok blijkt alweer kaal gegeten, dus hup: een nieuwe zager er aan. En dan gebeurt het, hij bijt me! Ik schrik ervan. ‘Op hun kop zitten twee flinke kaken waarmee ze venijnig kunnen bijten’, lees ik later op internet.

Maar eens even informeren hoe het bij de buren gaat. Het oudere stel breekt net op als ik langs kom. Na vier uur houden zij het voor gezien. ,,Niks gevangen, door die krabben’’, moppert hij. Dus keren ze onverrichterzake terug naar huis in Almelo. ,,Twee uur rijden, maar ach, het is vakantie en we hebben een leuke dag gehad’’, vindt zij.

Na twee uur vinden ook wij het mooi geweest. De overgebleven zagers mogen de zee in. ‘s Avonds eten we kabeljauwfilet, uit de vriezer.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct