Harlinger steelt varkenshaas: 'Het smaakte nergens naar'

Rechtbank Leeuwarden. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Door de diefstal van een pak varkenshaas bij de Plus supermarkt in zijn woonplaats moet een Harlinger (55) een week naar de gevangenis.

De man wist wel dat wat hij begin februari had gedaan, niet mocht: ‘Gij zult niet stelen’, was het Bijbelcitaat dat hij woensdagochtend op de zitting van politierechter Tom Wolters aanhaalde. Maar zijn geld was op en hij kreeg de volgende dag visite. Hij had bier en een pak varkenshaas uit de schappen van de supermarkt gepakt. Hij rekende alleen het bier af.

Hij werd niet meteen ingerekend, de politie kwam ‘s avonds om een uur of 10 bij hem langs. Er werd niet opengedaan – de Harlinger was niet thuis – en dus werd de voordeur ingetrapt. Dat ging niet ongemerkt voorbij in de buurt. „Ik heb een hele hoop schade, de buren stonden buiten. Ik durf haast niet meer buiten te komen en ik zit nog met een kapotte deur”, zei de verdachte.

‘Ik heb de helft weggegooid’

Van de diefstal wist hij zich niet zoveel meer te herinneren. Over de kwaliteit van het vlees was hij niet te spreken. „Het vlees smaakte nergens naar, ik heb de helft weggegooid”, aldus de Harlinger. Hij is eerder veroordeeld voor een winkeldiefstal. Dat was in 2016 en dus nog geen vijf jaar geleden. Dat leverde wel meteen een juridisch obstakel op.

Volgens de wet mag een rechter niet opnieuw een werkstraf opleggen als een verdachte teruggerekend vanaf de zittingsdatum binnen vijf jaar al een werkstraf heeft verricht. Volgens het zogeheten ‘taakstrafverbod’ moet er dan een andere straf volgen, meestal wordt dat een gevangenisstraf. Officier van justitie Marco van den Broek hield zich aan die regel en eiste een celstraf van een week. Dat vond de verdachte „wel een beetje veel”. „Ik vind dat ik best wel veel gestraft ben”, zei de Harlinger, terwijl hij nog maar eens benadrukte dat hij uit schaamte de voordeur bijna niet meer uit durft.

Rechter Wolters zag geen aanleiding om van de eis af te wijken. „Ik hoor geen omstandigheden om er iets anders van te maken. Ik kan niet anders in deze situatie.” De verdachte kan nog in hoger beroep gaan, daar heeft hij vanaf de dag van de uitspraak twee weken de tijd voor.