Afvaloven Nee vangt bot bij Raad van State

De afvaloven van Harlingen. FOTO ARCHIEF LC/CATRINUS VAN DER VEEN

De REC kan door, de provincie Fryslân hoeft niet handhavend op te treden tegen de Harlinger afvaloven.

Het hoger beroep van de Stichting Afvaloven Nee (SAN) in twee procedures is ongegrond verklaard door de Raad van State.

Volgens SAN zou de REC niet hebben voldaan aan voorschriften voor afvalverbranding. De stichting wilde daarom dat de provincie zou ingrijpen, maar die zag daar geen aanleiding toe. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde in 2018 en 2019 (in beide zaken) dat dit terecht was. Dat doet de Raad van State nu ook.

Onderzoeken

SAN betoogde dat de vereiste zuurstof- en temperatuurmetingen kort na de start van de exploitatie in 2011 slechts gedeeltelijk plaatsvonden en gebrekkig waren. De onderzoeken zouden niet onder de ‘meest ongunstige omstandigheden’ zijn gedaan.

Er werd, aldus SAN, voor de onderzoeken ‘ideaal afval’ verbrand met zogeheten hoge calorische waarde. Of ook bij vochtiger afval aan de eis van een verbrandingstemperatuur van minstens 850 graden kan worden voldaan, is volgens de stichting niet vast te stellen. Bij genoemde temperatuur wordt de vorming van dioxinen geminimaliseerd.

,,Wij wilden dat de afvaloven zou worden stilgelegd zolang er geen deugdelijk onderzoek is”, zegt SAN-advocaat Henri Sarolea. De Raad van State stelt dat er geen bewijs is dat de REC een overtreding heeft begaan. Volgens Afvaloven Nee blijkt uit metingen in februari 2014 dat de temperatuur in de verbrandingskamer tot onder de 800 graden zakte. De Raad oordeelt echter ook op dit punt dat overtreding van de regels door de afvaloven niet aantoonbaar is.

,,Ik ben verbijsterd over het lage niveau van de motivering”, stelt Sarolea. Hij overweegt een klacht in te dienen bij de Europese Commissie en gaat de mogelijkheden voor een herzieningsverzoek bij de Raad van State onderzoeken.