Willem Eppinga (1943-2020)

Willem Eppinga: De man van de overall of het zondagse pak

Willem Eppinga (1943-2020)

Op de ‘pleats’ in Sondel, waar hij zijn hele leven woonde, overleed op 13 oktober Willem Eppinga op 77-jarige leeftijd. Net als zijn ouders was hij, samen met zijn broer Jelte, boer op Eppinga Sate dat sinds 1880 van de familie is. Toen zijn zoon Jacobus de veehouderij overnam en zich 400 meter verder vestigde omdat hij daar een ligboxstal kon bouwen, veranderde Eppinga het pand in zijn grote droom: het Gaasterlands streekmuseum.

In de ontvangstruimte, tussen de tafeltjes met perzische kleden, lag Eppinga opgebaard. Omringd door ,,echte kearsen’’, vertellen Magretha, Anthonia en de tweeling Hendrik Jan en Willemke, vier van de in totaal acht kinderen. Waxinelichtjes, dat waren geen kaarsen, vond hun vader. Hij liet altijd de smalle, ouderwetse witte kaarsen branden.

Eppinga was een man van tradities. Bezoek aan het museum werd voorzien van koffie en thee uit ouderwets servies met een kersenbonbon. Het vertellen over zijn museumstukken ging rustig, want Eppinga was een langzame prater. ,,Hy oertocht al syn wurden.’’

Hij dacht in tafereeltjes. Die creëerde hij in de Hollandse stal. Eppinga bootste er een deel van een klaslokaal van vroeger na, de kar met melkbussen of liet zien hoe er vroeger met de bolderwagen verhuisd werd. Met die wagen nam hij ook graag deel aan de Flaeijelfeesten.

In 1997 verloor Eppinga zijn van oorsprong Gelderse vrouw Ali, die zes jaar ziek was. ,,Mar hy liet de kop net hingje.’’ Er kwam hulp in de huishouding en de kinderen leerden jong koken en de was doen. Heit was veel ‘achter’ en zorgde tegelijkertijd voor zijn grote gezin. Als ze hun vader hielpen, vertelde hij altijd over vroeger.

De kinderen kennen hun vader niet anders dan of in een overall of in zijn zondagse pak. Dat laatste zorgde ervoor dat hij er op jonge leeftijd wat ‘ouderwets’ uitzag, terwijl hij dat niet was. Hij maakte de hele ontwikkeling mee van met de hand melken tot de melkmachine. Alleen de trekkers hielden de Eppinga’s lang buiten de deur. Ze bleven als laatste boer in het dorp met paard en wagen werken.

Eppinga had een liefde voor antiek en droomde als kind al van een museum. Op zijn slaapkamer ontstond de eerste tafel met attributen. Toen de koeien in 2008 naar zijn zoon verhuisden, begon hij met de verbouw en inrichting van zijn museum, dat in 2011 open ging. Naast toeristen en groepsuitjes werd het een populaire plek om met families een feest te vieren.

Op 56-jarige leeftijd liet hij een sjees bouwen en zich een Fries kostuum aanmeten om mee te kunnen doen aan ringrijderijen. Daarnaast had hij hobby’s als oude auto’s, solexen en bijenhouden. Vanaf zijn zeventigste kampte Eppinga met Parkinson. Daar werd aanvankelijk het laatste halfjaar ook zijn achteruitgaande gezondheid aan geweten. Later bleek het om acute leukemie te gaan.

Op zijn rouwkaart stond: ,,Jezus is de as waar alles om draait.’’ Hij gaf zijn kinderen mee dat ze vertrouwen in de Here Jezus mogen hebben. ,,De Heare Jezus past op dy’’’, vertelde zijn moeder hem, als ze hem als kind naar bed bracht.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct