FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Mirns, het klifdorp waar het grote Gaasterlandse toerisme aan voorbij ging. Of lijkt dat maar zo?

FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Het is een stille strook bebouwing op de schilderachtige route tussen Rijsterbos en IJsselmeerkust. Mirns, het klifdorp waar het grote Gaasterlandse toerisme aan voorbij ging. Of lijkt dat maar zo?

Ze hebben een bijzonder uitzicht, zelfs voor Gaasterlanders. Aan de noordkant, vanuit de ramen aan de Murnserdyk, kijken Tjalke en Marianne Albada uit op een imposante stuwwal van bijna 13 meter hoog. Aan de zuidkant ligt het IJsselmeer te schitteren. Vanaf de koffietafel, achter het kantoor van zijn KI-bedrijf, kan Tjalke de torens van Enkhuizen zien liggen.

De kolossale windmolens die langs de Noordoostpolder zijn gepland, liggen links verstopt achter de bomen. Geen schermen van kitesurfers in de lucht, want dit stukje kust is gereservereerd voor de natuur. En dan wonen de Albada’s zelf ook nog een aardige 4 meter boven op een zanderige keileembult. Tjalke: ,,Hoe lichter de grûn, hoe makliker de minsken. Wy binne maklik yn de omgong.”

Mirnsers zijn niet eenkennig, wil hij maar zeggen. Import die er neerstrijkt, wordt hartelijk welkom geheten en bij het dorp betrokken. ,,Teminsten, wa’t dat wol. Elkenien hat hjir syn eigen frijheid.”

Het IJsselmeer ligt op een steenworp afstand, maar dorpsbewoners verdienden hun brood vroeger vooral op en met het land. Marianne telt in haar hoofd: wel vijftien veehouders had Mirns in hun jonge jaren, want beiden zijn ze in de buurt opgegroeid. Het waren kleine boeren, weet Tjalke, ,,te lyts om it bedriuw rendabel te hâlden”. De pleats van heit, pal op de rand van het klif, had twintig koeien. ,,En myn pake hie der acht, en wat bargen.”

‘Tsjin ús waard ek wol sein: wat moatte jim dêr no, yn dat gat?’

In het huis van pake wonen ze nu. Gekocht als pasgetrouwd stel, in 1984. Daarvoor – pake was er al uit – was het even een recreatiewoning geweest. Tjalke: ,,De bank brûkte it as fakânsjewenning foar it personiel, mar it wie net populêr.” Waarom naar dat stille Mirns als je ook naar de Franse of Spaanse zon kon?

,,Tsjin ús waard ek wol sein: wat moatte jim dêr no, yn dat gat?” Maar ze bleven niet de enigen. Tegenwoordig is het voor starters op de woningmarkt praktisch onmogelijk om iets te kopen in Mirns, waar een gemiddeld vrijstaand huis ruim 4 ton kost.

Maar ook al ontbreekt het aan starters, jeugd is er wel degelijk. ,,We hawwe hjir gjin skoalle, mar wol elke moarn bern op ’e dyk.” De basisschool ligt op fietsafstand in ,,het dorp”, zoals Mirnsers het naburige Bakhuizen noemen, en ook de school in Hemelum is populair. Bakhuizen heeft een super, en voor grotere inkopen wijken bewoners uit naar Balk of Sneek.

Tjalke loopt over de Murnserdyk, de weg over de hoge wal die de twee buurtjes met elkaar verbindt, richting de klokkenstoel. Hij heeft weinig klachten, maar de bermen zou de gemeente wel eens vaker mogen maaien dan één keer per jaar. ,,Doe’t it noch de gemeente Gaasterlân-Sleat wie, wie Murns al it fierste fuort. No yn De Fryske Marren hielendal.” Om het kerkhofje kwam een mooi hek, om de honden weg te houden, maar ze moesten daarvoor wel twee keer inspreken bij de gemeenteraad. Een van de kleine grafzerken mist de bovenste helft. Afgebroken door de geallieerde bommenwerper die hier in 1943 neerstortte, weet Tjalke. Op een aantal graven staat de naam Albada. En, opvallend, hier en daar liggen mensen die geboren noch gestorven zijn in Mirns, maar ver buiten Friesland: begraafplaatstoerisme.

De tekst gaat door onder de foto.

loading

Paaiende vissen

,,Ik ho op het hier tot mijn dood vol te houden”, zegt Akke Brandenburg (86), die aan het eind van het pad achter de klokkenstoel woont. Haar laatste rustplaats zal niet Mirns maar Bakhuizen zijn, waar haar man begraven ligt. Maar tot die tijd wil ze hier blijven wonen.

Brandenburg, oud-gedeputeerde voor het CDA, zit op haar terras. Schoonzoon Jan schenkt koffie: ,,We kunnen de vissen in het IJsselmeer horen paaien, als ze met hun staarten op het water slaan”. Brandenburgs dochter woont met man en kinderen in het ‘hoofdgebouw’. Zijzelf, sinds ze weduwe is, in de aangebouwde mantelzorgwoning achter het huis.

,,Mijn dochter wilde weer terug naar het platteland. Zij en haar man hebben hier toen gesolliciteerd en werk gevonden. Dankzij hen kan ik hier nu nog blijven wonen. Anders was het waarschijnlijk een appartement in Sneek geworden.” Brandenburgs vriendinnen zijn jaloers op haar. ,,Het is hier ’s avonds nog stil en donker. Ik zie de sterren.”

Veertig jaar woont ze nu in Mirns. Twee dingen die haar opvallen: ,,De huizen zijn nu allemaal mooi opgeknapt. En vroeger zag je veel minder kinderen dan nu.”

Binnen zit haar zestienjarige kleindochter Lisa. Die woont liever hier dan in de stad, zegt ze. ,,Het is gewoon chill , rustig. Hier thuis kan ik mijn eigen gang gaan en heb je geen zaken die je afleiden.” Daarvoor moet ze eerst op de fiets naar de halte voor de buurtbus, die haar naar het Staverse spoorlijntje brengt en vervolgens met de trein naar Sneek, waar ze op school zit.

,,Mijn klasgenoten die in Sneek wonen gaan veel bij elkaar langs. Dat mis ik wel, dat zoiets voor mij lastiger is.” Zodra ze achttien is, wil Lisa zelf een auto. Tot die tijd is er lijn 103, de buurtbus die iedereen in Mirns die zelf niet rijdt of gereden kan worden, met de omgeving verbindt. De busdienst draait op vrijwilligers, maar die zijn al op leeftijd. De buurtbus, daar moeten we in Mirns voor waken, heeft Marianne Albada eerder deze ochtend al gezegd.

De Afsluitdijk over

Op d e weg bij de klokkenstoel passeren fietsers, motoren. Aan de overkant van de weg een boerderij met een protestbord in de tuin, tegen de mogelijke zandwinning voor de kust. ,,Het was wel wennen aan de drukte hier voor de deur”, zegt bewoonster Maartje Vriend.

Zij en haar man Gerard Samplonius zitten in de zon aan de zijkant van de stelp, die ze sinds 2014 bewonen. Het stel is nog geen veertig, op het erf spelen drie jonge kinderen. Gerard en Maartje zijn de jongste verhuizers naar Mirns de laatste jaren, al woonden ze daarvoor al ‘om de hoek’ in Bakhuizen. Maartje: ,,We zochten meer ruimte, ook voor de paarden. En we misten allebei wel een boerderij. Gewoon, het gebouw, omdat je daarmee bent opgegroeid.”

Maar dat er zoveel toeristenverkeer door het dorp zou trekken, was onverwacht. Gerard: ,,Foaral sneins. Motors, buskes mei kitesurfers. Ik gie earder op snein wol mei de hynders de dyk op, mar dat hoechst no eins net mear te dwaan.”

Hij komt uit de buurt van Lemmer, zij van de ‘overkant’ vlakbij Hoorn. Gerard werkt bij de DTV-Verenfabriek in Sint Nyk, Maartje op een AOC in Alkmaar. Drie keer per week gaat ze de Afsluitdijk over. ,,Ik heb geen hekel aan autorijden, een leuke baan, leuke collega’s, en we wonen hier mooi. Dat maakt dat je het op kunt brengen.”

Ze moet zo naar de kapper in Bakhuizen. Op de terugweg neemt ze de buurkinderen mee van de muziekles uit Koudum. De kleintjes brengen en halen, naar school of zwemles, het halve dorp doet eraan mee. Gerard en Maartje kwamen ‘blanco’ Mirns in, zes jaar geleden (Gerard: ,,Komst hjir eins oars ek net”), maar de bewoners zijn open en toegankelijk. Bakhuizen, zeggen ze, was toch meer gesloten.

Sinds hun komst zijn er geen jongere huizenbezitters bij gekomen. ,,Dat snap ik wol”, zegt Gerard. ,,De huzen hjir binne foar starters net te beteljen.” Hij hoopt wel dat de dorpsbevolking de komende jaren vanzelf weer iets verjongt, zoals het tot nu toe steeds is gegaan. Niet dat hun eigen kinderen er last van hebben, zegt Maartje. ,,Ze zijn helemaal gewend, hebben het hier naar hun zin. En als ik ze toch vraag: ‘Wil je ergens anders wonen?’, dan moet het altijd een boerderij zijn. Met een erf.”

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct