Spakenburger dames in het IJsselmeer ergens in de jaren vijftig. Foto: Kees Scherer

Met de Afsluitdijk verdween de Zuiderzee; wat deed dat met de vissers?

Spakenburger dames in het IJsselmeer ergens in de jaren vijftig. Foto: Kees Scherer

Historica Eva Vriend portretteert in haar boek Eens ging de zee hier tekeer vier vissersfamilies. Hoe verging het de Zuiderzeevissers na de sluiting van de Afsluitdijk in 1932? Vriend schetst een fascinerend beeld van veerkrachtige mensen die de oude, zoute zee nog altijd in hun hart dragen.

‘Ga nu de Zuiderzee zien, eer het te laat is’, ‘schreef natuurbeschermer en schrijver Jac. Thijsse in 1913. ‘Lang zal ‘t niet duren, of groene polders vervangen de kabbelende golfjes.’ Hij had groot gelijk: twintig jaar later begon het zoute water al zoet te worden, nadat de Afsluitdijk in 1932 was gesloten. Hoe verging het de vissers en hun families na ‘de Grote Afsluiting’? Keerden zij de zee de rug toe en zochten ze een nieuw, op het land gericht bestaan? Of bleven ze de blik op het water richten, trouw aan hun oorsprong en aan het ambacht dat ze van hun voorouders erfden? Wat betekende de afsluiting voor hun cultuur en identiteit?

Historica Eva Vriend groeide als boerendochter op in de Noordoostpolder, in Luttelgeest - op voormalige zeebodem. Maar een waterkind was ze allerminst. Dat de boerderij van haar vader in feite op een voormalig strand van de Zuiderzee lag, drong niet tot haar door. Wel zag ze als meisje al dat er een opvallend kronkelig dijkje liep door het geometrisch-strakke polderlandschap. Een gekke variatie in een strakke omgeving vol messcherpe lijnen. ,,De Zuiderzee was zo dichtbij dat ik het niet zag’’, zegt ze nu. ,,Ik begon me pas veel later af te vragen hoe het aan de andere kant van de dijk was gegaan..’’

loading

Voor ons op tafel ligt een eerste exemplaar van haar boek Eens ging de zee hier tekeer (een strofe uit de Zuiderzeeballade). Het is Vriends derde journalistieke non-fictiewerk. Eerder schreef ze, aan de hand van haar eigen familiegeschiedenis, over het selectieproces van nieuwe bewoners voor Flevoland ( Het nieuwe land ) en over de geschiedenis van de gezinszorg in Nederland ( De helpende hand ). Nu keert ze haar blik naar de oude zee, naar de tijd dat het zoute water zoet werd.

De Zuiderzee zag ze nooit met eigen ogen, maar na twee jaar schrijf- en onderzoekswerk, kan Vriend ‘m wel dromen. ,,Het was een vredige zee, met getijden, een zee die ook onstuimig kon worden. Een zee met een korte golfslag. Een relatief onrustige zee.’’ Een zee vol zeehonden, met altijd het gekrijs van zeemeeuwen. Een bedrijvige zee was het ook, schetst Vriend.

Rond 1900 was het er gewoon druk: het waren de hoogtijdagen voor de visserij, het zoute water zat vol ansjovis. Vriend beschrijft de schepen van de haringvissers alsof ze destijds zelf op de kant stond. Ze kijkt naar de botters, in de verte, en hoe ze heen en weer varen. ‘Als je je ogen tot spleetjes kneep, vormden al die lichtstrepen een spinnenweb van goud.’

Onzeker bestaan

De vissers rond de Zuiderzee waren kleine zelfstandigen met een onzeker bestaan. Hadden ze een goed jaar, dan investeerden de mannen in schepen en in nieuwe netten. Het vak ging over van vader op zoon. Jochies van een jaar of dertien hielpen al aan boord. In stadjes als Kampen, Lemmer en Spakenburg draaide het leven om de visserij. Als er niet gevaren werd, werd er vis verhandeld, werden er netten geboet en vis gerookt.

Alles, de hele cultuur, draaide om zee, om de visserij. Dat leven is uitgebreid beschreven en gedocumenteerd. Veel minder is er bekend over de jaren na de komst van de Afsluitdijk. ,,We zijn veel bezig geweest met de Zuiderzeetijd, ook de kustbewoners zelf zijn er wat in blijven hangen.... Men zag niet dat de jaren daarna juist heel interessant waren...’’

Vriend sprak voor haar boek met vier vissersfamilies - uit Spakenburg, Volendam, Wieringen en van Urk. Ze portretteerde drie generaties en schetst aan de hand daarvan een beeld van een ingrijpende transitie naar een nieuw, zeeloos bestaan. Haar vier hoofdpersonen zijn kinderen van ouders die de Grote Omslag hebben meegemaakt. ,,Ik ben niet zo goed met hotemetoten en autoriteiten’’, grinnikt de historica. ,,Ik ben meer geïnteresseerd wat het voor mensen zoals jij en ik betekent om zo’n verandering mee te maken.’’

Op 28 mei 1932, om 13.02 uur werd het laatste gat in de Afsluitdijk gedicht. De gevaarlijke zee was getemd. Decennialang was er gepraat over een afsluiting van de onstuimige Zuiderzee die de straten van Amersfoort blank deed staan en die eilanden als Marken en Schokland overstroomde. Zo kon het niet langer. Groot verzet was er niet geweest toen de overheid in 1918 besloot dat de Afsluitdijk er moest komen. ,,Mensen konden zich er geen voorstelling van maken. Een afsluiting van wat de Zuiderzeevissers ‘ons zeetje’ noemden, was niet te bevatten.’’

De bevolking rondom de Zuiderzee was vroom en gezagsgetrouw. Iedereen was bang voor de overstromingen. Op Marken waren in 1916 nog zestien mensen verdronken. ,,Men voelde wel dat er iets moest gebeuren.’’ Misschien dat de vissers de ernst van de zaak ook niet zo in zagen - de vis bleef na de afsluiting zwemmen. Pas na een paar jaar drong het tot de kustbewoners door dat ze zichzelf opnieuw uit moesten vinden.

En nog steeds is het geen groot gespreksthema in het leven van de (voormalige) Zuiderzeevissers. De dijk kwam en je ging door. ,,De vissers die ik sprak, zijn allemaal ondernemer he’’, zegt Vriend. ,,Die kijken vooruit. Ze nemen niet de tijd om te reflecteren op het verleden.’’

loading

Schatgraver

Het was voor de families dan ook een bijzonder proces om in hun eigen geschiedenis te duiken en te ontdekken hoe hun voorouders de zeilen - figuurlijk gesproken dan - met man en macht hadden bijgezet. De historica was als een schatgraver, die de betrokkenen een nieuw perspectief op hun bestaan bood.

De vier hoofdpersonen van haar boek hebben een ding met elkaar gemeen - ze slapen allemaal slecht, schrijft Vriend. ‘De Zuiderzee verdween, maar de onrustige nachten bleven.’ Dat komt, vertelt ze, omdat de zee bij alle vier de mannen in hun ziel zit verankerd. ,,Vissers hebben nooit rustige nachten. Ook al vissen ze zelf niet meer - de onrust hebben ze behouden.’’

De Zuiderzee verdween weliswaar van de landkaarten, maar de voormalige kustbewoners bleven eraan verknocht. De Zuiderzee bleef misschien wel allesbepalend voor hun identiteit. Vriend wist het al langer, maar zegt het nog maar eens: ,,Het maakt gewoon echt heel veel uit waar je wieg staat.’’

De historica laat zien hoe verschillend de kustbewoners op de afsluiting reageerden. Spakenburgers wonen dichtbij Amsterdam en gingen de vishandel in. Ook vonden ze werk in een door de overheid geopende fabriek - ze werden knopenmakers, schoenlappers. ,,Urkers en Volendammers zijn avontuurlijker ingesteld. Die zijn blijven vissen, op de Wadden- en op de Noordzee.’’ De Lemster familie Koornstra die Vriend ook in haar boek opvoert, reisde de vis simpelweg achterna - van Lemmer togen ze naar Makkum, daarna streken ze neer in Harlingen. ,,Wij zijn IJsselmeervluchtelingen’’, zegt een familielid. Op drift geraakte vissers. Vriend: ,,Ze voelen zich wat opgejaagd en dat kan ik me ook voorstellen.’’

Met de kennis van nu zou je kunnen zeggen dat de vissers onrecht is aangedaan. Hun hele bestaan kwam op losse schroeven te staan, maar ze kregen geen enkele compensatie, zoals tegenwoordig bijvoorbeeld de boeren eisen. Sommige vissers vervielen in grote armoede en konden enkel terugvallen op de Steunwet.

,,Ik heb een natuurlijke neiging om de kant van de underdog te kiezen en ja, de kustbewoners waren de underdog’’, zegt Vriend. ,,De afsluiting raakte duizenden families. Je dringt mensen iets ongelooflijk groots op. Dit was zeker geen voetnoot in de geschiedenis, maar hun welzijn is nooit een argument in welke discussie dan ook geweest. En ja, dat vind ik een bepaalde vorm van onrecht.’’

Speelbal

Het verklaart volgens haar ook waarom er in plaatsen als Urk en in Volendam tegenwoordig weinig vertrouwen in de overheid is. ,,Dat wantrouwen is toen ontstaan. Men heeft het gevoel een speelbal te zijn, de laatste in de rij.’’ En dat in tijden van quotering, Brusselse visserijafspraken, de aanleg van windmolenparken en van de Brexit die gepaard gaat met een groot verlies van visgronden. Opnieuw is er geen enkele tegemoetkoming. ,,Terwijl een hele sector wordt gedecimeerd.’’

,,Vissers hebben een groot vrijheidsgevoel en dat is hen ontnomen’’, zegt Vriend. Het is vanuit dat oogpunt goed te begrijpen dat men meer vertrouwen heeft in de eigen gemeenschap, dan in de politiek. ‘Weerstandsidentiteit’, noemt de historica dat. De kustbewoners zijn door het verlies van ‘hun zeetje’ sterker geworden. Vastberaden. Hardwerkend. Sterk op elkaar gericht.

In Spakenburg en Volendam worden veel kinderen geboren: het zijn vruchtbare en levendige gemeenschappen. ,,Het zijn harde werkers. Dat is een kernwaarde ja. Er moet gewerkt worden. En de opvoeding is strak.’’ Gesloten zijn de gemeenschappen niet, of, in ieder geval: niet alleen maar.

,,In economisch opzicht’ bijvoorbeeld helemaal niet.’’ Religie speelt een belangrijke rol. Iedere zondag ga je naar de kerk en daarna bezoek je je (schoon)familie. ,,Er is echt sprake van gemeenschapszin. Je kunt dat benauwend vinden, maar het is ook zorgen voor elkaar.’’

Een keerzijde aan die hechte gemeenschap is er echter wel degelijk, erkent de historica. ,,Vanuit de weerstandsidentiteit kan er moeite met de buitenwereld ontstaan. En dat kan leiden tot racisme.’’ In plekken als Volendam was de aanhang van de LPF en de PVV, en tegenwoordig van Forum voor Democratie, van meet af aan relatief groot.

loading

Vergrootglas

Toch waarschuwt Vriend voor stereotype voorstellingen van de IJsselmeergemeenschappen. Iets waar media zich volgens haar van tijd tot tijd van bedienen. Men ligt er onder een vergrootglas. ,,Het alcohol- en drugsgebruik bijvoorbeeld is er niet meer of minder dan in de gemiddelde zuipkeet in Friesland.’’ En de ondergeschikte positie van de vrouw dan? ,,Ze stellen zich ondergeschikt op aan het bedrijf, maar thuis zijn ze de baas hoor. Daar moet de man zich voegen. Ze zijn feministisch op hun eigen manier.’’

Met haar boek hoopt Vriend de vissersfamilies meer inzicht te geven in hun eigen verleden. ,,Ze mogen hun geschiedenis wel wat meer op waarde schatten.’’ Wendbaar zou ze de kustbewoners niet willen noemen; flexibel wel. ,,Dat betekent niet per se dat ze innovatief zijn. Ze lopen qua ondernemersschap op de gebaande paden, het zijn geen grote durfals die het roer radicaal hebben omgegooid. Urkers zitten nog steeds in de vis. Volendammers zijn groot geworden in de bouwvakkerswereld. Dat kwam omdat een ondernemer daarin begon en succesvol werd - de rest volgt dan.’’

Eva Vriend woont niet meer in Luttelgeest, waar ze opgroeide, maar in Emmeloord. Gaat ze ooit nog verhuizen, naar een stadje langs de IJsselmeerkust bijvoorbeeld? De historica lacht. Volendam spreekt haar wel aan: de hechte familiebanden, de gezelligheid, de warmte, de directe omgangsvormen. ,,Ja, in Volendam zou ik kunnen wonen. Dat heb ik 1 minuut gedacht. Even had ik heimwee naar een plek waar ik nog nooit was geweest.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
De Fryske Marren
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct