Het beeld van Loek in Echten: een eerbetoon aan alle ouders die een Joods kind in hun gezin opnamen

Detail uit het beeld in Echten. FOTO EVERT ELZINGA

Loek Groenteman overleefde de oorlog als Joods jongetje in Echten. Hij bedankte zijn pleegouders jaren later met een standbeeld: Het kind is er nog. Een monument voor alle ouders die in de Tweede Wereldoorlog een Joods kind opnamen. Het beeld betekent veel voor Loeks dochter Elise.

Loek Groenteman krijgt als tienjarige Joodse jongen een onderduikplek in Echten. Bij Siemen en Hielkje Visser voelt hij zich gelukkig. Het is zijn tweede duikadres in Friesland, na verraad moet hij weg uit Oosterzee. Weg bij Wiebren en Tjesje Kuipers. En vooral: weg bij hun arbeider Cees Bangma.

In het boek As in faas mei blommen (2000), over de geschiedenis van Oosterzee, staat op pagina 343 een advertentie uit 1945: ‘Langs dezen weg betuigen wij onzen hartelijken dank aan alle illegale medewerkers in het District Friesland en speciaal de fam. Kuipers te Oosterzee en fam. Siemen Visser te Middenvaart Echten, voor de gastvrijheid verleend aan onzen zoon Loekie Groenteman, gedurende zijn 2 jaar onderduiken. Zijn dankbare ouders Joop en Stella Groenteman.’

Loek Groenteman is in augustus 2002 in Oosterzee op de begrafenis van Cees Bangma, de boerenknecht die hem zo geholpen heeft in zijn eerste maanden als onderduikkind. Voor het eerst krijgt hij de tekst van zijn ouders onder ogen.

Groenteman heeft in zijn drukke baan als directeur van een groot confectiebedrijf zijn oorlogsgeschiedenis altijd kunnen verdringen en verzwijgen. Nu hij met pensioen is en op deze dag teruggaat naar de dorpjes aan het Tjeukemeer, komen de herinneringen boven.

loading

Levensverhaal

Loek ontmoet Popke Popma, een van de schrijvers van het boek over Oosterzee. Hij vertelt hem zijn levensverhaal en besluit iets terug te doen voor de mensen hier. ‘Als dank dat ze ons door de oorlog hebben geholpen.’ Er worden plannen gesmeed voor een monument.

In april 2009 wordt het kunstwerk aan de Middenvaart onthuld. Een vrouw, fier rechtop, haar arm beschermend om het kind, dat zich aan haar vasthoudt en gluurt vanachter haar rok. Het is een ontroerend en tegelijk standvastig beeld.

De titel: ‘Het kind is er nog’ is een verwijzing naar de Joodse school in Leeuwarden. Daar staat ‘Het kind is er niet meer’. Van alle kinderen van deze school is niemand na de oorlog teruggekomen.

Op een zonnige aprildag in 2020 ontmoeten Elise Groenteman en Popke Popma elkaar bij het beeld in Echten. Ze kennen elkaar al jaren. Vader Loek is vier jaar geleden overleden. Het kunstwerk betekent veel voor Elise.

Geluk gehad

,,Ik denk aan de mensen die kinderen bij zich hebben laten onderduiken. Aan de risico’s zij namen. Aan de bescherming die mijn vader kreeg, die hij ons, zijn zoon en dochter, ook gaf. Hij wilde zijn kinderen behoeden voor alles. Mijn vader zei altijd: ‘Ik heb geluk gehad.’ Ook dat hij op zo’n mooie plek terecht is gekomen.’’

Popke Popma: ,,Der wiene hjir in protte Joadske ûnderdûkers. Se neamden it hjir: it Jeruzalem fan it Noarden. It wiene hjir allegear lytse paadsjes by de feart del. Dêr koene de Dútske auto’s en motors mei sydspan net komme.’’

Loek is op 8 januari 1933 als Levi Groenteman geboren in Amsterdam. Samen met zijn jongere broertje Max en hun ouders woont hij aan de Sint Antoniesbreestraat. Vader Joop is bloemenventer en moeder Stella werkt in een confectieatelier.

Levi beseft pas dat hij Joods is als hij een bioscoop niet in mag en een ster moet dragen. In 1942 komt de oproep voor het werkkamp. De Groentemans duiken onder. Beide zonen komen op verschillende adressen terecht.

De negenjarige Levi wordt ‘Loekie van Kampen’. Hij is volgens Popma ‘sa dwars as wat’ en moet steeds verkassen. Een spontaan bezoek van Loek aan het onderduikadres van zijn broertje geeft de doorslag. Het risico op verraad is te groot geworden. Door een verpleegster werd hij met de Lemmerboot ‘Jan Nieveen’ naar Friesland gebracht. Zoals Popma het verwoordt: ,,In moai ein fuort.’’

Loek komt terecht op de boerderij van Wiebren en Tjesje Kuipers in Oosterzee. Maar daar heeft hij het niet naar zijn zin. Uit zijn levensverhaal: ‘Ze dwongen mij hun geloof over te nemen en Fries te praten’. Gelukkig is arbeider Cees Bangma er ook. Loek kan met alles bij hem terecht. ‘Door zijn steun was het dragelijk’.

Popke Popma: ,,Cees Bangma begriep him en fong him op. Mei elkoar de bisten yn ‘e stâl fuorje, melke, it lân yn en op ‘e dikke Belgen wer werom.’’

loading

loading

loading

Verrader

Met een psalmboekje, de bijbel en twee delen van Het nieuwe boek voor de jeugd leert Loek lezen en schrijven. Hij gaat naar school in Oosterzee. Daar is ook een Joods meisje, Elli Katz. Maar dan gaat het mis. Een verrader die door het verzet is doodgeschoten, NSB-politieman Sikke Wolters, heeft papieren bij zich waarin staat dat er in Oosterzee twee Joodse kinderen op school zitten. Loek wordt direct bij de Kuipers weggehaald en belandt in juni 1944 bij de familie Visser in Echten.

Loek voelt zich er meteen gelukkig. ‘Ik noemde Siemen en Hielkje oom en tante’. Hij heeft een vrij leven, gaat het land in, doet klusjes in de tuin en mag met Siemen mee naar de melkfabriek. Nu leert hij het Fries snel.

Siemen en Hielkje Visser wonen op nummer 32 aan de Middenvaart. Er loopt een klein paadje naartoe, onbegaanbaar voor auto’s en motoren met zijspan. Het hele dorp weet dat er bij de Vissers een Joods jongetje verblijft. Als er Duitsers onder weg zijn, gaat het nieuws snel rond en verdwijnt Loek het land in.

‘Op een dag kregen we pas laat te horen dat de Duitsers op zoek waren naar onderduikers. Ik kon niet meer vluchten. Hielkje en Siemen schoven het vloerkleed voor de turfkachel opzij, haalden het luik omhoog en stopten mij in het gat. Het kleed ging over het luik. Toen de soldaten met een hond binnenkwamen zaten mijn oom en tante naast de kachel. Alles werd doorzocht, ze vonden me niet. Waarschijnlijk heeft de hond mij door de turflucht niet geroken’.

Loek, zijn broertje en zijn ouders overleven de oorlog. De meesten van de familie Groenteman niet.

Gelukkig en verdrietig

Popke Popma en Elise Groenteman lopen naar het huisje aan de vaart, waar haar vader zo’n gelukkige tijd kende. Elise: ,,Tegelijk was hij verdrietig omdat hij zijn ouders en broertje miste. Nu pas kom ik erachter waarom hij was zoals hij was. Over wat hij had meegemaakt heeft hij altijd gezwegen.’’

,,Dat blijkt ook uit zijn levensverhaal, waarin hij letterlijk schrijft: ‘ik wilde mijn kinderen er niet mee belasten.’ Maar mijn broer en ik hebben het als kind wel gevoeld natuurlijk.’’

,,Mijn vader heeft kansen gemist doordat hij niet naar school ging. Hij wilde ons klaarstomen voor de toekomst. Je weet niet wat er gebeurt, mocht er ooit weer oorlog komen, dáár was zijn leven op gericht. Zakelijk, maar ook in zijn opvoeding.’’

,,Het was belangrijk om een groot netwerk te hebben. Dat had zijn vader, als Amsterdamse bloemverkoper, niet. Loek had overal contacten, ook in het buitenland. Ik vond mijn vader soms streng. Hij wilde dat we hoge cijfers haalden en financieel onafhankelijk werden. Hij had in de oorlog gezien dat mensen met geld konden vluchten naar Zwitserland of Amerika. Zij konden dat toen niet. Mijn oma heeft hem weg moeten geven om zijn leven te redden.’’

Elise is inspecteur jeugdzaken bij de politie in Amsterdam. ,,Het raakt me soms erg wat ik zie. De zelfkant van de maatschappij, de nare kanten van het leven. Maar ik kan er ook iets mee.‘’

,,Ik heb de tentoonstelling ‘Zwart Wit Grijs’, over de rol van de politie in de Tweede Wereldoorlog, naar ons opleidingscentrum gehaald. Dat was geen beste rol. De politie hielp in de oorlog Joden te deporteren. Sommigen deden dat vrijwillig. Er waren rechercheurs die voor een flinke premie ‘op Jodenjacht’ gingen.’’

,,Wat ik van mijn vader heb meegekregen, vertaal ik naar mijn werk nu. Ik zie hoe collega’s soms oordelen of veroordelen. Er ontbreekt empathie, historisch besef, kennis of maatschappelijk inzicht. Educatie is dus belangrijk.’’

,,Het gaat niet alleen over de oorlog, maar ook over vluchtelingen, migranten, de zwarte-pietendiscussie, vrouwen, homo’s. Gelukkig is onze politie nu van heel ‘diverse’ pluimage. Het vergt kennis en tijd om anders naar elkaar te leren kijken.’’

loading

Pijn

,,Na de dood van mijn moeder heb ik mijn vader vijf jaar intensief verzorgd. Hij sprak veel over de oorlog, maar ik ging er niet altijd op in omdat ik wist hoeveel pijn het heeft gedaan. Bij mij gaf het praten erover ook emoties.’’

Loek Groenteman deed mee aan het project van filmregisseur Steven Spielberg, waarbij duizenden Joodse overlevers werden geïnterviewd. Elise: ,,Ik heb nog niet de kracht gehad om de videoband te bekijken. Oorlogsfilms kijk ik ook niet, dat is één groot tranendal.’’

,,Maar ik roep mensen op om áls ze iets kunnen delen over vroeger, dat ook te doen. Zolang jij er bent, kunnen je kinderen er naar vragen.’’

,,Wat me het meest raakt als ik denk aan zijn leven hier in Friesland, is het contact met Cees Bangma. Die was zijn houvast, Cees hielp mijn vader door een moeilijke tijd.’’