De verdronken paarden drijvend in zee.

Hoe acht paarden van de Amelander reddingboot veertig jaar geleden verdronken

De verdronken paarden drijvend in zee. Foto: Archief LC

Veertig jaar geleden verdronken acht paarden van de Amelander reddingboot. Eigenzinnig ingrijpen voorkwam dat ze werden afgevoerd.

Tien, twintig seconden misschien heeft het geduurd op dinsdag 14 augustus 1979.

De Amelander paardenreddingboot ging uit vanwege een Duits jacht, Windspiel IV , dat in problemen was. Het was een winderige dag. Walbaas Piet IJnsen peilde de diepte van het water – dat zag er goed uit.

Dus trokken acht paarden de zware kar met de boot erop de zee in, zoals altijd. Voermannen mee. Het was om ongeveer vijf voor negen ’s avonds. Op het strand stonden toeschouwers, want de lancering van een paardenreddingboot is een indrukwekkend gezicht.

Zwarte en Maartje

A. G. Barf (nu 74; hij heeft ook een echte voornaam, maar iedereen kent hem als A.G.) was een van die voermannen. Hij is daar trots op, want sinds Hollum in 1824 een reddingboot kreeg, is daar een Barf aan verbonden geweest. Op zijn dertiende voer A.G. al mee. ,,Ons pa zei: er kan niks verkeerd gaan.’’

'Ik had niet in de gaten dat er iets raars gebeurde'

Twee van zijn paarden trokken de kar, Zwarte en Maartje. Maartje had hij nog maar een paar weken, een goed beest, kwam van de klei. Die deed alles.

,,Ik had niet in de gaten dat er iets raars gebeurde’’, zegt A.G. ,,Echt niet. Echt niet.’’ Maar hij hoorde Oene de Vries, een andere voerman, schreeuwen: ,,Kom derút! Kom derút! Beter achterút dan voorút!’’ Met dat laatste bedoelde De Vries: bij een begrafenis kun je beter niet voorin de stoet gaan, in de kist.

De kar op rupsbanden, ten minste tien ton zwaar, was in een diepte gevallen en trok de paarden mee. Die zitten vast met sliphaken, die normaal makkelijk losgaan – ,,je kunt het met een luciferhoutje’’ zegt A.G. – maar daar ging dit te snel voor. De paarden werden meegesleurd, ze trappelden, raakten verstrikt in elkaars tuig.

Lies en Laura

Ook Oene de Vries (nu 84) raakte zo twee paarden kwijt; Lies en Laura, de namen van zijn vrouw en zijn dochter. ,,Ze konden ze zo snel niet losmaken, hè?’’, zegt hij. En als boer weet hij: ,,Een paard is zo: als de zaak verloren is, dan geeft hij zich over. Een koe is heel anders, die schopt tot het eind aan toe.’’

Op het strand was het stil geworden. Sommige toeschouwers huilden ,,als kinderen’’, weet A.G. nog. De reddingboot zelf was al weggevaren. Het enige dat de voermannen nog bezaten was hun zweep, zegt De Vries. De bemanning hoorde pas later, toen het vlottrekken van de Windspiel IV al achter de rug was, wat voor ramp er op het Suudwest was gebeurd.

'Onze pa stond erbij te huilen. Dat had hij niet moeten doen, want er was een journalist bij'

Vier bij vier kwamen de verdronken paarden bovendrijven, nog vast aan het onderstel dat een meter of 8 dieper lag. M.W. van der Hidde, een duiker in dienst van Rijkswaterstaat die juist op het eiland was, sneed ze de volgende ochtend los. De kadavers lagen onder een dekzeil op het stand. ,,Onze pa stond erbij te huilen’’, weet A. G. Barf. ,,Dat had hij niet moeten doen, want er was een journalist bij.’’

Oene de Vries was daar ’s morgens niet bij. Die was boer, net als Minne Kanger, die ook twee paarden was kwijtgeraakt: zij moesten die ochtend weer melken. Hun land lag aan de route van de reddingboot, en daar kwam een vrachtwagen aangereden met een paar dode paarden erop. Ze moesten, zoals alle kadavers, naar de Rendac in Sumar.

'Dit gaat ons wel wat vlug'

,,Moet dat?’’, zeiden beide boeren tegen elkaar. ,,,De paarden zouden hier eigenlijk moeten blijven.’’

De Vries, die als oud-wethouder en raadslid wel wat gewicht op het eiland had, ging midden op de weg staan om de vrachtwagen tegen te houden. ,,Dit gaat ons wel wat vlug’’, zei hij tegen de chauffeur. Dat was een Hollumer, die dat zelf ook vond. ,,Dan ga ik terug naar het strand’’, zei die.

Daar, op het strand, had de chauffeur een woordenwisseling met de opzichter, die de opdracht gaf: ,,Rijden!’’ Waarop – De Vries grinnikt als hij het vertelt – de chauffeur hem de sleutels toegooide: rij dan zelf maar.

Begraven in de duinen

Zo ging het niet. Diezelfde middag nog werden de acht paarden begraven in een 3 meter diepe kuil in de duinen. Na intensief telefoonverkeer tussen de gemeentesecretaris, de veterinair inspecteur van de volksgezondheid in Friesland en het ministerie.

'Met het geld dat binnenkwam, hadden we een monument van heb ik jou daar kunnen neerzetten'

Op die plek kwam een paar maanden later een eenvoudige gedenksteen. ,,Er was heel veel aandacht voor geweest, in binnen- en buitenland’’, zegt De Vries. ,,Met het geld dat binnenkwam, hadden we een monument van heb ik jou daar kunnen neerzetten. Maar dat wilden we niet. Geen hoogvliegerij.’’

De toch al lopende discussie over het nut van een paardenreddingboot werd door de ramp aangewakkerd. Die op Ameland was de laatste werkende van Europa. En hoewel het een mooi gezicht is, de boot meer dan zeshonderd mensen heeft gered en de mannen er prat op gingen dat ze snel ter plaatse konden zijn, konden ze niet op tegen nieuwere schepen die al in het water lagen.

Op 17 november 1988 ging de paardenreddingboot voor het laatst ‘echt’ uit. Daarna keerde hij terug als bezienswaardigheid. Als ,,showboat’’, zoals A.G. het noemt. Die houdt woensdagavond even stil bij het paardengraf.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct