Rijksontvanger Jan Gabbes Scheltema, in 1897 gefotografeerd op de - inmiddels al niet meer intacte- dam naar Ameland. Hij woonde in Amsterdam, maar was in Nes geboren en waarschijnlijk op familiebezoek. Op de achtergrond is de spitse kerktoren van Holwerd te zien.

Het drieste plan van een jonker om een dam te bouwen naar Ameland

Rijksontvanger Jan Gabbes Scheltema, in 1897 gefotografeerd op de - inmiddels al niet meer intacte- dam naar Ameland. Hij woonde in Amsterdam, maar was in Nes geboren en waarschijnlijk op familiebezoek. Op de achtergrond is de spitse kerktoren van Holwerd te zien.

In Waddenwolf haalt schrijfster Corina Nijenhuis een grootse, bijna vergeten mislukking onder het stof vandaan: de land-aanwinning onder Ameland, door een drieste jonker.

‘Wat mij verbaasde’, schrijft Corine Nijenhuis (1965) in haar nawoord van Waddenwolf , ‘is de onbekendheid van dit waterbouwkundige project.’ Voor haar derde boek was ze op zoek geweest naar een mislukt bouwkundig project in Nederland. Zo stuitte ze op Pieter Jan Willem Teding van Berkhout (1825-1895). Een advocaat uit Deventer, van goede komaf, die een deel van zijn leven en zijn kapitaal stak in een vermetel project: een dam naar Ameland. Die er rond 1880 ook echt even heeft gelegen, wadlopers kunnen er de resten van zien en de huidige pier van Holwerd ligt er bovenop.

Over hem schreef ze een historische roman, die door het onderwerp aan Publieke werken van Thomas Rosenboom doet denken, ook zo’n portret van eigengereide negentiende-eeuwers met grootsere idealen dan ze waar kunnen maken. Dat niveau haalt Waddenwolf niet. Nijenhuis valt daarvoor te vaak in de beruchte valkuil van de historische roman: dat er zoveel weetjes over de geschiedenis in moeten, dat zelfs de personages die aan elkaar vertellen. Personages die daardoor zelf niet goed uit de verf komen.

Maria-verschijning

Maar een geschiedenisles is het evenmin, want zoals het hoort in een roman gaat de schrijfster er vrij mee om. Zo duikt hier het verhaal op van een Maria-verschijning in Nes: de huishoudster van de pastoor zou de heilige moeder in 1871 zomaar ineens hebben gezien, nota bene bij de hervormde kerk.

Dat verhaal is vrijwel zeker een verzinsel van een jaar of vijftien geleden. De pastoor van destijds, die als secuur bekend stond, heeft er niets over opgeschreven. Voor de roman komt het evenwel goed van pas: niet alleen zou Maria gewaarschuwd hebben voor deze ‘duivelsdam’, in het boek voorspelt ze ook dat de basaltblokken ervan gebruikt zullen worden voor de bouw van de katholieke kerk in Nes. (Die in werkelijkheid ongeveer tegelijk klaar was met die dam.)

15.000 hectare grond

Hoe dan ook haalt het boek de geschiedenis van de dam onder het stof vandaan. Die begint op het moment dat jonkheer Pieter Jan Willem Teding van Berkhout zich over kaarten van het wad bij Ameland had gebogen met zijn zwager, een ingenieur.

Hij raakte bezeten van het idee dat daar op een simpele manier nieuw land gewonnen kon worden. Het slibde daar onder Ameland van nature al wat dicht. Zou je daar een dam in leggen, dan zou dat sneller gaan. En met een systeem van nog meer dammen kreeg je een forse, natuurlijke aanwas van land, wel 15.000 hectare grond, die zijn geld dik zou opbrengen. Daar leek geen speld tussen te krijgen, dat zag ook Teding van Berkhout, ook al was hij niet thuis in waterbouwkunde. In 1867 schreef hij De landaanwinning op de Friesche Wadden in hare noodzakelijkheid, uitvoerbaarheid en voordelen , om de grote onderneming wereldkundig te maken.

Hij was de enige niet. In de negentiende eeuw wemelde het van de inpolderingsplannen. Meestal gingen die over de Zuiderzee, maar daarin werden doorgaans ook stukken van het Waddengebied meegenomen. Als je die kaarten nu ziet, zit er je reinste sciencefiction bij, met dijken tussen de eilanden, kanalen tot aan Harlingen en Makkum of een kaarsrechte voortzetting van de IJssel tot aan Texel toe.

Sommige kwamen van ingenieurs (onder wie Cornelis Lely, die de grondslag legde voor het IJsselmeer), andere van amateurs die door de geest van inpoldering gegrepen waren. Een beroemde was Worp van Peyma, een erudiete boer uit Ternaard, wiens geschrift over de aansluiting van Ameland aan de Friese wal en de ‘opslijking van het Wad’ een inspiratie was voor Teding van Berkhout.

Wadden Piet

De jonker was niet te stuiten in zijn dijkenplan onder Ameland. Hij vond investeerders, richtte in 1869 de Maatschappij tot Landaanwinning op de Friesche Wadden op, met hemzelf als directeur, en in datzelfde jaar sleepte hij een concessie binnen. Van twee kanten werd eraan gebouwd, net als later bij de Afsluitdijk zou gebeuren. Een groot deel van de tijd woonde Teding van Berkhout in een keet op het eiland. Zijn familie noemde hem Wadden Piet.

De Leeuwarder Courant meldde in 1878 dat de verbinding voltooid was. In de allereerste Bosatlas, van 1877, werd de dam al ingetekend, breder dan hij in werkelijkheid was. Want het was een vrij smalle richel die bij Holwerd begon en eindigde in de buurt van Buren, het meest oostelijke dorp van Ameland. Je kon erop lopen; er zijn verhalen dat postschipper Adema uit Holwerd dat heeft gedaan. Van meer dammen was al geen sprake meer, het plan was gaandeweg uitgekleed tot enkel deze ene, en die liep onder bij hoog water.

Maar: het leek te werken. Al tijdens de bouw slibde de grond aan. ‘Velen die vroeger de onmogelijkheid van het welslagen der onderneming betoogden, komen nu tot geheel andere inzichten’, meende de Leeuwarder Courant.

Gaten in de dam

Toch was het Wad onberekenbaar: bij een paar stormen in 1881 en 1882 sloegen er gaten in de dam. Ze werden hersteld, maar nieuwe stormen brachten nieuwe gaten. Het rijk wees een verzoek om nog meer steun af en zo verging de dam langzaam. Het eiland bleef een eiland, nieuw land kwam er niet.

Voor een roman was het mooi geweest als Teding van Berkhout berooid was achtergebleven, maar dat was niet zo. Na zijn avontuur was hij nog steeds bemiddeld, hij trouwde en kreeg een dochter. Vandaar dat Nijenhuis Waddenwolf eindigt met Berkhouts laatste terugkeer op het eiland, waar hij ziet hoe de eilanders basaltblokken van de dam wegslepen om er, zoals Maria had voorzegd, een katholieke kerk van te bouwen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct