Zuidwest-Friesland zwaarst getroffen door coronacrisis

De Aldegeaster Brekken bij Oudega (SWF). FOTO NIELS DE VRIES

In Friesland krijgt de Zuidwesthoek dit jaar de hardste tik door de coronacrisis. De economie krimpt er met 6,5 procent.

Dat verwachten onderzoekers van de Rabobank die de gevolgen van pandemie voor de diverse regio’s in Nederland in beeld hebben proberen de brengen. De bank voorziet voor de totale Nederlandse econome een krimp van om en nabij de 5,7 procent.

Horeca en industrie zwaar de dupe

Dat Zuidwest-Friesland ruim boven dit gemiddelde zit, komt doordat horeca en industrie er relatief sterk vertegenwoordigd zijn. Dit zijn sectoren die zwaar de dupe zijn van de coronamaatregelen.

Zo wordt voor de Nederlandse horeca dit jaar een krimp voorspeld van 41 procent, terwijl de industrie circa 10 procent achteruit boert. De klap voor de industrie komt waarschijnlijk in het derde kwartaal.

Sterke zorgsector in Zuidoost-Friesland

Relatief gezien houdt de economie in de Zuidoosthoek zich het best staande met een krimp van 5,6 procent. Dit komt volgens een woordvoerder van de Rabobank door een relatief sterke zorgsector (ziekenhuizen in Drachten en Heerenveen) en een kleine sector informatie en communicatie, een branche die eveneens relatief zwaar gedupeerd wordt door de coronacrisis.

Noord-Friesland zit op het landelijk gemiddelde dankzij een oververtegenwoordiging van overheid, zorg en onderwijs.

Krimp Groningen door daling energie

Wat opvalt in het onderzoek is dat de regio rond de stad Groningen er in negatieve zin uitspringt. De Rabo-onderzoekers wijten dit aan de sterke daling van de energievoorziening. Ze wagen zich niet aan een concrete prognose en houden het op lager dan 7,1 procent.

Landelijk gezien kent Den Haag de geringste krimp: 4,4 procent. Niet opmerkelijk omdat de economie er zwaar leunt op de rijksoverheid.

De Rabobank is minder pessimistisch dan vele andere instituten die zich aan een voorspelling hebben gewaagd over de Nederlandse economie. Zo becijfert De Nederlandsche Bank een krimp van 6,4 procent en verwachten het IMF en de Oeso een afname van respectievelijk 7,5 procent en 8 procent. Het Centraal Planbureau hanteerde een bandbreedte van min 1,2 tot min 7,7.