De zoutwinning onder de Waddenzee leidt tot een voor Friese begrippen ongekend grote bodemdaling van 92 centimeter. Toch zijn de gevolgen volgens Frisia eigenlijk onmerkbaar.

Het was een hele opluchting voor het bedrijf, zegt manager Jeroen Jansen. Toen vorig jaar al twee dure boringen naar de zoutlaag onder de Waddenzee waren mislukt, móést het bij de derde keer wel goed gaan. Want als nog meer boringen niet zouden slagen, zou het best kunnen dat moederbedrijf K+S het in Harlingen niet meer zou zien zitten. En dat zou de toekomst van zoutfabriek Frisia in één klap onzeker maken.

De mislukkingen hadden te maken met de klei in de diepe ondergrond – de zoutwinpijp paste beide keren niet in het boorgat omdat na de boring meteen wat klei afbrokkelde. Uiteindelijk lukte het met wat extra maatregelen die derde keer wel. En zo wordt sinds september zout gewonnen onder de Waddenzee.

Voor het bedrijf vormt het begin van de winning van het Waddenzout het sluitstuk van twee financieel moeilijke jaren. Die begonnen toen begin 2019 de zoutwinning onder land bij Oosterbierum abrupt moest worden gestopt, nadat een ondergronds magnesiumlek die put waardeloos had gemaakt.

'Het was op het randje voor Frisia'

Omdat elders onder land geen alternatieven meer waren en de winning onder zee pas in de loop van 2020 kon beginnen, kon het bedrijf twee jaar lang slechts een fractie winnen van de ruwweg 2 miljoen ton zout die in de fabriek jaarlijks kan worden verwerkt.

Om de productie op gang te houden werd sindsdien per schip steenzout aangevoerd uit mijnen van moederbedrijf K+S bij de Duitse plaatsen Rheinberg en Grasleben. Veel minder rendabel, door de transportkosten en ook omdat het Duitse zout minder zuiver is en dus meer moet worden bewerkt. ,,Het was op het randje voor Frisia”, zegt Jansen. ,,We hebben er de twee jaar succesvol mee overbrugd, maar we kunnen niet voor altijd op deze manier draaien.”

Vier putten

Jansen schat dat vorig jaar zo’n 250 scheepsladingen van 1000 tot 4000 ton Duits zout werden aangevoerd, gemiddeld vijf schepen per week dus. Inmiddels, nu de winning van het Waddenzout op gang begint te komen, komt er nog één schip per week. De komende maanden zal dit nog wel verder teruglopen.

Helemaal terug naar nul, zoals voorheen het geval was, zal Frisia waarschijnlijk niet gaan. Het bedrijf wil de logistieke lijn met Duitsland in stand houden zodat die als terugvaloptie kan blijven worden gebruikt. De aanvoer kan dan relatief gemakkelijk worden opgevoerd, mocht de zoutwinning van onder de Waddenzee eens stilvallen. Bovendien komt het voor het productieproces wel goed uit, zegt Jansen, dat nog een klein deel Duits zout kan worden toegevoegd.

loading  

Frisia sprak tien jaar geleden af met toenmalig minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) dat de zoutwinning volledig zou worden verplaatst van het vasteland naar de Waddenzee. Het bedrijf zou op termijn vier putten mogen boren onder de zee – het begint nu met één put – en zou in ruil daarvoor stoppen met de winning bij Oosterbierum en Tzummarum. Met de afspraak moest tegemoet worden gekomen aan het verzet van bewoners tegen de winning onder land.

Niet zonder slag of stoot

Het ging sindsdien niet zonder slag of stoot. Natuurmonumenten, de Vogelbescherming en de Waddenvereniging waren fel tegen de winning onder de Waddenzee, vooral uit vrees voor aantasting van het wad. Uiteindelijk oordeelde de Raad van State in 2016 dat het project door kon gaan.

Vast staat dat de zoutwinning nogal wat gevolgen heeft voor de diepe ondergrond van de Waddenzee. In het slechtste scenario kan die tegen het einde van de winning, in 2051, met ruim 1,5 meter zijn gedaald. Frisia gaat er momenteel van uit dat de Waddenbodem op het diepste punt 92 centimeter zal dalen, zegt Jansen. Dat punt ligt in het hart van het zoutwingebied, op drie kilometer afstand vanaf de zeedijk. Op het vasteland wordt maximaal twee centimeter bodemdaling verwacht.

Ook met die verwachte 92 centimeter is de bodemdaling voor Friese begrippen recordgroot. Ter vergelijking: de ondergrond van de Waddenzee bij Ameland mag door gaswinning maximaal zo’n 30 centimeter dalen, in het aardbevingsgebied van Groningen is de bodemdaling nergens meer dan 50 centimeter. En bij de zoutwinning onder land in Noordwest-Friesland mocht de bodem maximaal 35 centimeter dalen.

‘Test voor Frisia’

Volgens Frisia zijn er in de praktijk geen gevolgen omdat de zeebodem door natuurlijke zandafzetting wel op het huidige niveau blijft. Uit onderzoeken zou blijken dat het bodemleven en de andere natuur in de Waddenzee niet te lijden zullen hebben – al zegt onder meer de Waddenvereniging daar grote twijfels bij te hebben.

Jansen: ,,Maar kijk naar de gaswinning onder de Waddenzee bij Blije, Ameland en ook Zuidwal (vlakbij Harlingen, red.). Nergens in de Waddenzee is een negatief effect aangetoond van bodemdaling. Daar houd ik me aan vast.” Hij benadrukt dat de bodemdaling slechts geleidelijk gaat over vele jaren, en dat op het vasteland nagenoeg geen daling zal plaatsvinden.

Jansen noemt de winning van het Waddenzout een ,,test voor Frisia”. ,,Ik bedoel daarmee niet dat we gaan experimenteren met de Waddenzee, maar vooral dat het voor ons bedrijf zelf spannend is. De gevolgen worden namelijk goed onderzocht. Als we daarbij iets zouden merken, dan heeft dat voor Frisia meteen grote consequenties. Dan moeten we stoppen.”

‘Meegroeivermogen’ van de zee

Voor stoppen geldt het ‘hand-aan-de-kraanprincipe’: bij onverwachte gebeurtenissen kan de winning per direct worden stilgelegd. Bij zoutwinning wordt ervan uitgegaan dat de bodemdaling dan ook meteen stopt. Dat is anders bij de winning van gas: daar daalt de bodem na het stoppen van de gaswinning soms nog verder.

Jaarlijks wordt vooraf bepaald hoeveel bodemdaling onder de Waddenzee is toegestaan. Dat gebeurt op basis van het ‘meegroeivermogen’ van de zee: de bodem mag niet meer dalen dan de mate waarin dat via zandafzetting kan worden gecompenseerd.

Frisia betaalt Rijkswaterstaat overigens om gedurende de zoutwinning elders voor de Nederlandse kust extra zand in zee te spuiten, evenveel kubieke meters als de grond in de Waddenzee is gedaald. Op die manier heeft de zoutwinning ook in bredere zin geen invloed, is de gedachte.

Vijftien tiltmeters

Voor de meting van de bodemdaling zijn in zee enkele permanente meetpunten geplaatst. Dat geldt ook voor de binnenstad van Harlingen, waarvoor specifieke afspraken zijn gemaakt met provincie, gemeente en de Stichting Bescherming Historisch Harlingen. Vijftien tiltmeters registreren daar continu de bodemdaling. Volgens Frisia zijn de gevolgen in de stad en elders op het vasteland overigens onmerkbaar, omdat de bodemdaling daar verspreid over dertig jaar minder dan twee centimeter is.

Met het oog op de vrees voor aardbevingen zijn in Harlingen ook ‘versnellingsmeters’ geplaatst, die trillingen kunnen meten. Al zijn die volgens Jansen wat de zoutwinning betreft eigenlijk niet nodig: ondanks de forse bodemdaling zou een aardbeving uitgesloten zijn. Dat heeft volgens hem vooral te maken met het grote verschil tussen gas- en zoutwinning. ,,De gesteentelaag waar zout wordt gewonnen, is zo vloeibaar dat die na de winning snel weer volkruipt.” Bij gaswinning is dat anders, zegt hij: spanningsverschillen kunnen daarbij oplopen en leiden tot aardbevingen.

Rol van zout in maatschappij

Toch blijft het zo dat eigenlijk nog nooit zoveel bodemdaling door delfstofwinning is toegestaan als bij de Waddenzoutwinning. Jansen erkent dat er daarmee ook geen projecten zijn waarmee de winning wat bodemdaling betreft kan worden vergeleken. ,,Maar toch blijft het zo dat er geen aanleiding is om te denken dat het zal leiden tot trillingen. En als het wel gebeurt? Dan stopt de boel voor ons.”

Jansen zegt dat ook altijd moet worden meegewogen hoe belangrijk de rol is van zout in de maatschappij. ,,Het is net zoals met gaswinning. Niemand wil dat gas wordt gewonnen, maar intussen stookt iedereen wel gas en rijdt men in de auto.”

'Je wilt ernaartoe dat gezegd wordt: dat is Frisia, dat hoort er hier bij'

Wat de boodschap is aan omwonenden die zeggen dat beter geen enkel risico kan worden genomen? ,,Daarom winnen we ook niet onder land, en reikt de bodemdaling eigenlijk ook niet tot onder land. Maar ik blijf benadrukken: voor ons is de kans op een aardbeving niet eens aanwezig. Het is iets waar we op basis van onze kennis totaal geen rekening mee houden, dat dat zal kunnen gebeuren.”

Hij is ervan overtuigd dat alle meters in Harlingen ook zullen aantonen dat de zoutwinning nauwelijks effect heeft. Al maakt hij ook meteen een voorbehoud bij de verwachtingen: het meetnet is er alleen op gericht aan te tonen of een ontwikkeling door zoutwinning komt of niet. ,,Sommigen denken dat de meters alle oorzaken van bodemdaling en trilling kunnen onderscheiden. Dat is natuurlijk niet zo. Ook vrachtwagens die door de straat rijden kunnen leiden tot trillingen, en werk aan het riool kan leiden tot verzakkingen. Maar de oorzaak zal je niet altijd kunnen aanwijzen.”

Niettemin staat Frisia helemaal achter de realisatie van het meetnet, zegt Jansen. ,,Het levert vertrouwen op.”

Dat vertrouwen hoopt hij in de toekomst uit te bouwen, zodat bewoners ook met trots kijken naar de zoutfabriek en de werkgelegenheid die er wordt geboden. ,,Je wilt ernaartoe dat gezegd wordt: dat is Frisia, dat hoort er hier bij. En dat dat ook wordt gedacht als een vrachtwagen van ons eens overlast zou veroorzaken.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Waddengebied
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct