De geschatte landelijke populatie van de grutto liep van 2102 tot 2019 terug van 33.000 naar 25.000 broedparen.

Zelfs in topgebieden houdt de grutto geen stand

De geschatte landelijke populatie van de grutto liep van 2102 tot 2019 terug van 33.000 naar 25.000 broedparen. FOTO LC

Alle inspanningen voor de grutto kunnen de neergang van de soort niet keren. Zelfs in de beste vogelgebieden gaat de stand onderuit, zeker de laatste jaren.

Dat is de conclusie van acht jaar veldonderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen in polders aan de IJsselmeerkust en de Skriezekrite Idzegea. De stand van de skries kelderde in dit studiegebied, dat representatief is voor Nederland, in acht jaar tijd met 18,5 procent. De geschatte landelijke populatie liep van 2102 tot 2019 terug van 33.000 naar 25.000 broedparen.

Nederland is de grootste bottleneck voor de grutto. Hier worden te weinig kuikens groot en legt een toenemend aantal volwassen vogels het loodje. Daardoor zal de daling alleen maar versnellen, waarschuwen onderzoekers uit het team van Theunis Piersma in de Gruttomonitor 2012-2019. ,,Eins binne wy foaral dwaande it útstjerren fan de soart te registrearjen’’, zegt hoofdauteur Egbert van der Velde.

Overleving kuikens en adulte vogels

Skriezekrite Idzegea (1750 hectare) is Van der Velde’s eigen werkterrein. In dit voorbeeldgebied is maximaal aandacht voor weidevogels. 20 procent van het land is gereserveerd voor agrarisch natuurbeheer, met plasdrasgebieden en uitgesteld maaien. De grutto noteerde hier in acht jaar weliswaar een plus van 4,6 procent, maar die is vooral te danken aan de instroom van jonge vogels van elders. De overleving van kuikens en adulte vogels is er uiteindelijk niet beter dan elders.

Kuikens zijn te licht en niet op tijd op gewicht voor de trek naar het zuiden. Dat heeft vermoedelijk te maken met een gebrek aan insecten – onderwerp van vervolgonderzoek. Doordat ze continu op zoek zijn naar voedsel zijn ze extra kwetsbaar voor predatoren. Onder de streep blijkt dat te weinig kuikens hun eerste verjaardag halen. Sinds 2015 bleef dat aantal onder de 10 procent. Van der Velde: ,,Hoechst gjin wittenskipper te wêzen om de konklúzje te lûken dat dat net genôch is.’’

Extra zorgelijk, aldus Van der Velde, is dat de laatste jaren ook de overleving van volwassen vogels terugloopt. De kans om het volgend broedseizoen te halen lag altijd steevast op 86 procent, maar is de laatste jaren teruggelopen tot onder 82 procent. Hier speelt vooral de predatiedruk in het broedseizoen een rol, lijkt het. 30 procent van de jaarlijkse sterfte vindt plaats in deze periode. Ter vergelijking: de oversteek van de Sahara tijdens de trek is verantwoordelijk voor 13 procent van de sterfte. Van der Velde: ,,Asto dyn adulten kwytrekkest, hat dat grutte gefolgen foar de populaasje. In skries kin wol fyftjin jier wurde. Dat betsjut datst in hiel soad nestkes misrinst.’’

Opgroeiperiode

Binnen het agrarisch natuurbeheer is 15 juni de gangbare datum waarin weidevogelland gemaaid mag worden. Veel waterpeilen gaan dan omlaag en plasdrassen worden drooggelegd, terwijl het merendeel van de kuikens nog een belangrijke opgroeiperiode moet doormaken om klaar te zijn voor de trek. De Gruttomonitor daarover: ,,Het is cruciaal dat ook voor de periode na het uitvliegen meer aandacht komt in het agrarisch natuurbeheer. Er is maar één manier om de afname van de grutto en andere weidevogels te keren: kuikens, kuikens en nog eens kuikens!’’

Het verslag van acht jaar grutto-onderzoek is te vinden op Gruttomonitor 2012-2019 .

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct