Bernard Keizer (links) en conservator Herman Aarts op de expositie over Freerk Kamma. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Wierum zet zijn Witte Papoea in het volle licht

Bernard Keizer (links) en conservator Herman Aarts op de expositie over Freerk Kamma. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Zelfs in zijn eigen Wierum was zendeling en antropoloog Freerk Kamma (1906-1987) een beetje vergeten. Een tentoonstelling en een boekje moeten daar verandering in brengen.

Herman Aarts en Bernard Keizer, initiatiefnemers van de expositie, hebben de nalatenschap van Freerk Kamma afgestoft om hem weer het aanzien te geven dat ‘De Witte Papoea’ volgens hen verdient. In museumkerkje Eben-Haëzer, achter de zeedijk, staat een indrukwekkende verzameling voorwerpen en foto’s onder de schijnwerpers. Speren, zielenbeelden (korwars), wandkleden en houtsnijwerken.

Visserij

Freerk Christiaan Kamma is in Wierum uit een vissersgeslacht geboren. De jonge Freerk zocht het ook nog even in de visserij, maar dat blijkt niet zijn wereld. Hij kiest voor de zendingsschool in Oegstgeest, wat in zijn naaste omgeving zowel verbazing als bewondering wekt.

Op 14 oktober 1931 vertrekt hij voor het eerst per schip vanuit Amsterdam naar Nieuw-Guinea. Hij wordt gestationeerd op Seroei, op het eiland Japen. Daar trouwt hij een jaar later zijn vrouw Rie, die hem achterna is gereisd. Kamma krijgt een stevig takenpakket: kerkstichting, gemeente-opbouw, stimulering en controle van onderwijs, advisering in land- en tuinbouw en uitvoering van allerlei poliklinische medische hulp.

Witte Papoea

Kamma boekt snel succes, vooral doordat hij zich inleeft in, en meeleeft met, de lokale bevolking. Collega-zendelingen vonden soms dat Kamma te weinig afstand hield. Maar de Wierumer leefde volgens een motto dat hij ontleende aan collega-zendeling Van Hasselt: ,,Liefde voor een volk is de voorwaarde van alle werkelijke kennis’’.

'Als Bapa Kamma met ons sprak, had hij het altijd weer over ons volk'

Na de oorlog studeert hij etnologie in Leiden en doceert hij aan de zendingsschool in Oegstgeest. Hij pendelt jarenlang tussen Nederland en Nieuw-Guinea. Tot hij en zijn vrouw in 1955 het verzoek krijgen definitief terug te keren. Ze kunnen niet weigeren. Hun vijf kinderen laten ze in Nederland achter; die studeren al en gaan naar school.

Kamma wordt hoofd van het gehele hervormde zendingswerk onder de Papoea’s. Hij wordt ook ingewijd bij de leden van de Moi-stam, wier taal hij goed beheerste. Het levert hem de titel ‘witte Papoea’ op. Ook wordt hij lid van de zogeheten Nieuw-Guinea Raad, een voorloper van het parlement van de te stichten natie Nieuw-Guinea.

Toewijding

Keizer noemt Kamma’s totale toewijding aan medemens, kerk en wetenschap ,,uitzonderlijk’’. ,,Ook gelet op zijn zwakke gezondheid na zijn tijd in het Jappenkamp. Het is hem onder moeilijke omstandigheden toch gelukt mensen te interesseren voor het christendom.’’

Leden van de Papoea-gemeenschap die sinds eind jaren vijftig naar Nederland kwamen, deden nooit vergeefs een beroep op Freerk en Rie Kamma. Een van hen – Zacharias Zawor – zei daarover: ,,Als Bapa Kamma in gesprek met ons was dan had hij het altijd weer over ‘ons volk, onze mensen, ons land’.

Hij voelde zich één van ons; daarom was hij voor ons ‘een Papoea met een blanke huid’. Hij kroop zelf in de huid van de Papoea’s om hen goed te begrijpen. Hij sprak hun taal, hij zong hun liederen, hij danste met hen mee en heel vaak, wanneer hij slechte berichten uit dat land vernam, dan huilde hij met hen mee.’’

De tentoonstelling in Museumkerk Eben-Haëzer opent vrijdag met een pleinfeest, aanvang 11.45 uur. De expositie is tot 15 september te zien.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct