‘Wy dogge der net ta’, dat was het motto waarmee Wiebe Wieling thuis opgroeide. Het leverde hem z’n levenslange drive op. Als onderwijsman weet hij dat school een cruciale plek is om het beste uit een kind te halen.

School. Het is de plek waar Wiebe Wieling (65), jochie uit een eenvoudig gezin uit Menaldum, tot ontplooiing kwam. In zekere zin heeft hij de school nooit weer verlaten, maar per 1 januari vertrekt hij na een lange carrière in onderwijsland als topman van OVO Fryslân Noord. De koepel omvat de scholen van openbare scholengemeenschap Piter Jelles en rijksscholengemeenschap Simon Vestdijk.

School is de plek waar kinderen moeten leren. Niet alleen taal en rekenen, maar ook hoe ze opgroeien tot een goede burger. Maar bovenal: dat ze ertoe doen. Dat hoeft niet allemaal zonder slag of stoot te gaan. ,,Ik haw sels ûntdutsen dat je fan in tsjinslach faak mear leare as wannear’t alles op roltsjes rint. In sprekwurdlike ‘draai om ’e earen’ hast mear oan.’’

‘Prinsjes en prinsesjes’

Als hij de ‘prinsjes en prinsesjes’ ziet die van de basisschool naar de brugklas komen, dan houdt hij soms zijn hart vast. Alle mogelijke plooien en rimpels zijn nog gladgestreken door bezorgde ouders, die alleen het allerbeste willen voor hun kind.

Het mooiste voorbeeld vindt hij het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden. Voor veel van de kinderen die daar naartoe gaan heeft de schoolcarrière nog nooit een tegenvaller gehad. En dan ontdekken ze opeens het bestaan van een onvoldoende, zegt Wieling. ,,Lit se ris harren noas mar stjitte en sjoch wat der bart. Wy binne op ’e wrâld om te learen. En dat giet mei fallen en opstean.’’

‘In feintsje fan Menaam’

Onderwijs is de sleutel naar succes, heeft hij zelf ervaren. Hij is ‘in feintsje fan Menaam’, zegt Wieling lachend, verwijzend naar het lied van Fedde Schurer. Geboren en getogen in het dorp, waar zijn heit gardenier was. Iemand die wat land huurt en bewerkt. ,,Gjin fetpot’’, vat hij samen.

Wiebe was een nakomertje, de zesde in een rij. Na de lagere school in het dorp ging hij ‘gewoon’ naar de mavo. Schoolkeus was gebaseerd op afkomst, niet op studieresultaten. Het was al vooruitgang, want zijn ouders hadden alleen lagere school gehad.

Maar na drie maanden stuurde de mavo hem door naar de Rijks Scholengemeenschap aan het Zaailand in Leeuwarden. Hij herinnert zich het prachtige, statige gebouw, waar hij in zes jaar het vwo doorliep. Daarna volgde de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij sociale geografie en economie studeerde.

‘Heel veel niet’

Nu ziet hij hoe corona een grote smet werpt op het leven van jongeren. Het is de tijd van ‘heel veel niet’ in sociaal opzicht. De studietijd is toch de periode waarin je vrienden voor het leven maakt, zegt hij. ,,Ik fyn dat tige skealik’. Maar ook met het leren gaat het minder. Wieling ziet dat bij zijn leerlingen, net als in de rest van Nederland, de resultaten achteruitgaan, nu de coronamaatregelen maar blijven aanhouden.

De effecten moet je niet onderschatten, zegt hij. Het dagelijkse ritueel van jongeren is anders geworden. Geen examenfeestjes, geen introductieweken. En dan nu de scholen gesloten tot in ieder geval half januari. Wieling noemt het ,,in steapeling fan ellinde, reedlik rampsalich’’.

‘It wie net fol te hâlden’

Wieling startte zijn loopbaan als docent economie aan de Zuivelschool in Bolsward. Maar al snel verruilde hij de klas voor de bestuurskamer. Via de Landbouwhogeschool Ahof, Van Hall en Van Hall Larenstein werd hij in 2004 gevraagd om naast Henk Pijlman lid te worden van het college van bestuur van de Hanzehogeschool in Groningen.

Dit zou zo’n leermoment worden. ,,Henk woe my hielendal net’’, is de conclusie die Wieling later trok. Het feit dat hij na een jaar voorzitter werd van Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden en daarmee prominent in beeld kwam, deed de samenwerking volgens Wieling ook geen goed.

,,It wie net fol te hâlden’’, vat hij drie moeizame jaren samen. Hij ging voor zichzelf werken, deed onder andere klussen voor het toenmalige Friesland Coberco. Amelander kaas op de Duitse markt brengen, dat soort dingen. Hartstikke leuk, maar toen, in 2009, kwam Piter Jelles.

Piter Jelles

De koepel voor openbaar voortgezet onderwijs, met scholen in Leeuwarden, Dokkum, Kollum en Sint Annaparochie, verkeerde in een deplorabele situatie. Toenmalig bestuursvoorzitter Peter Nieuwstraten had de organisatie in een diepe crisis gestort, die breed werd uitgemeten in de kranten. De crisis leidde tot diens vertrek.

‘Moandei begjinne’, was het slot van het sollicitatiegesprek dat Wieling voerde in Hotel Tjaarda in Oranjewoud. Er was werk aan de winkel, in een totaal verweesde organisatie. ,,It wie freeslik’’, blikt Wieling terug. Wat trof hij aan? ,,Bange minsken, allinnich mar bange minsken.’’ Met een glimlach: ,,Wol in moai momint om te begjinnen.’’

Piter Jelles stond elke week negatief in de krant, conflicten overschaduwden alles. Het servicebureau, waar ondersteunende diensten en de top was gehuisvest, stond binnen de scholen bekend als ‘het Kremlin’. Frustratie, boosheid en gebrek aan vertrouwen vierden hoogtij.

'Wy moatte bern tariede op de werklikheid'

Hoe zet je zo’n organisatie weer op het juiste spoor? Gewoon het gesprek aangaan, zegt hij. Normaal met elkaar omgaan, onrecht ongedaan maken. Rust uitstralen en vertrouwen herstellen. Het lukte, want ,,ik bin wol in ferbiner’’.

Hij ziet met de nodige zorg dat steeds meer leiders handelen uit puur narcisme. Het wordt ‘in grutte opjefte’ om waarden als vrijheid, het maken van keuzes, een vrije pers overeind te houden. Ook in Nederland.

,,Wy moatte bern tariede op de werklikheid. Dy’t mear dogge oan duorsumens. Dy’t fakenews en deep fake werkenne en net efter de ferkearde minsken oanrinne. Dy’t echt oandacht hawwe foar it miljeu. Dy’t derfoar soargje dat de wrâld leefber bliuwt. Ut in grutter belang as it eigenbelang.’’

Trots

Hij is trots op ‘zijn’ scholen: alle twaalf met een eigen profiel, allemaal voldoen ze aan de kwaliteitseisen van de Onderwijsinspectie. De organisatie met 750 medewerkers staat er goed voor, de financiën zijn solide. Hij wijst ook met trots op het personeel, dat in dit coronajaar alle zeilen bijzette om kinderen zo goed en zo kwaad als het ging van onderwijs te voorzien.

Het gebeurt vanuit het sociale gedachtegoed dat de naamgever van de koepel begin vorige eeuw propageerde. Niet voor niets siert een geschilderd portret van Pieter Jelles Troelstra zijn werkkamer. Het schilderij trof hij ooit aan in de catacomben van Tresoar. Dat verdient een betere plek, dacht Wieling en kreeg het mee in bruikleen.

Ranglijstjes? ’Grutte ûnsin!’

‘Openbaar’ betekent voor hem dat ieder kind welkom is. Dat andere scholen hoger scoren in ranglijstjes van bij voorbeeld weekblad Elsevier, waarbij slagingspercentages worden vergeleken – het zal hem een zorg zijn, zegt Wieling.

Hij wijst op de groep kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum (ASS), die sinds vorig jaar een plek hebben op het Leeuwarder Lyceum. Kinderen die soms noodgedwongen thuis hebben gezeten en verstoken bleven van onderwijs, over wie ouders zich extreem zorgen hebben gemaakt, voor wie een ‘normaal’ perspectief niet leek weggelegd – dat die kinderen nu wel weer toekomstdromen durven te hebben, dat is waar onderwijsman Wieling het voor doet. Ranglijstjes? ,,Grutte ûnsin!’’

Mislukken fusie

Aan het eind van zijn schoolloopbaan blikt hij ook terug op twee kwesties waarin hij niet succesvol de eindstreep wist te halen: het mislukken van de fusie met christelijke mavo De Saad in Damwâld en het einde van het openbaar voortgezet onderwijs in Sint Annaparochie.

Om met die laatste kwestie te beginnen: de succesvolle campus Middelsee was oorspronkelijk een project waarin zowel de christelijke Ulbe van Houten als de openbare De Foorakker samenwerkten om het voortgezet onderwijs in een krimpregio op het Friese platteland nieuw elan te geven. Maar De Foorakker sneeuwde compleet onder.

,,We wienen te lyts en te let’’, vat Wieling de ondergang van het openbaar onderwijs in Sint Anne samen. De school was niet meer in staat een aantrekkelijk eigen profiel te vinden. In Dokkum en Kollum lukte dit wel en zijn de scholen succesvol in een regio van afnemende leerlingaantallen.

School verdwenen

Bij De Saad ging het anders. De christelijke school, eveneens geteisterd door krimp, klopte zelf aan bij Piter Jelles. De koepel zag de combinatie wel zitten, vanuit de overtuiging dat het voortgezet onderwijs in het gebied tussen Harlingen, Leeuwarden, Buitenpost en Dokkum het werkgebied is. Maar na de aankondiging van de mogelijke fusie bleken er te weinig nieuwe aanmeldingen van leerlingen voor De Saad te komen. Met als resultaat dat de school is verdwenen.

Jammer en onnodig, aldus Wieling. Een koepel is prima in staat verschillende denominaties te herbergen, is zijn stellige overtuiging. Eigenlijk vindt hij een scheiding tussen openbaar en christelijk in een koepel uit de tijd. Je ziet het in het hoger onderwijs ook amper meer, toch?

De koepel moet scholen ondersteuning bieden op het gebied van personeelszaken, ICT, financiën – verschillende identiteiten van de aangesloten scholen is wat hem betreft prima te waarborgen.

Zwart gat?

De concentratie van het aantal scholenorganisaties zal in Friesland de komende jaren verder gaan, als de krimp verder voortschrijdt. Wieling laat het graag over aan zijn opvolgers - het is mooi geweest. Bang voor een zwart gat is hij beslist niet. Meer boeken lezen, meer zeilen, meer reizen, meer vrije tijd – daar kijkt hij naar uit.

En hoe houdt hij, nog steeds voorzitter van De Friesche Elf Steden, zijn conditie op peil? Vroeger in Menaldum was het kaatsen, schaatsen en voetballen, in Foarút 1. En hij heeft twee Elfstedentochten op zijn naam staan, de tweede reed hij samen met zijn vrouw uit. Maar nu? ,,Ik golvje’’, zegt hij lachend. Schaatsen? ,,Fierstente gefaarlik op myn leeftiid.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Interview
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct