Tractoren met boze boeren bij het kantoor van het Wetterskip Fryslân in Leeuwarden.

Wetterskip houdt de boer relatief uit de wind

Tractoren met boze boeren bij het kantoor van het Wetterskip Fryslân in Leeuwarden. FOTO ANTON KAPPERS

Wetterskip Fryslân zou bij de boerenstand de belastingdruk onevenredig hoog opvoeren, klonk het maandag vanuit de trekkercolonne. Eens kijken of die bewering klopt.

Waarvoor heft het Wetterskip belastingen?

Nederland telt 21 waterschappen, die in hun gebieden verantwoordelijk zijn voor het watersysteembeheer (bescherming tegen hoog water en overstromingen, zorg voor voldoende oppervlakte- en grondwater) en voor de zuivering van het rioolwater. Dat is bij wet geregeld.

De werkzaamheden kosten een hoop geld, in 2018 was dat voor het hele land gemiddeld 163 euro per inwoner. Als democratische wateroverheid moeten de waterschappen zichzelf bedruipen van belastingopbrengsten. Waterzuivering en watersysteembeheer hebben elk een aparte heffing. In 2018 had WF 52 miljoen euro nodig voor de zuivering en 87 miljoen euro voor het watersysteem. De pijn van de boeren zit bij het watersysteem.

Hoe wordt de watersysteemheffing over het WF-gebied verdeeld?

Dat gebeurt volgens een wettelijk systeem, dat de methode-Delfland wordt genoemd. Er bestaan aparte tarieven voor huishoudens, bezitters van gebouwen, boeren en natuurbeheerders. Bij de kostentoedeling wordt gekeken naar het belang en het profijt van de waterschapsuitgaven voor elk van die groepen.

Mag het Wetterskip de kostentoedeling helemaal zelf bepalen?

Nee, de wet dicteert een bandbreedte voor de toedeling van kosten aan huishoudens (ingezetenen). Wetterskip Fryslân mag, als dunbevolkt gebied, hooguit 30 procent van de watersysteemkosten aan huishoudens toerekenen. Het minimum is 20 procent. In de Randstad, waar veel stedelijk water is en minder boerengrond, mogen dichtbevolkte waterschappen tot 60 procent van de kosten bij de ingezetenen in rekening brengen.

Hoe is de kostentoedeling volgend jaar?

Gelijk aan 2019, doordat het Wetterskip haar voor vier jaar heeft vastgelegd. De ingezetenen betalen 28 procent van de watersysteemkosten, de eigenaren van onroerend goed 47,6 procent naargelang de waarde, de boeren over hun hectares 24 procent en de natuurbeheerders over hun hectares 0,4 procent. Maakt samen 100.

Zijn de boeren bij WF slechter af dan bij de andere twintig waterschappen?

Dat is niet te bepalen, maar ze lijken eerder uit de wind te worden gehouden. Dit jaar zit de landbouwheffing bij WF per hectare met krap 84 euro in de middenmoot. In Holland zitten drie waterschappen boven de 120 euro. Het landelijk gemiddelde is ruim 82 euro per hectare. De Veluwe is met 51 euro het laagst.

Het Wetterskip deelt met 24 procent wel een groter deel van de watersysteemkosten aan de landbouw toe dan de andere waterschappen. Het heeft ook veruit het grootste landbouwareaal te bedienen.

Voor het kostenverhaal op huishoudens zit het Wetterskip ook in de middenmoot (per woning 3 euro boven het landelijk gemiddelde). Ook hier spannen Hollandse waterschappen de kroon, doordat ze 25 euro per voordeur meer rekenen dan WF. Natuur en bezitters van onroerend goed worden door het Wetterskip relatief zwaar belast. Daar staat tegenover dat de prijzen van huizen en kantoren hier relatief laag zijn.

Hebben de protesterende boeren toch een punt?

Om dat te bepalen zou je eerst precies moeten weten welke waterschapskosten voor de landbouw worden gemaakt (en welke niet). Dat is een ingewikkelde rekensom, waarvan sommige bestuursleden nu ook wel eens de uitkomst willen horen.

Op een weiland groeit veevoer. Bij hoogproductieve grondgebonden landbouw maakt het Wetterskip enorme kosten voor fijnmazig waterbeheer. Dankzij 8200 verschillende waterpeilen kan er meer gras worden geoogst. Intern becijferde het Wetterskip in 2012 dat het toen 225 euro per landbouwhectare kosten maakte. Daarvan betaalde de boer toen met grofweg 60 euro ongeveer een kwart.

Dit zou betekenen dat toen meer dan de helft van het watersysteembeheer voor landbouw door burgers en huizenbezitters werd bekostigd. Deze medefinanciering is er, wellicht in mindere mate, nog steeds. Sommige fracties in het WF-bestuur nemen daar aanstoot aan.

Dus?

De kwaadheid bij boeren en loonbedrijven geldt vooral de opeenvolging van twee forse verhogingen: samen 28 procent in twee jaar. Dat is nergens vertoond. Het gebeurt doordat het Wetterskip kampt met oplopende tekorten. De geldnood is de landbouw niet te verwijten. Maar de sector heeft ook van de overbesteding geprofiteerd, net als de andere belastingplichtigen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct