'Niemant is hetzelfde'

We moeten kinderen weer zien zoals ze zijn, want 'niemant is hetzelfde'

'Niemant is hetzelfde'

Weten we nog wel wat normaal is? Nu steeds meer kinderen in de jeugdhulp belanden, wordt deze vraag steeds urgenter. Moeten we de grenzen van het gewone niet wat oprekken, zodat er weer ruimte komt voor kinderen om zich te ontwikkelen zonder diagnose, medicijnen of psychische hulp?

,,G een enkel kind loopt altijd in de pas. Het is mooi als je dit kunt omarmen.’’

Aan het woord is Pieter van der Zwan uit Drachten, veertig jaar, getrouwd en vader van een meisje van 5 en een jongetje van 7. Hij heeft zich best een tijdje zorgen gemaakt over het gedrag van zijn kinderen, van wie er eentje af en toe ook nog eens flink dwars en opstandig kon zijn. Dan schoot er soms ineens door z’n hoofd: help, er is iets mis met mijn kind.

Terugkijkend moet hij erg om zichzelf lachen. Wat een overspannen reactie. Hij heeft het zichzelf destijds veel te moeilijk gemaakt. Iets wat volgens hem veel ouders doen in onze prestatiemaatschappij waar de nadruk ligt op succes en uiterlijk vertoon.

Sinds april vorig jaar is Van der Zwan programmaleider van het provinciale actieplan Foar Fryske Bern dat met een budget van zo’n 4,1 miljoen euro de Friese jeugdhulp moet verbeteren. Er wordt onder meer gewerkt aan een effectievere samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs.

loading

Hierbij krijgt Van der Zwan bijstand van psycholoog en onderwijswetenschapper Bert Wienen (37) uit Assen, getrouwd, vader van drie zoons (11, 9 en 6). Hij promoveerde vorig jaar aan de Rijksuniversiteit Groningen op de rol van medicalisering en leefstijlpolitiek in het onderwijs.

‘Weten we van gekkigheid nog wel wat normaal is?’ heet de lezing waarmee Wienen voor corona door het land trok om te vertellen over zijn promotieonderzoek. De titel verwijst naar een uitspraak van een leraar tijdens een conversatie over stoornissen, prestatiedruk en de medische blik op gedrag van kinderen. En precies zo’n gesprek zouden we volgens Van der Zwan en Wienen vaker moeten voeren.

De cijfers liegen er niet om, namelijk. Steeds meer kinderen in het regulier onderwijs krijgen psychische hulp of medicatie vanwege AD(H)D, angst of depressieve klachten. Volgens het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) is het aantal kinderen in de jeugdzorg de afgelopen twintig jaar gegroeid van 1 op de 27 naar 1 op de 8.

Ondertussen rijzen de kosten de pan uit. Vakblad Binnenlands Bestuur schatte op basis van een steekproef het gezamenlijke landelijke tekort in 2018 op 1,2 miljard euro.

Sinds 2015 is de gemeente – en niet langer het Rijk en de zorgverzekeraars – verantwoordelijk voor de jeugdhulp en verplicht om hulp te bieden bij ‘opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen’. Maar waar het debat in de plaatselijke politiek meestal gaat over de ontoereikende budgetten en haperende inkoopprocessen, is er veel minder oog voor een belangrijke doelstelling van de Jeugdwet: ‘het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector’.

,,De financiën domineren de discussie’’, constateert Van der Zwan. ,,En dat is aan de ene kant logisch, want de kranen staan open en de gemeenten lopen leeg. Maar moet je het wel alleen zoeken in de financiële controle of ligt hier ook een fundamenteel, maatschappelijk probleem? En moeten we dan niet gewoon op een andere manier naar de zorg gaan kijken?’’

Het is wat Van der Zwan en Wienen betreft een retorische vraag.

loading

Grens

De twee stellen dat er de afgelopen jaren een brede maatschappelijke ontwikkeling gaande is waarbij de bandbreedte verschuift van wat wij met elkaar normaal gedrag en normale ontwikkeling vinden. Van der Zwan: ,,De grens van het normale verschuift, het brede midden wordt steeds smaller. Alles wat te veel afwijkt van de norm, definiëren we als vreemd, gek of ziek. Of in positieve zin: uitzonderlijk, talentvol of geniaal.’’

De oorzaak ligt volgens Van der Zwan en Wienen onder meer in de toegenomen prestatiedruk die alomtegenwoordig is. Wienen: ,,Ouders leggen elkaar perfectionistische normen op, bijvoorbeeld via sociale media: ‘Kijk mijn leven eens perfect zijn’.’’ En ook op tv met programma’s als Mijn vader is de beste en een oneindige reeks aan talentenshows ligt de nadruk op ‘er bovenuit stijgen’.

,,Vanuit een maakbaarheidsideaal wordt verondersteld dat veel problemen te fiksen zijn, terwijl dat lang niet altijd het geval is en misschien ook niet altijd nodig’’, aldus Van der Zwan.

Wienen: ,,We willen allemaal het beste voor ons kind en zonder dat we het door hebben voeren we de druk op.’’ Die pressie is volgens hem ook goed voelbaar in het onderwijs, dat steeds meer een wedstrijd is geworden met toetsen, normen en scores. Onderzoek toont aan dat leerlingen hier behoorlijk last van kunnen hebben. ,,We hebben hoge verwachtingen, van onszelf, van onze kinderen, van de leerkrachten. ’’

En ook de overheid doet hier vrolijk aan mee. ,,Die straalt met haar leefstijlpolitiek heel erg uit: we moeten zelf hard werken, zijn zelf verantwoordelijk voor onze problemen, moeten zelf gezonde keuzes maken. Alles is gericht op meedoen, op presteren, op het maximale uit jezelf halen. De boodschap lijkt: we hebben alleen iets aan een kerngezonde burger.’’

loading

Ooverijverigen en afhakers

Deze mentaliteit in de maatschappij levert volgens Wienen twee bewegingen op onder ouders. Aan de ene kant staan zij die bovenop hun kind gaan zitten en aan de andere kant zij die juist achterover gaan leunen. Even heel erg gechargeerd: de ‘overijverigen’ en de ‘afhakers’.

,,Grofweg kun je zeggen dat die eerste groep bestaat uit hoger opgeleiden die willen dat hun kind slaagt. Dit betekent dat ze later lang op hun stoel kunnen zitten, genoeg geld kunnen verdienen zodat ze drie keer per jaar op vakantie kunnen, topfit zijn en elke dag worden uitgedaagd om het nog beter te doen dan gisteren. Alles wordt hiervoor uit de kast gehaald, van bijles tot jeugdhulp.’’

De groep van afhakers heeft juist nauwelijks of helemaal geen verwachtingen. ,,Deze ouders zijn allang blij als het kind gewoon naar school gaat. Zij zijn vaak lager opgeleid en stralen veel meer uit: waarom zou je je te veel inspannen en hard je best doen op school? Ik heb het ook gered zonder een al te florissante schoolloopbaan.’’

,,In het uiterste geval stapelen in een gezin met lage verwachtingen de zorgen op: schulden, een verwaarloosd huis, verslaving en opvoedproblemen. Multiproblemen noemen we dat dan. Er raken veel hulpverleners betrokken, want er zijn immers ‘verschillende’ problemen. Die moeten gaan samenwerken. En dan wordt dát het probleem.’’

De discussie over jeugdhulp gaat dus meestal over uitersten, maar deze groepen worden zoals gezegd steeds groter, de bandbreedte van het normale steeds smaller. Van der Zwan: ,,We zijn steeds meer gaan denken dat het ‘afwijkende’ opgelost moet worden of dat ‘afwijkend zijn’ voldoende reden is om hulp in te schakelen. Een logisch gevolg is dat er dan sneller en dus meer zorg nodig is.’’

Wienen: ,,Als je de norm hoger stelt, ga je sneller verwijzen. Ik wil beslist niet dat het beeld ontstaat dat ik tegen jeugdhulp ben. Integendeel, ik ben er groot voorstander van. Want voor sommige uitersten is echt hulp nodig: onveilige gezinnen, kinderen met zware psychiatrische problematiek. En we moeten ervoor zorgen dat voor deze groepen het geld, de kennis en de zorg beschikbaar blijft.’’

Maar de groei zit ‘m volgens Wienen niet zozeer in de kinderen met zware problemen. ,,Vooral aan de voorkant neemt de vraag toe met diagnoses als dyslexie, ADHD en ODD (opstandig gedrag, red.).’’

loading

Dyslexiebureaus

Het is d e hoek waar ook het geld wordt verdiend. Door het groeiend aantal dyslexiebureaus bijvoorbeeld. ,,Klanten genoeg, want je hoeft maar iets medisch of psychologisch te noemen en alle registers gaan open en de behandeling is gelegitimeerd. ’’

Een valkuil is dat de medische taal van de jeugdzorg de afgelopen decennia steeds meer het onderwijs in geslopen is. ,,En dat is een heel dwingende taal, alsof iets heel duidelijk is. Maar neem bijvoorbeeld de diagnose ADHD. Dat is niet meer en niet minder dan een beschrijving van gedrag, iets wat psychologen, psychiaters en wetenschappers samen hebben afgesproken en vastgelegd.’’

,,Maar de benadering is vaak: druk gedrag komt door ADHD en dat moeten we bestrijden. Deze benadering laat weinig ruimte voor breder kijken: andere oplossingen of oorzaken bedenken voor het gedrag dat we zien.’’

Dyslexie is nog zo’n mooi voorbeeld. Van der Zwan: ,,Het begint al bij de definitie. Behorende bij de 10 procent slechtst scorende in de klas. Ja, als je zo naar een stoornis kijkt, dan is dysgymnastiek straks ook een stoornis.’’

loading

Wienen: ,,Er is nog steeds geen wetenschappelijk bewijs gevonden voor een afwijking in de hersenen bij de groep die de diagnose dyslexie krijgt. Iets dyslexie noemen zegt voornamelijk dat een leerling ten opzichte van de andere leerlingen in de klas meer moet oefenen dan op dat moment door de leerkracht wordt aangeboden. Maar waarom is het nodig dat een stoornis te noemen?’’

Van der Zwan: ,,Via de Jeugdhulp wordt dyslexie ‘behandeld’ met meer oefentijd. Dat is gewoon extra onderwijs. Dus we kunnen ook op school – in groepjes of individueel – meer tijd steken in taal.’’

Wienen: ,,Ik sprak tijdens een onderzoek eens met een jongetje dat de diagnose ADHD had en vroeg hem of de hulp en de medicijnen hadden geholpen. Zijn antwoord? Niet echt, want ik heb nog steeds geen vriendjes. Hij had dus zelf gehoopt dat hij zou leren hoe hij vriendschappen moet sluiten.’’

,,Die stempels, dat classificeren en de manier waarop wij dat doen, is ooit ingegeven door de wens in de wetenschap om duidelijker met elkaar te communiceren over vage fenomenen, maar die manier van denken is omarmd door zorgverzekeraars en inmiddels gemeengoed in de jeugdhulp’’, vervolgt hij.

,,Maar de belangrijkste vraag zou moeten zijn: waar ontleent iemand het lijden aan? Welke mogelijke oorzaken zijn er allemaal voor dat lijden? En vanuit het oogpunt van wie lijdt dat kind eigenlijk? Dát moet je serieus nemen. Dus niet: wat heb je? Maar wel: welk probleem wil je opgelost hebben? En: is het probleem er nog wel als we de context veranderen?’’

Diagnoseloos de goede dingen doen, is het motto dat de twee mannen uit willen dragen. Wienen: ,,Met een diagnose bestempel je een kind als ziek of afwijkend. En al die kinderen groeien dus ook op met het idee dat ze ziek of afwijkend zijn.’’

loading

Verwachtingen

Van der Zwan: ,,De boodschap aan kinderen is vaa k: jij hebt hulp nodig, want er is iets mis met jou. Maar wat doet dat met hun zelfbeeld en hun ontwikkeling op langere termijn.’’ Wienen: ,,Om tot leren te komen is het voor een kind van belang dat zijn leraren hoge verwachtingen van hem hebben. We weten uit de wetenschap juist dat die verwachtingen kelderen op het moment dat een diagnose is gesteld. Dat is nogal wat.’’

Toch ervaren volwassenen een diagnose vaak wel als een voordeel. Het wordt opgevoerd als een verklaring voor opvallend gedrag. Het ligt dan immers niet aan de opvoeding en niet aan het onderwijs. Van der Zwan: ,,Het geeft ouders en leerkrachten de bevestiging dat ze er zelf niets aan kunnen doen.’’

Wienen: ,,Een kind met een pilletje is rustig. De leraar mag afwijken van de leerlijn en hij kan in de lerarenkamer zeggen: ‘Ik heb zo’n moeilijke klas’. Een stempel ontschuldigt.’’

In zijn proefschrift Inclusive Education: from individual to context concludeert hij dat er tal van omgevingsfactoren zijn die de manier waarop een leerkracht naar een kind kijkt beïnvloeden en zo effect hebben op het ‘label’ dat een kind krijgt. Het aantal jongens in een groep bijvoorbeeld, of de hoeveelheid lastige kinderen in een klas.

Maar het is beslist niet zijn bedoeling om met de beschuldigende vinger naar leerkrachten te wijzen. ,,Ze hebben het mooiste en het moeilijkste vak. Hun groepen kinderen zijn groot en divers. Ze hebben te stellen met allerlei verwachtingen, vooral ook van ouders. En al die vastgestelde stoornissen leiden tot nog meer druk in het onderwijs. Ik heb wel eens een leraar horen zeggen: ‘Ik voel me meer een manager van behandelplannen dan docent’.’’

Naast het gebrek aan passend onderwijs – waardoor eerder een beroep gedaan wordt op jeugdhulp, bijvoorbeeld in de vorm van dagbesteding, individuele begeleiding op school of sociale vaardigheidstraining – zijn huisartsen en andere zorgprofessionals sneller gaan opschalen naar jeugdhulp.

loading

Andere opties

Dit t erwijl er vaak ook gewoon nog andere, minder ingrijpende opties zijn, maar die zijn volgens Van der Zwan vaak onbekend of lijken ingewikkeld.

Van der Zwan: ,,Een huisarts heeft per consult maar 10 minuten. Die vraagt dan al gauw aan ouders: ‘Heeft u zelf al een idee? ADHD, zegt u? En heeft u al een zorgaanbieder op het oog?’ Dan zet de huisarts een verwijsbrief in zorgdomein.nl en wordt er onderzoek gedaan. En wat je zoekt, vind je vaak ook wel.’’

loading

Toch haast hij zich te zeggen dat het ook geen verwijt is aan het adres van de huisarts, die met de inzet van de prak-tijkondersteuner jeugd de afgelopen tijd de zorg en tijd voor de doelgroep al flink verbeterd heeft. ,,Het is hoe het systeem werkt, dat heeft deze onbedoelde gevolgen. ’’

Wienen: ,,Het systeem met z’n perverse prikkels is de manier van denken geworden. Maar we moeten nu niet gaan doen of de huidige gang van zaken maar normaal is en de enige optie. We moeten hier heel kritisch naar kijken en hier dus ook het maatschappelijke debat over voeren met elkaar.’’

Van der Zwan: ,,Het normaal gek maken en het gekke normaal.’’

Minder jeugdhulp vraagt om een ontspannen samenleving, stellen de twee. Van der Zwan: ,,Sociale druk doet ook iets met je lijdensdruk. Je hebt ergens last van – het opvoeden gaat bijvoorbeeld niet zo lekker – en dan voel je je daarbovenop ook nog ellendig omdat je er volgens je omgeving geen last van zou moeten hebben. Omdat je op Facebook ziet dat het altijd gezellig is met kinderen. En als het even niet lukt, staan er op datzelfde Facebook altijd wel ergens zeven tips om de boel weer in het gareel te krijgen.’’

,,Opvoeden is ook gewoon tergend af en toe en laten we dat dan ook eens tegen elkaar zeggen’’, stelt Wienen. ,,Maar we lijken steeds minder te accepteren dat problemen erbij horen. We vergeten dat weerstand belangrijk is voor een kind, een voorwaarde om te kunnen groeien, te kunnen leren.’’

Van der Zwan: ,,Lijden en afzien hoort erbij, maar er is in onze maatschappij heel weinig ruimte voor falen. Dat je worstelt als ouder is misschien wel het nieuwe taboe geworden.’’

Volgens de mannen is het tijd voor een kritische benadering van de maatschappelijke context waarin ouders en kinderen zich staande moeten houden.

Van der Zwan: ,,We moeten met elkaar het gesprek aangaan, op scholen, in de zorg, de politiek: is dit de richting die we als samenleving op willen? We moeten af van het maakbaarheidsdenken: dat je met de juiste opvoeding het ultieme kind creëert.’’

loading

Variatie

,,We kunnen niet allemaal naar het vwo, we hebben ook goeie vakmensen nodig. En het ene kind is stil en verlegen, de ander pittig en temperamentvol. Omarm de variatie. Niemant is hetzelfde , schreef mijn zoontje laatst.’’

Begin gewoon eens een gesprek over opvoeden op het schoolplein, tipt hij onder het mom van ‘denk groot, begin klein’. ,,Het kan heel bevrijdend werken om gewoon te zeggen: het ging vanochtend zo slecht. Stel je kwetsbaar op en je zult zien dat je bijval krijgt. En ik kan het weten, want ik heb het wel eens gedaan.’’

Wienen: ,,Ik gun ook leerkrachten dat ze gewoon kunnen zeggen dat het even niet lukt met de klas of een bepaald kind. Dat ze om hulp durven vragen en deze dan ook beschikbaar is. En dat we de oplossing niet gelijk zoeken bij het kind, maar leerkrachten en leerlingen tijd, ruimte en rust geven. Dat zijn voorwaarden om kinderen weer te kunnen zien zoals ze zijn.’’

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct