Op het erf van adellijke states stond vroeger vaak een boerderij. Dat is op deze afbeelding van de Leeuwarder Camminghastate (Cambuur) in 1782 goed te zien. Op de achtergrond staat het slot en rechts het poortgebouw bij de erftoegang. Afbeelding Historisch Centrum Leeuwarden.

Wat zijn toch al die raadselachtige hokjes en ruïnes op de erven van historische boerderijen?

Op het erf van adellijke states stond vroeger vaak een boerderij. Dat is op deze afbeelding van de Leeuwarder Camminghastate (Cambuur) in 1782 goed te zien. Op de achtergrond staat het slot en rechts het poortgebouw bij de erftoegang. Afbeelding Historisch Centrum Leeuwarden.

Een nieuw boek brengt alle raadselachtige hokjes en ruïnes op de erven van historische boerderijen in kaart. Ineens zie je het verschil tussen een oud varkenshok, een toilet of een stookhut.

De bescherming van oude boerderijen in Friesland is altijd lastig geweest. Toen de rijksoverheid in de jaren zestig probeerde om historische ‘pleatsen’ een monumentenstatus te geven, wilden veel plattelandsgemeenten niet meewerken. Ja, een kerk of een kasteel moet je beschermen, maar zoiets doodgewoons als een boerderij?

Ondanks de enorme sloopzucht van die jaren is gelukkig een deel van de Friese historische kop-hals-rompen, stelpen en andere karakteristieke boerderijen bewaard. De monumentenbescherming gold echter alleen voor de boerderijen zelf en meestal niet voor hun bijgebouwen. ,,Consequentie is vaak dat ze vanwege gebrek aan onderhoud in verval raken en soms worden gesloopt’’, schrijft monumentendeskundige Rudolf Jan Wielinga.

Hij werkte jarenlang bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg (nu RCE) en begon na zijn pensioen te schrijven voor de Nieuwsbrief van de Boerderijenstichting Fryslân. Wielinga besteedde veel aandacht aan de vele kleine bouwwerkjes op boerenerven, in de hoop dat eigenaren ze zouden behouden. Dat leverde vaak tips op van lezers.

Met hulp van medeauteur Wiebe Hoekstra zijn die stukken dit najaar verwerkt in een lekker bladerboek: Cultureel erfgoed op It Fryske Boerehiem . Het staat vol met foto’s van bruggetjes, schuurtjes en andere bouwwerken op Friese boerderij-erven. Wie het historische boerenleven nog heeft meegemaakt, herkent er vast veel in. Voor anderen gaat er een nieuwe wereld open: ineens snap je waar al die bijgebouwtjes voor dienden.

Stookhokken, húskse, varkenshokken, poterbewaarplaatsen, hynstewâden, koertshuizen en theekoepels

Neem nou de vele schuurtjes met pannendak en schoorsteen, die nog veelvuldig te vinden zijn: van Garyp tot Sondel en van Sintjohannesga tot Twijzelerheide. Waar waren die voor bedoeld? Dit zijn stookhokken of hernes en ze hadden verschillende functies, zo leert het boek.

loading

loading

Het stookhok was meestal in gebruik voor de maandagse kookwas: ,,Een grote pot of teil kon er op het vuur staan. De bleek was altijd in de buurt van de stookhut.’’ Soms werden de gebouwtjes ook gebruikt als zomerhuis voor de boerenfamilie. ,,Door in de zomerhut te wonen, kon de boerin het grote woonhuis schoonhouden en was er meer tijd voor de oogst.’’ Ook varkensvoer werd hier soms bereid.

Vrijwel iedereen op het platteland bezat vroeger een húske: een toiletgebouwtje op het erf. Dat bood veel privacy, maar het kon er ook akelig koud zijn. Helaas zijn die huisjes met hun getimmerde poepdozen later massaal afgebroken. In Hallum staat nog een historisch zeer waardevol wc-gebouwtje uit 1788, zo toont het boek.

loading

Het afval dat tegenwoordig in de biobak belandt, eindigde vroeger meestal in de maag van een varken. Zelfs de kleine ,,spultsjes in de Wâlden’’ bezaten vrijwel altijd wel een varken om vet te mesten voor eigen consumptie: ,,Vaak werden ze op de eigen boerderij geslacht, met name in november.’’ Varkenshokken zijn al decennia niet meer in gebruik, maar soms zijn de restanten nog te zien. Het boek toont bijvoorbeeld ruïnes in Akkrum en Haskerdijken.

loading

In de noordelijke Bouhoeke staan nog ongeveer veertig kasachtige gebouwen. Dat zijn ,,glazen poterbewaarplaatsen’’’, vertelt het boek. Hier werden pootaardappels bewaard. Lang niet alle oude gebouwtypes bestaan nu nog. Hooibergen en blokschuren zijn zeer zeldzaam geworden. Hetzelfde geldt voor oude kippenhokken, waarin vroeger vele tientallen Friese hoenders werden gehouden.

loading

Rijke boeren en herbergiers legden vroeger vaak een ‘wed’ aan voor de paarden, die op het erf een onmisbare rol speelden. Ze konden dan via een flauwe helling een gracht inlopen om gewassen te worden en af te koelen. Er zijn nog slechts twee gave hynstewâden bekend, namelijk in Sint Annaparochie en Menaam.

De echte rijkaards onder de boeren bezaten soms een koetshuis, een theekoepel en fraaie hekken of palen bij de ingang van het erf. Wielinga wist hier nog verschillende voorbeelden van te fotograferen. Hij nam ook verschillende historische poorten mee in het boek. Vaak hoorden die oorspronkelijk bij adellijke states. Na hun afbraak bleven ze in gebruik bij boeren. Die poorten zijn meestal wel erkend als monument. Nu maar hopen dat al die andere bijgebouwtjes ook blijven staan.


Rudolf Jan Wielinga en Wiebe Hoekstra, Cultureel erfgoed op It Fryske Boerenhiem. Uitgeverij Louise/ Boerderijenstichting Fryslân. 191 bladzijden. 22,50 euro.

loading

loading

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct