Boeren in de zuidoosthoek hebben het grondwater ontdekt als waterbron voor hun gewassen, getuige de vele aanvragen voor het slaan van beregeningsputten. Jan van Weperen: ,,Dit voorjaar waren de beregeningsmachines en haspels niet aan te slepen.''

Wat heeft Wetterskip Fryslân geleerd van de derde droge zomer op rij?

Boeren in de zuidoosthoek hebben het grondwater ontdekt als waterbron voor hun gewassen, getuige de vele aanvragen voor het slaan van beregeningsputten. Jan van Weperen: ,,Dit voorjaar waren de beregeningsmachines en haspels niet aan te slepen.'' FOTO JAN ANNINGA

Het voelt misschien even niet zo, na alle regenwater van de afgelopen weken, maar zoet water wordt een schaarser goed. Wat heeft Wetterskip Fryslân geleerd van de derde droge zomer op rij?

Natuurlijk kan er best weer eens een schaatswinter komen of een verregende zomer. Maar dat ons klimaat opschuift naar een patroon met zachte, natte winters en droge voorjaren en zomers is ,,een onafwendbare trend’’, zegt Jan van Weperen, dagelijks bestuurder van Wetterskip Fryslân.

Op papier is er ieder jaar meer dan genoeg regen- en IJsselmeerwater voorhanden om alle boeren, burgers en natuurbeheerders in Friesland te bedienen. De weelde is alleen ongelijk verdeeld over de kalender en de provincie.

Juist in het voorjaar, als op boerenland het groeiseizoen losbarst, was het de laatste jaren steevast droog, nadat het in de voorgaande wintermaanden kletsnat was geweest. Dit jaar regende het bijvoorbeeld in februari en maart onstuitbaar, waardoor polders en boezem tot de rand volliepen. Het Wetterskip zette alle zeilen bij om water te lozen - tot aan het opstarten van het honderdjarige Wouda-stoomgemaal toe - maar kreeg niet veel later de wind van voren omdat alle kostbare water was weggepompt.

As de amer hielendal fol is, dan moatst soargje dat it wetter net oer de râne rint

Specialist watersysteembeheer Henk Flikkema kan het uitleggen. Het peil in de Friese boezem (het stelsel van aaneengesloten waterwegen en meren waarmee de aan- en afvoer van het water wordt gestuurd) is in natte tijden leidend. Het standaardniveau (52 centimeter beneden NAP) mag incidenteel oplopen naar een gemiddelde van -30 centimeter, maar daarboven wordt de druk op de waterkeringen te groot. Flikkema: ,,Oerstreamings en trochbraken wolle wy net ha, dat dan is it simpel: as de amer hielendal fol is, dan moatst soargje dat it wetter net oer de râne rint.’’

Het duurt na zulke tijden wel even voor in alle polders de gewenste drooglegging is bereikt. Het overtollige water van de hogere delen stroomt via de sloten en ook door de ondergrond naar het laagste punt, waar de poldergemalen staan. Flikkema: ,,As dêr it putsje folrûn is, dan moat in gemaal draaie, ek as it al lang wer drûch is. Dat falt minsken dan op, mar se sjogge net dat wy hegerop de peilen al lang wer opsetten ha om it oare wetter fêst te hâlden.’’

Vanaf april sloeg de droogte toe. Het Wetterskip registreert die als ‘neerslagtekort’: het verschil tussen de verdamping en de hoeveelheid neerslag, uitgedrukt in millimeters. De curve liep van april tot juli steil op, tot boven de tekorten in de recordjaren 1976 en 2018. Pas toen het in de eerste helft van juli flink regende boog de lijn om. ,,De bats wetter dy’t doe fallen is, hat ús dit jier in protte skeeld’’, zegt Flikkema. Nadien liep het tekort wel weer op, om uiteindelijk half augustus uit te komen op een maximum van rond de 240 millimeter.

Omdat in tijden van droogte het vasthouden van de bestaande watervoorraad steeds belangrijker wordt, steekt het Wetterskip meer energie in het bewaken van de grondwaterstand, samen met de provincie en drinkwaterbedrijf Vitens. De metingen (onder andere met 19 automatische peilbuizen die te volgen zijn op de website van het waterschap) laten zien dat het grondwaterpeil reageert op droogte. Flikkema: ,,Dat de peilen skommelje tusken winter en simmer is normaal, mar de ôfrûne simmers wie de grûnwetterstân langer leech. En it duorre ek langer foardat er wer op in heech nivo kaam yn de winter.’’

De effecten van de oplopende neerslagtekorten en dalende grondwaterpeilen verschillen sterk per grondsoort. Het Friese vasteland is ruwweg te verdelen in drie zones: Het zand in Zuidoost-Friesland en Gaasterland, het veen van It Lege Midden en de klei van het noorden en noordwesten.

Op de klei kan de bodem de droogte nog het beste weerstaan, zegt Jan van Weperen. Ook als de toplaag uitdroogt, profiteren planten nog van water dat tegen de zwaartekracht in optrekt in de bodem. ,,Zelfs als het grondwater op 2 meter staat, kunnen aardappelplanten en andere gewassen daardoor nog genoeg opnemen.’’

Ik denk dat je kunt zeggen dat we de afgelopen zomer hebben gezien dat boeren met hoge peilen juist beter af waren

Grootste zorgpunt op de klei is de verzilting door optrekkend zout grondwater. De druk vanuit zee neemt sluipenderwijs toe door de combinatie van een stijgende zeespiegel en een dalende bodem. Dat maakt het volgens Van Weperen raadzaam om de stevige ontwatering (het verschil tussen maaiveld en slootpeil) die in het kleigebied gemiddeld op 1,20 ligt, te heroverwegen. ,,Je zou het water in die sloten misschien wel 10, 20 of 30 centimeter hoger kunnen zetten. Daarmee creëer je een buffer en je voedt de zoetwaterlens die op het zoute water ligt.’’

In de veengebieden van It Lege Midden is de aanvoer van water niet het grootste probleem in droge tijden. Via de boezem kan vlot IJsselmeerwater worden ingelaten in de poldersloten. Een hoge grondwaterstand is daarmee echter niet verzekerd, omdat vooral op landbouwgronden de laatste decennia stevig is ingezet op diepontwatering, met lage slootpeilen voor een optimale bewerkbaarheid van het land.

De lage grondwaterstanden die dat uiteindelijk opleverde, werkt bodemdaling, CO2-uitstoot door veenoxidatie en funderingsproblemen in de hand. Daar proberen Wetterskip en provincie verandering in te brengen met hun pas gepresenteerde Veenweideprogramma 2021-2030. Uitgangspunt hierin is dat in gebieden met dikke veenpakketten wordt gestreefd naar een grondwaterpeil dat gemiddeld 40 centimeter onder het maaiveld ligt.

Dat het best wat natter mag, leerden veel veenweideboeren de afgelopen jaren van de schade door veldmuizen en tegenvallende ruwvoeroogsten. De bevloeiingsslangen waarmee in 2019 veldmuizen werden aangepakt, zijn dit voorjaar opnieuw volop uitgerold.

Het waterschap zette zelf rond bijna 20.000 hectare veenpolderland de slootpeilen hoog op. Dat gebeurde vanuit het inzicht dat regenwater door de bodem veel beter wordt opgenomen als het niet meteen wegloopt naar de sloot. Die strategie van rayonbeheerders oogstte volgens Jan van Weperen louter instemming. ,,Ik denk dat je kunt zeggen dat we de afgelopen zomer hebben gezien dat boeren met hoge peilen juist beter af waren.’’

In de Friese zandgebieden is het vasthouden van oppervlaktewater een stuk ingewikkelder. Door de hogere ligging stroomt alles in een rechte lijn naar de boezem, als het niet wordt gekeerd met stuwen en sluizen. Binnen de Regiodeal Zuidoost-Fryslân wordt daarom gewerkt aan maatregelen om water langer in de sloten vast te houden. Bijvoorbeeld door het verhogen van duikers en het plaatsen van extra stuwen. Vanwege het hoogteverschil is aanvulling met IJsselmeerwater op de hoge zandgronden niet mogelijk. Wel kan er beperkt water worden ingelaten van het buurwaterschap Drents Overijsselse Delta.

Op de doorlaatbare zandgronden zakt het grondwaterpeil ook het diepst weg bij aanhoudende droogte, zegt Flikkema. Dat was de afgelopen zomers terug te zien in Zuidoost-Friese bosgebieden, waar de bomen al vroeg bladeren lieten vallen om hun eigen verdamping te remmen.

Boeren in de zuidoosthoek hebben het grondwater ook ontdekt als waterbron voor hun gewassen. Het aantal aanvragen voor het slaan van beregeningsputten liep de afgelopen jaren snel op, zegt Jan van Weperen. ,,Dit voorjaar waren de beregeningsmachines en haspels niet aan te slepen. In juni was alles uitverkocht.’’ Hoewel het water van tientallen meters diepte wordt opgepompt, geldt dit in waterschapstermen nog steeds als ‘ondiep grondwater’, benadrukt Van Weperen. Vitens haalt zijn drinkwater van veel dieper.

loading

Tijdens de droogteperiode van 2018 - toen de aanvoer vanuit het IJsselmeer stokte - kondigde het Wetterskip voor het laatst een beregeningsverbod af. Van Weperen geeft achteraf toe dat dit verbod in de zandstreken vooral was gebaseerd op veronderstellingen. ,,De belangrijkste les van de laatste jaren is dat we nog over te weinig feitelijke gegevens beschikken. We zijn nu hard op weg om ons systeem te voeden met relevante informatie.’’ Stelregel is nu dat een verbod voor beregening met grondwater in beeld komt ,,als de grondwaterlijn sterk uitzakt, beneden het meerjarig gemiddelde’’.

Het Zuidoost-Friese grondwater is niet alleen belangrijk voor de natuur en de gewassen in de zandstreek. Het voedt via ondergrondse stromen ook It Lege Midden. Van Weperen illustreert: ,,Als in het zuidoosten een regendruppel in de sloot valt is-ie binnen twee weken via de Friese boezem in het Lauwersmeer. Maar als diezelfde drup op de grond valt, dan kan het wel een paar honderd jaar duren voordat-ie als kwelwater in de Groote Veenpolder weer naar boven komt.’’

Dit voorjaar bundelt het Wetterskip alle kennis over klimaatverandering, droogtebestrijding, en grondwaterpeilen in een beleidsnota voor duurzaam zoetwaterbeheer. Het idee is volgens Van Weperen om per gebied te bepalen hoe oppervlaktewater en ondiep en diep grondwater zich tot elkaar verhouden. Aan de hand daarvan kunnen maatregelen worden getroffen. Van Weperen: ,,Als ik kijk naar klimaatsignalen, denk ik dat vraag in de landbouw alleen maar zal toenemen. Dan moet je dus op een spaarzame manier met water omgaan en het ook zien te bufferen in het gebied waar het valt.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct