'Gezondheid hebben we voor een deel zelf in de hand', is de boodschap van Jan Weel bij zijn pensionering als arts-microbioloog.

Was er maar een vaccin tegen angst, zegt deze arts-microbioloog

'Gezondheid hebben we voor een deel zelf in de hand', is de boodschap van Jan Weel bij zijn pensionering als arts-microbioloog. FOTO NIELS WESTRA

De verspreiding van virussen en bacteriën kan met preventie flink worden beteugeld, vindt arts-microbioloog Jan Weel (63). Hij pleit ervoor dat daar eindelijk eens serieus werk van wordt gemaakt. ,,Veel personeel zit onnodig ziek thuis.”

‘Wil je echt grote veranderingen bewerkstelligen, dan moet je bij heel jonge mensen beginnen. Op de lagere school moeten we kennis bijbrengen over infectieziekten en vaccinaties, maar daar doen we eigenlijk niks”, vindt Jan Weel. Hij is geïnspireerd door het overlijden van Aart Staartjes, bekend van onder meer  Sesamstraat , de  Stratemakeropzeeshow  en de  Film van Ome Willem . ,,Ik zag die beelden weer langs komen. ‘Lust je ook een broodje poep?!’ Daar kun je leuke lessen over maken, over wat de poepbacterie is en wat het met je kan doen.” 

Arts-microbioloog Weel gaat met vervroegd pensioen. De laatste zeventien jaar werkte hij in Leeuwarden voor Izore, het centrum infectieziekten Friesland, waarvoor hij onder meer bloed, urine en ontlasting onderzocht op de aanwezigheid van virussen, bacteriën en parasieten. Hij staat bekend als een kritisch arts, die zich graag met maatschappelijke thema’s bemoeit. Woensdag organiseert zijn werkgever in De Kanselarij een heus afscheidssymposium. ‘I did it my Wee-l. Over de functie van eigenwijs zijn’, luidt een van de veelzeggende voordrachten, van gynaecoloog Doaitse Wilbers. 

,,Gezondheid heb je voor een deel zelf in de hand”, zegt Weel in zijn woning in de Leeuwarder wijk Zuiderburen. Op de keukentafel liggen mondkapjes met het opschrift Weissensee Virus. ,,Grapje. Eindelijk kwam het ervan, met mijn zoon 200 kilometer schaatsen, geen probleem. Pure gezondheidsbeleving, dat schaatsen. Je bent buiten, moet trainen als je ervan wilt genieten. Ja, daarvoor moet ik hier naar de Elfstedenhal, dat is binnen. Maar ik doe ook aan bootcamp.” 

'Uitbraak vermijdbaar'

Virussen kunnen zich heel snel verspreiden en in de meeste gevallen wil je dat niet. Elke winter verbaast Weel zich er weer over dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu waarschuwt dat het ‘noro-seizoen’ weer begonnen is. ,,Elk jaar hetzelfde, elk jaar gaat menig kerstfeest naar de haaien in verpleeghuizen.” 

Een uitbraak van het norovirus (dat buikgriep veroorzaakt) is vaak vermijdbaar, verzekert Weel. ,,Zodra je op een crèche, basisschool of in een woonzorgcentrum twee kinderen of twee ouderen hebt met diarree of die gaan braken, dan is het goed meteen te communiceren: kijk uit, dit kan hartstikke besmettelijk zijn. Wat je eigenlijk altijd ziet: kinderen zijn er na een dag vanaf, maar de ouders hangen drie dagen in de gordijnen. Lopen ze dat op maandag op, dan besmetten ze ook nog eens allemaal collega’s. Je hebt steeds meer flexwerkers, die slepen die virussen overal mee naartoe. Besef: dit virus verspreidt zich heel snel, ga niet naar je werk.”

Met goede en snelle communicatie voorkom je heel veel ziekte en uitval op het werk, is de overtuiging van Weel. Het aparte is dat er om een of andere reden vaak niet open over een uitbraak van het norovirus wordt gecommuniceerd. Zeker vier verpleeghuizen in Friesland hebben alweer plat gelegen door een uitbraak van het beruchte en voor kwetsbare ouderen extra gevaarlijke virus, weet Weel, maar dat heeft de media niet bereikt. 

,,Hetzelfde geldt voor influenza. Weet hoe je dat overdraagt, was je handen, schudt geen handen en blaf een ander niet in zijn gezicht”, vervolgt Weel. Ook in de zomer kan een beetje kennis van ziekteverwekkers geen kwaad. Dan ziet hij veel campylobacter jejuni of coli in de kweken, door hem gekscherend bestempeld bestempeld als de campylobacter barbecuii. De bacterie zit namelijk vaak in kippenvlees. ,,Als je dat goed gaart, is er niks aan de hand. Maar bij de barbecue gaat er heel wat half gaar vlees rond. Kennelijk weten een hoop mensen nog niet dat niet goed bereid vlees een gevaar is.” 

Vaccins staan op zichzelf

Onlangs pleitten twee huisartsen er in een vakblad voor dat de vaccinatiezorg van de GGD naar de huisarts zou moeten. ,,Daar ben ik het heel erg mee eens”, zegt Weel, zelf getrouwd met een huisarts. ,,De huisarts is een gezinsarts. Die blijft patiënten een leven lang zien en bouwt een vertrouwensband op. Die ziet het hele rijksvaccinatieprogramma voorbijkomen: 0-, 4-, 9- en 12-jarigen, zwangeren en ouderen. Dan kun je uitleggen dat een vaccinatie tegen bof, mazelen en rode hond heel iets anders is dan een vaccinatie tegen het humaan papillomavirus (HPV) en meningokokkenbacteriën. Al die vaccins zijn allemaal op zichzelf staand.” 

Het risico van vaccinatie tegen bof, mazelen en rode hond is niks, vervolgt Weel. ,,Dat kun je zeggen, als je weet over welk vaccin je het hebt. Vorige week liep er iemand te hoop tegen kinkhoestvaccinatie van zwangeren en de discussie op televisie ging over mazelen. Dat kán helemaal niet, dat zijn twee verschillende dingen.” 

Dát is wat mensen moeten weten, vindt hij. Woensdag over een week geeft hij in Sneek een presentatie aan huisartsen over vaccins. De discussie over vaccineren loopt momenteel onder invloed van sociale media nogal zwart-wit. Zogenaamde antivaxxers die geen enkel vaccin vertrouwen, staan tegenover voorstanders die geen kanttekeningen bij vaccineren dulden. ,,Nee, vaccinatie is niet allemaal hosanna. Hebben antivaxxers gelijk? Zeker als het gaat om bepaalde vaccins. Maar daar wordt in Nederland heel kritisch naar gekeken. Bijwerkingencentrum Lareb houdt alles nauwlettend bij in een post-vaccinatiesysteem. Als je tegen pneumokokken gevaccineerd wordt, kun je langdurige pijn op de vaccinatieplek krijgen, zo bleek. Dat moet je dan wel zo zeggen. Dat is geen bijwerking, dat is een normaal neveneffect.” 

Vertel welke vaccins goed zijn en welke niet, benadrukt Weel. Van enkele vaccins is bekend dat ze naar de prullenbak zijn verwezen, omdat er echt vervelende neveneffecten aan zitten. Weel noemt het influenzavaccin dat in 2009 in zwang was. Het viel op dat bij mensen die die griepprik hadden gekregen veel meer slaapziekte voorkwam. ,,Oftewel, is het allemaal kletskoek, die angst voor vaccinaties? Wel als het gaat om mazelen, bof en meningokokken, niet als het ging om dit vaccin tegen influenza.” 

Over de HPV-vaccinatie, de prik tegen baarmoederhalskanker, ging het verhaal dat meiden daar vermoeidheidsklachten van kregen, haalt Weel aan. ,,Nu had de helft de prik wel gehaald en de andere helft niet, dus was in Nederland goed te onderzoeken of vermoeidheid veel meer voorkomt onder meiden die zijn gevaccineerd. Lareb heeft dat onderzocht: er is geen verband. Het komt in beide groepen ongeveer evenveel voor. Tja, dat sommige pubers extreem vermoeid worden, weten we al dertig jaar, van ver voor het vaccineren tegen HPV dus. Maar waardoor wel? Wisten we dat maar?” 

'Spectaculair effect, zonder neveneffecten'

Een ander hardnekkige en volkomen onterechte link tussen BMR-vaccinatie en autisme is in Denemarken nog maar eens grondig onderzocht met gegevens van 650.000 gevaccineerde kinderen, met vorig jaar nog nieuwe conclusies. ,,Op geen enkele manier kan er iets geassocieerd worden met autisme. En dan te bedenken dat alle ellende is begonnen met een arts (de later geroyeerde Andrew Wakefield, red.) die zich baseerde op onderzoek van twaalf kinderen!” 

Weel kan wel door blijven gaan. Zo twijfelt het rijk of het met inenten tegen meningokokken uit de groep B moet starten, er zijn aanzienlijke neveneffecten en de werking van het vaccin is mogelijk onvoldoende. ,,Maar dat zegt niets over de vaccinaties tegen de meningokokkenbacterie uit de groep C en de groep W135 (die bijvoorbeeld hersenvliesontsteking kunnen veroorzaken, red.). Het ene vaccin richt zich tegen eiwitten en de anderen tegen kapsels, echt iets heel anders”, zegt Weel, terwijl hij een statistiek van het RIVM op zijn laptop tevoorschijn tovert van een bijna loodrecht dalende lijn van ziekte- en sterfgevallen door W135, na opname in het rijksvaccinatieprogramma sinds het najaar van 2018. ,,De vaccinaties tegen W135 hebben net als eerder tegen C echt spectaculair effect gehad, zonder neveneffecten. Geweldig, want je kunt aan meningokokkenziekte hartstikke dood aan gaan.” 

,,Wij in Nederland hebben antivaxxers niet nodig om heel kritisch te blijven over vaccineren. Wat zij zeggen is inhoudelijk ongenuanceerd, dat is gevaarlijk”, concludeert Weel. ,,Wat ze doen is angst creëren. Ik heb wel eens gezegd: ik zou ontzettend graag een vaccin tegen angst willen. Heel veel wat er gebeurt is gedreven door angst. Iemand die twee weken waterdunne ontlasting heeft denkt: het zal toch niet darmkanker zijn. Dat is onwaarschijnlijk, want zoiets ontstaat niet plotseling, maar je wil wel de angst uitsluiten. Dat is met veel infectieziekten ook zo. Iets uitsluiten, daar zijn wij in ons laboratorium heel goed in.” 

Eerlijke en langere gesprekken

Veel van die dure diagnostiek is overigens te voorkomen met eerlijke en langere gesprekken bij de huisarts, vindt Weel. Een huisarts uit Afferden heeft in een proef bijvoorbeeld al aangetoond dat hij met meer tijd voor de patiënt de beeldvormende diagnostiek met 30 procent kan terugbrengen. Kostenbesparing, en toch krijgen huisartsen niet meer tijd, door een woud aan ondoorzichtige belangen, signaleert Weel. Ook om die reden wil hij heel graag bij de allerkleinsten beginnen met voorlichten, die zijn nog onbevooroordeeld, belangeloos en nog minder blootgesteld aan internet en sociale media. 

,,Kinderen gaan weer in gesprek met de ouders. Dit kost zo goed als níks. Dat zou ik graag doen, opa die vertelt op school. Natuurlijk met hulp van vakkrachten, die op de basisschool al aanwezig zijn.” De spraakwaterval memoreert dat hij bij de verzekeraar van zorg (,,ik spreek bewust niet van zorgverzekeraars, dat zijn ze niet. Het zijn verzekeraars”) de afgelopen twaalf jaar meermaals ideeën voor preventieve aanpak heeft aangekaart. ,,Maar daar gebeurt he-le-maal niks mee. Ze zullen wel zeggen dat ze al van alles doen, maar dat is niet zo.” 

Als voorbeeld noemt hij de rol die veel doktersassistenten inmiddels spelen bij de diagnostiek van soa’s (seksueel overdraagbare aandoeningen). ,,Iets dat we samen met de GGD  van de grond  hebben getild. Het zou mooi zijn als iemand de coördinatie op zich neemt en echt iets serieus op het gebied van preventie van infectieziekten gaat organiseren.”

Lees ook | Campagne mist doel: steeds meer Friezen met geslachtsziekte

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct