Veenweide voor dummies.

Waarover gaan de problemen in het veenweidegebied? Tien vragen en antwoorden

Veenweide voor dummies.

In veenweidegebieden daalt de bodem jaarlijks met bijna een centimeter. Door een kunstmatige lage waterstand komt veel CO2 vrij, wat bodemdaling weer versnelt. Woensdag presenteren Friese overheden hun visie op het veenweidegebied. Waarover gaat het? Tien vragen en antwoorden.

W aarom is het veenweidegebied verworden tot een probleemgebied?

Al honderden jaren daalt in veenweidegebieden de bodem. De belangrijkste oorzaak is oxidatie. Oxidatie is de vertering van het veen. Het waterpeil in de gebieden wordt laag gehouden om het te gebruiken als landbouwgrond. Door de ontwatering van de grond verdroogt het veen. Er komt namelijk lucht dieper de grond in. Doordat zuurstof in aanraking komt met veen, oxideert de grond. Het veen wordt afgebroken en verdwijnt als CO2 in de lucht. Daardoor daalt de bodem weer verder en wordt het waterpeil verder verlaagd, om het weer geschikt te maken voor landbouw. Er is dus sprake van een vicieuze cirkel.

Waar in Friesland is dit een probleem?

Het gaat om het gebied in de driehoek tussen Dokkum, Wolvega en Workum. Het totale landoppervlakte van het gebied bedraagt zeker 73.000 hectare. Het landoppervlakte van de provincie bedraagt zo’n 330.000 hectare. Dat betekent dat bijna een kwart van Friesland tot het veenweidegebied behoort.

Is vernatting van het hele gebied niet gewoon de beste optie?

Je zou zeggen van wel. Bij het vernatten van het veenweidegebied neemt zowel de bodemdaling als de CO2-uitstoot af. Het is goed voor de natuur en de biodiversiteit.

Lees ook | Nee, dit is niet in Groningen: Friese huizen scheuren door zakkend grondwaterpeil

Je krijgt echter te maken met een ander probleem: in het veenweidegebied wonen en werken zo’n 800 boeren. Het gebied bestaat voor zeker 60 procent uit landbouwgrond. Bovendien beslaat het een kwart van de totale Friese landbouwgrond. Volgens de laatste cijfers is 1 op de 5 landbouwbedrijven in het veenweidegebied gevestigd. De grond is simpelweg te belangrijk voor de provincie en de regionale economie. De landbouwsector zorgt in het gebied voor werkgelegenheid. Vernat je de grond, dan wordt de boeren het werk onmogelijk gemaakt. Slappe veengrond kun je niet bewerken met machines.

Wat merken woningeigenaren van bodemdaling in het veenweidegebied?

In het veenweidegebied zijn tot ongeveer 1950 huizen op houten palen gebouwd. De zogenoemde paalkoppen zijn zo’n halve meter onder de laagste grondwaterstand aangelegd. Door de daling komen die koppen ooit droog te staan. Omdat er dan zuurstof bij de funderingspalen komen, gaan deze rotten. Dat kan ertoe leiden dat huizen verzakken of dat er scheuren ontstaan in binnen- en buitenmuren.

In het hele gebied staan zo’n 4000 huizen die voor 1950 zijn gebouwd. Zo’n 1000 huizen zijn gefundeerd op harde ondergrond, 3000 staan op houten palen. Van deze woningen zijn er volgens de provincie 750 veilig. Er is sprake van een goedwerkende hoogwatervoorziening.

Dat betekent dat voor 2250 huizen gevaar dreigt of dat bezitters al hinder hebben ondervonden. Van honderden huizen is al bekend dat ze schade hebben gehad door het verlagen van het grondwaterpeil. Denk aan scheuren in de muren.

Er staan niet alleen huizen en boerenbedrijven in het veenweidegebied. Er lopen spoorlijnen, snelwegen, rioleringen en transportleidingen.

Volgens cijfers van de provincie gaat het om 2000 kilometer aan wegen en 100 kilometer aan grote transportleidingen. Ook voor deze infrastructuur dreigt verzakking.

Is verzakking tegen te houden?

Ho e dikker het veenpakket in de grond, hoe groter de kans is om bodemdaling te vertragen of te stoppen. De provincie spreekt van zogenoemde kansrijke gebieden. Dat zijn gebieden waar het veen nog zeker 80 centimeter dik is. Dat is het geval rond de Alde Feanen, rondom Snitser Mar, de Fluezen, De Deelen, De Mieden en het Bûtenfjild. Het veenpakket is nog zo dik dat het tij te keren is.

De provincie zet in op kansrijke gebieden. In Feangreidefisy Werkplan 2020 van Gedeputeerde Staten spreken ze van Aldeboarn-De Deelen en Hegewarren als kansrijke gebieden die vooraan in de rij staan. Geld en energie worden als eerste in deze twee gebieden gestoken.

In Groote Veenpolder, Idzegea, Grouster Leechlân en Brekkenpolder wordt ingezet op ,,innovatie en mogelijk ook vormen van gebiedsontwikkeling’’. In de andere gebieden wordt gekeken naar flexibel peilbeheer en passende maatregelen. Friese overheden maken morgen bekend hoe ze per gebied bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen willen tegengaan.

Er wordt veel geschreven over de Hegewarren. Wat gaat er met het gebied ten zuiden van de Alde Feanen gebeuren?

Het gebied tussen Grou, De Veenhoop en de Alde Feanen is een echte veenpolder, van 400 hectare. Het veenpakket is er gemiddeld 2 meter dik. Het gebied stoot jaarlijks 16.000 ton CO2 uit, volgens rekenmodellen van de provincie. Gebeurt er nu niets, dan verdwijnt het veenpakket binnen 200 jaar en bevindt het maaiveld zich 2,5 meter lager.

Om de zes actieve veehouders in het gebied hun gang te laten gaan, moeten overheden diep in de buidel tasten. Het beheer van het watersysteem kost in de polder zo’n 1000 euro per hectare per jaar, tegen 100 euro gemiddeld voor een polder in het veenweidegebied. De veehouders erkennen de problematiek en zijn bereid om, met behulp van de overheden, hun activiteiten te verplaatsen.

De provincie start daartoe nog dit najaar een geheime procedure om over te gaan tot het aankopen van de grond. Eind november moet Provinciale Staten in een besloten vergadering instemmen met het aankoopproces. Over bedragen en een tijdspad wil gedeputeerde Douwe Hoogland (PvdA, natuur) niets zeggen. Eerder heeft de provincie eens benoemd dat alleen het uitkopen van de veehouders zo’n 25 tot 30 miljoen euro kost.

Duidelijk is al dat het waterpeil in de Hegewarren sowieso zal stijgen. Boeren zullen worden gedwongen om hun bedrijf anders in te richten of ze worden door de provincie uitgekocht. Friesland heeft in elk geval 35 miljoen euro klaarliggen voor de problematiek. Ook maakt het aanspraak op 22 miljoen euro van het rijk om in de Hegewarren en in De Deelen bij Aldeboarn het veenweideprobleem aan te pakken.

De provincie, Wetterskip en de veenweidegemeenten presenteren morgen dus hun veenweidestrategie. Waarom is nu actie nodig?

Als niemand ingrijpt, verdwijnt nog deze eeuw driekwart van het veen in het niets. Het is drooggelegd en verteerd door blootstelling aan de lucht. Op sommige plekken zal het land tot 2 meter dalen. Het is de verantwoordelijkheid van de overheden om te zorgen voor een veilig en leefbaar gebied, zowel voor mens als dier. Bovendien kost het onderhouden van het veenweidegebied veel geld. Daalt het maaiveld, dan moeten overheden kades herstellen of wegen omleggen.

Kun je hier stellen dat er sprake is van een stille ramp?

Doordat de bodem beetje bij beetje daalt, ontgaat het de meesten van ons. Wie ziet immers dat een bodem in een jaar een centimeter is gedaald? Maar juist in die traagheid schuilt het gevaar. Bodemdaling is namelijk niet te keren. Hoe langer men niets doet, hoe groter de schade.

Waarom bleven ingrijpende maatregelen vanuit de politiek lange tijd uit?

Geld, oordeelde de Raad van leefomgeving en infrastructuur (Rli) begin september. In het rapport Stop bodemdaling in veenweidegebieden constateerde de raad dat er te weinig oog is voor een echte, structurele oplossing en dat er te veel wordt gekeken naar pilots en proeven, die goedkoper zijn. De raad stelde dat die tijd nu voorbij moet zijn. ,,Pilots schalen niet verder op. Op lokaal niveau vinden partijen telkens opnieuw het wiel uit. Ingrijpende beslissingen schuift men liever voor zich uit.’’

Pappen en nathouden lijkt goedkoper dan ingrijpen. Door de bodemdaling moeten verzakte kades worden hersteld, zal een stoep moeten worden verlegd of funderingen onder huizen worden verstevigd. Dat kost tot 2050 enkele miljarden, rekende het Planbureau voor de Leefomgeving eens uit.

Dat is wisselgeld vergeleken met de kosten die het verplaatsen van honderden boerenbedrijven met zich meebrengt, duizenden als je het uitsmeert over heel Nederland.

In de rekensommen wordt nog voorbij gegaan aan klimaatdoelen, natuurdoelen en de waterkwaliteit. Laag waterpeil helpt niet bij het halen van bindende doelen. Ook verschraalt het de biodiversiteit.

Tevens geldt het adagio: hoe sneller de bodemdaling verloopt, hoe hoger de herstelkosten op korte termijn. Je kunt de daling wel vertragen, maar dan moet het waterpeil omhoog, wat dan weer consequenties heeft voor de landbouw.

In 2018 presenteerde de oppositie in Provinciale Staten een alternatief veenweideplan. Wat wilden 50Plus, ChristenUnie, D66, GrienLinks, PvdA en Partij voor de Dieren toen?

De oppositie wilde dat het behoud van veenweide zwaarder ging wegen dan de agrarische functie van het gebied. Oftewel: landbouw op een hoger waterpeil. Geen intensieve landbouw meer, maar extensiever en biologischer. Versterking van de biodiversiteit werd als belangrijkste doel gesteld door de zes oppositiepartijen. In het gebied werk je samen met de natuur, was het credo.

Het plan van de toenmalige oppositie haalde het niet. Inmiddels zit de PvdA in de coalitie in Provinciale Staten. Het plan is niet terug te lezen in het coalitieakkoord van PvdA, CDA, VVD en FNP.

Lees ook | PvdA-programma: maak van veenweidegebied een nationaal park

Wel is het plan van de oppositie van 2018 een van de scenario’s die ingenieursbureau Witteveen en Bos vorig jaar maakte en waarvan de effectiviteit werd berekend. Opvallend was dat de twee scenario’s die volgens de provincie en het Wetterskip de meeste kans van slagen hebben, best ver uit elkaar liggen. In het eerste voorstel, afkomstig van de landbouwsector, wordt een hoger waterpeil gecombineerd met technische maatregelen als onderwaterdrainage, bedoeld om de huidige agrarische praktijk zoveel mogelijk in de stand te houden.

Daar tegenover staat het initiatiefvoorstel van de oppositie van 2018: drastische vernatting in combinatie met inclusieve landbouw. De uitersten sluiten elkaar niet uit, vinden provincie en Wetterskip: geen gebied is namelijk gelijk. Er is maatwerk nodig. Morgen wordt duidelijk in hoeverre dit initiatief van de oppositie praktijk gaat worden.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct