Waarom protesteren er alweer wethouders in Den Haag? En andere vragen over het geldtekort bij gemeenten

Zalencentrum Mienskip in Feanwâlden, waar veel verenigingen gebruik van maken. Het dorp zou een 'echt' dorpshuis krijgen, waarvoor de gemeente Dantumadiel al een miljoen euro had toegezegd. Wegens tekorten en met namen hoge zorgkosten trok de gemeente die subsidie vorig jaar weer in. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Opnieuw protesteren wethouders in Den Haag: zonder meer geld redden we het niet. Ook niet-kwetsbare burgers merken de gevolgen al. Zeven vragen over de miljoenentekorten bij gemeenten.

Wat gaat er gebeuren?

Maximaal 75 gemeentebestuurders (meer kan niet vanwege corona) verzamelen zich bij de Tweede Kamer om videoboodschappen te overhandigen aan Tweede Kamerleden, die ‘s middags met minister Kajsa Ollongren (BZK) in debat gaan over de gemeentefinanciën. De actie, #gemeenteninnood, is mede bedacht door Friese wethouders. Het protest komt niet alleen van het platteland, ook de clubs van (middel)grote gemeenten en de grote steden slaan met eigen acties en brandbrieven op te trom. Inzet: minimaal 2 miljard euro verlichting om de grootste gaten te dichten.

Burgemeesters en wethouders die die barricaden op gaan, dat zie je niet elke dag. Waarom nu wel?

Het is minstens de derde keer binnen twee jaar dat bestuurders optrekken naar Den Haag. Maar de aanleiding - gemeenten komen miljoenen te kort op vooral de jeugdzorg en het sociaal domein - speelt al langer. Al in 2016 vreest de helft van de Nederlandse gemeenten te weinig geld te hebben voor jeugdzorg, een van de taken die ze hebben moeten overnemen van het rijk. In 2017 constateert de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) al een totaal tekort van ruim 300 miljoen - nu ook op de bijstand en huishoudelijke hulp.

Weer een jaar later: een gapend gat van bijna een miljard euro. Leeuwarden, een gemeente die uitzonderlijk hard wordt getroffen na het overnemen van de rijkstaken, is dan al vergeefs aan het lobbyen in Den Haag. Nu moet er echt worden bezuinigd. De Fryske Marren trekt in 2018 ook de broekriem aan, Smallingerland volgt in de eerste helft van 2019.

Het behoedzaam lobbyen is dan voorbij. Wanhopige wethouders sturen in mei dat jaar een open brandbrief naar hun partijgenoten in het kabinet, een week na een publieke noodkreet van de VNG. Weer een half jaar later: ruim honderd wethouders komen naar Den Haag voor een ,,beschaafd protest” tegen vooral de tekorten in de jeugdzorg. En nu trekken ze dus opnieuw aan de bel. ,,Ik denk dat we in het begin te lang stil zijn gebleven”, zegt Rob Jonkman, wethouder in Opsterland en mede-organisator van #gemeenteninnood.

Welke rol speelt de coronacrisis hierin?

Corona is zeker niet de aanleiding van het protest, zegt Jonkman: het geldtekort bestond immers al. ,,Het rijk heeft toegezegd om de corona-kosten van gemeenten te compenseren, maar het moet straks nog wel gebeuren” Friese gemeenten hebben zelf al de eerste miljoenen achteruit gelegd.

Onduidelijk is hoever de overheid bereid is te gaan met compenseren. Jonkman: ,,je ziet al een oplopende werkloosheid door corona. Daarvan zullen later ook mensen in de bijstand terecht komen.” WW-uitkeringen hoeft de gemeente niet te betalen, bijstand wel.

Sociaal domein, jeugdzorg: wat merk ik van de tekorten als ik zelf niet hulpbehoevend ben?

Die gevolgen zijn al zichtbaar. Veel Friese gemeenten die moeten bezuinigen, proberen het sociaal domein daarbij zo veel mogelijk te ontzien. Dat kan ook vaak niet anders, wat ze zijn wettelijk verplicht om voor hun inwoners te zorgen. Dus wordt er op andere zaken bespaard. Groenonderhoud, wegen. Scholen die langer moeten wachten op renovatie op nieuwbouw. De OZB gaat omhoog, of de afvalheffing niet omlaag. Kwetsbaar of niet, de tekorten raken iedereen.

Meer geld, is dat de enige wens?

Nee. Het Gemeentefonds, de rijkspot waaruit gemeenten hun meeste inkomsten halen, moet volgens veel gemeenten worden verdeeld. En ook de verguisde ‘opschalingskorting’ zijn de lokale bestuurders een doorn in het oog. Deze bezuinging werd ooit ingevoerd omdat het kabinet er vanuit ging dat er na een massale fusieronde vooral grote gemeenten zouden komen, die tegen lagere kosten konden voortbestaan. Jonkman: ,,Die fusieronde is er nooit gekomen maar de bezuiniging bij gemeenten ging wel door. En dat bedrag loopt jaarlijks nog steeds op.”

Wat doen de provincies?

Zij waken uiteindelijk over op de huishoudboekjes van de gemeenten. Als financieel toezichthouder stonden alle provincies vorig jaar toe dat de gemeenten vanaf 2022 extra inkomsten van het rijk mogen inboeken. Ook al moet een nieuw kabinet daar nog over beslissen. De provincie Zuid-Holland maakte vrijdag al bekend het toezicht op de gemeenten eigenhandig verder te versoepelen, als de nood oploopt.

Dichter bij huis ‘helpen’ ambteraren van de Provinsje een half dozijn Friese gemeenten al met kosten besparen. Opsterland is daar een van. ,,De provincie doet geen suggesties van ‘bezuinig daar maar op’”, verduidelijkt wethouder Jonkman. ,,Dat zou ook niet gepast zijn. Ze denken wel mee met ons: als je die bezuiniging zo en zo inboekt, is dat wel realistisch? En kan het misschien niet handiger? Het is een prettige samenwerking.”

Raakt het kabinet dit keer wel overtuigd?

Het is niet zo dat de Haagse bewindslieden helemáál doof zijn voor de roep om meer miljoenen. Minister Hugo de Jonge zegde vorig jaar al 1 miljard extra jeugdzorg-geld toe aan de gemeenten. Jonkman: ,,Maar dat is uitgesmeerd over drie jaar.” Terwijl gemeenten structureel, elk jaar dus, naar eigen zeggen een miljard tekort schieten. De keus voor structureel meer geld is aan een nieuwe regering, vindt het huidige kabinet.

Minister Ollongren wil nog geen haast maken, schreef ze vorige week al aan de Tweede Kamer. Er lopen een aantal onderzoeken naar de tekorten, waarvan ze de uitslag eerst wil afwachten. Voor extra geld is het ,,te vroeg”, zegt ze. ,,Daarnaast hebben gemeenten ook zelf een rol in de kostenbeheersing.”

Een ding is zeker: de druk op het kabinet neemt met elke dag - en elk protest - toe. Jonkman: ,,Het probleem is bij iedereen in de Kamer nu tenminste duidelijk. Dat hebben we de laatste paar jaar in ieder geval bereikt.”